conservatief
functie(s) in de periode 1864-1882: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Willem
titulatuur en naam
Mr. W. baron van Goltstein van Oldenaller Willem
geboorteplaats en -datum
Hamburg (Dld.), 13 mei 1831
overlijdensplaats en -datum
Putten, 9 september 1901
begraafplaats en -datum
Utrecht, 13 september 1901 (familiegraf)
Partij/stroming
stroming(en)
conservatief
Hoofdfuncties/beroepen
- commies ministerie van Buitenlandse Zaken, van maart 1855 tot 1858 (tijdelijk verlof in 1856)
- particulier secretaris van de minister van Buitenlandse Zaken (J.K. baron van Golstein, daarna J.Ph.J.A. graaf van Zuylen), van 1848 tot januari 1861
- commies van staat, Raad van State, vanaf 2 januari 1860 (onbezoldigd; met jaarlijkse toelage)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1864 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Hoorn)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Hoorn)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 17 september 1871 (voor het kiesdistrict Hoorn)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 4 april 1872 tot 27 augustus 1874 (voor de provincie Utrecht)
- minister van Koloniën, van 27 augustus 1874 tot 11 september 1876
- minister van Koloniën, van 20 augustus 1879 tot 1 september 1882
- lid Raad van Voogdij over koningin Wilhelmina, van 8 december 1890 tot augustus 1893 (benoemd bij K.B. van 30 oktober 1888)
- voorzitter Raad van Voogdij over koningin Wilhelmina, van augustus 1893 tot 31 augustus 1898 (benoemd 4 augustus 1893)
- buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Londen, van 6 december 1893 tot december 1899
Nevenfuncties
- kamerheer in buitengewone dienst van koning Willem III en koningin Wilhelmina, van 19 februari 1859 tot 9 september 1901
- dijkgraaf waterschap Arkemheensche polder, omstreeks 1871
- voorzitter Maatschappij tot Bevordering van natuurkundig onderzoek der Nederlandse Koloniën, vanaf 1890
- lid Hoge Raad van Adel
- voorzitter hoofdbestuur Nederlandsche Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde, omstreeks 1889 en nog in 1893
- lid bestuur Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, omstreeks 1890
afgeleide functies, presidia etc.
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1869 tot april 1869
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
- erevoorzitter Maatschappij tot Bevordering van natuurkundig onderzoek der Nederlandse Koloniën, vanaf 1890
- erelid Nederlandsche Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde, omstreeks 1891
Opleiding
primair onderwijs
- onderwijs te Neuchâtel (drie jaar)
voortgezet onderwijs
- onderwijs Huis van Opvoeding en Onderwijs van J. Klein te Utrecht (kostschool, zes jaar)
- staatsexamen te Zwolle, 1847
academische studie
- klassieke letterkunde, Universiteit te Bonn, van 1847 tot 1849
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, van 1849 tot 21 december 1854
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak als Tweede en Eerste Kamerlid vooral over koloniale zaken en voorts over buitenlandse zaken en het kiesrecht
- Stemde in 1866 tegen de motie-Keuchenius, waarin afkeuring werd uitgesproken over het vertrek van minister Mijer vanwege diens benoeming tot Gouverneur-Generaal
- Stemde in 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken
- Behoorde in 1867 tot de vier conservatieven die tegen een amendement-Fransen van de Putte op de Indische erfpachtwet stemden. Aanneming van het amendement leidde tot het aftreden van minister Trakranen.
- Stemde op 23 maart 1868 tegen de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest
- Behoorde in 1874 tot de zeven Eerste Kamerleden die tegen het initiatiefwetsvoorstel-Van Houten stemden over beperking van kinderarbeid
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Benoemde in 1875 J.W. van Lansberge tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië
- In 1880 verwierp de Tweede Kamer het door hem verdedigde wetsvoorstel over wijziging van het tarief van uitvoerrechten in Nederlands-Indië
- In 1880 verwierp de Tweede Kamer het door hem verdedigde wetsvoorstel om jaarlijks in plaats van het batige saldo de helft van dat saldo en een vaste bedrag van f 2 miljoen aan de schatkist toe te voegen
- Benoemde in 1881 F. s'Jacob tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië
Wetenswaardigheden
algemeen
- Kwam in 1874 in conflict met Gouverneur-Generaal Loudon, omdat deze tegen zijn zin een onderzoek had laten instellen naar de regeling van het communaal bezit op Midden-Java
- Trad in 1876 tegelijk met minister Klerck van Oorlog af na verwerping van een deel van de wijziging van de Militiewet door de Tweede Kamer
- Trad in 1882 af als minister nadat de meerderheid van de Tweede Kamer zich op 4 mei 1882 met 42 tegen 36 stemmen achter een afkeurend oordeel van de commissie van rapporteurs over de Indische begroting had gesteld. Die afkeuring was met name het gevolg van kritiek op Van Goltsteins beleid ten aanzien van de conversie van gemeenschapsland in privébezit. De regering werd verweten de inlandse bevolking tegen te werken bij de omzetting van communale gronden in privégronden.
- Het rapport van de (meerderheid van de) commissie van rapporteurs werd door hem omschreven als: "zoo vijandig van strekking en zoo scherp van toon als ooit een stuk de griffie der Kamer verliet". Kamervoorzitter Van Rees, medeopsteller van het rapport, verliet zijn voorzitterstoel om deel te nemen aan het debat.
uit de privésfeer
- Zijn moeder overleed in 1833. Hij was toen 2 jaar.
- Studiegenoot van E.L. baron van Hardenbroek, A. van Naamen van Eemnes en W.J. Roijaards van den Ham
- Overleed toen hij tijdens een avondwandeling verdronk in de vijver van zijn buitenhuis Oldenaller
verkiezingen
- Werd in 1864 bij de periodieke verkiezing in het district Hoorn na herstemming verslagen door A.S. van Nierop (lib.)
- Versloeg in 1864 bij een naverkiezing in het district Hoorn na herstemming jhr. W.Th. Gevers Deynoot (lib.)
- Werd in 1866 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde gekozen. Versloeg o.a. W. Terpstra, H. Mensonides en P.Ph. van Bosse (lib.).
- Werd in 1868 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde samen met jhr. J. de Bosch Kemper gekozen. Versloeg A.S. van Nierop en H. Mensonides (lib.).
- Werd in 1871 bij de periodieke verkiezingen verslagen door K.H. de Jong (lib.)
- Werd in 1871 bij een tussentijdse verkiezing in het district Haarlem verslagen door J. Kappeyne van de Coppello (lib.)
- Versloeg in juli 1874 bij een tussentijdse verkiezing in het district Amersfoort jhr. M.M. van Asch van Wijck (a.r.), maar nam geen zitting vanwege zijn benoeming tot minister
- Werd in 1877 bij de periodieke verkiezing in het district Tiel verslagen door H.J. Dijckmeester (lib.) en in het district Amersfoort door Æ baron Mackay (a.r.)
- Werd in 1879 in het district Amersfoort verslagen door jhr. M.M. van Asch van Wijck (a.r.)
- Werd in 1888 bij de algemene verkiezingen in het district Wijk bij Duurstede na herstemming verslagen door H.J.A.M. Schaepman (r.k.)
niet-aanvaarde politieke functies
- Nam in 1874 een benoeming tot lid van de Tweede Kamer voor Amersfoort niet aan in verband met zijn benoeming tot minister
woonplaats(en)/adres(sen)
- Putten, Huize Oldenaller
- 's-Gravenhage
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 mei 1874
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 oktober 1880
- Grootkruis Orde van Oranje-Nassau, 31 augustus 1898
- Grootkruis Orde van de Eikenkroon
bezit van heerlijkheden
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Historisch Genootschap te Utrecht
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "Nederland tegenover de konstitutionele beweging onzer eeuw: eene staatkundige beschouwing" (1863)
- "Het vaststellen der Indische begrooting bij de wet" (1864)
- "Troonopvolging: een ongevraagd advies" (1887)
- "Een laatste woord over art. 12 der Grondwet" (1887)
- "Jhr.mr. G.C.J. van Reenen als staatsman geschetst" (1894)
literatuur/documentatie
- Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881)
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, 953
- Rijks Geschiedkundige Publicatiën: "Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", (bewerkt door J.P. de Valk en M. van Faasen, RGP kleine serie 73, band 1 (1993), 145-146
- W.H. de Beaufort, "Levensbericht van W. baron van Goltstein" in: Handelingen en Mededelingen der Nederlandsche Letterkunde, 1902
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
publicaties over en van letterkundigen
biografie
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Velsen, 12 augustus 1863
echtgeno(o)t(e)/partner
A.C.H. Boreel, Agneta Cornelia Hugonia
beroep echtgeno(o)t(e)/partner
dame du palais der Koningin-moeder
kinderen
kinderloos
vader
H.R.W. baron van Goltstein van Oldenaller, Hendrik Rudolph Willem
geboorteplaats en/of -datum
Arnhem, 10 maart 1790
moeder
E. von Hildebrandt, Emma
geboorteplaats en/of -datum
Hamburg (Duitsland), 3 september 1810
beroep grootvader (vaderskant)
- ambtsjonker van Nijkerk en Renkum en drost van Hedel
- burgemeester van Wageningen
- lid Gedeputeerde Staten
- gecommitteerde ter Generaliteitsrekenkamer
- gecommitteerde in de Raad van State
familierelaties
- Zoon van H.R.W. baron van Goltstein van Oldenaller, Eerste Kamerlid
- Zwager van F.J.W. baron van Aylva van Pallandt, Tweede Kamerlid
- Zwager van jhr. J.W.G. Boreel van Hogelanden, Tweede Kamerlid
- Schoonzoon van jhr. W. Boreel van Hogelanden, Eerste en Tweede Kamerlid en Commissaris des Konings
- Neef (oomzegger) van J.K. baron van Goltstein, minister en Tweede en Eerste Kamerlid
- Aangetrouwde neef van A.J.W. Farncombe Sanders, Tweede Kamerlid
- Aangetrouwde neef van Æ. baron Mackay, Tweede Kamerlid en vicepresident Raad van State
- Aangetrouwde neef (oomzegger) van W.G.F. van Reede tot Middachten, lid Notabelenvergadering
- Aangetrouwde neef (oomzegger) van J. baron Fagel, lid Notabelenvergadering en staatsraad
- Aangetrouwde neef (oomzegger) van H. baron van Zuylen van Nijevelt, minister
- Achterneef van J.F.B. van der Capellen, lid Notabelenvergadering