Mr. J.K. baron van Goltstein

J.K. baron van Goltstein
bron: RKD

Onafhankelijk politicus uit een Guliks adellijk geslacht. Was aanvankelijk werkzaam bij het Hoog Militair Gerechtshof en werd in 1840 Tweede Kamerlid. Was toen voorstander van staatkundige hervormingen en veelvuldig deelnemer aan debatten. In 1849 als gematigd liberaal voorzitter van de eerste op basis van rechtstreeks kiesrecht gekozen Tweede Kamer. Deskundig op het gebied van het internationale recht en minister van Buitenlandse Zaken in het gemengd liberaal-conservatieve kabinet-Rochussen. Na zijn ministerschap nog negen jaar Tweede Kamerlid en anderhalf jaar senator. Werd allengs conservatiever. Stond te boek als serieus en humorloos.

moderaat of gematigd liberaal, 'pragmatisch' liberaal, conservatief
functie(s) in de periode 1840-1872: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Jan Karel

titulatuur en naam

Mr. J.K. baron van Goltstein Jan Karel

opmerkingen over de naam en/of titel

tweede voornaam staat in de doopacte vermeld als "Carel"

geboorteplaats en -datum

Arnhem, 30 mei 1794

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 17 februari 1872

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • moderaat of gematigd liberaal (voor 1849, wenste meer invloed voor volksvertegenwoordiging, toezicht Rekenkamer op de Indische baten, onafhankelijkheid voor rechterlijke macht in Suriname)
  • 'pragmatisch liberaal' (na 1849, werd steeds conservatiever)
  • conservatief, anti-Thorbeckiaan, vanaf 1860

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Utrecht, vanaf 1811
  • rechter-plaatsvervanger, rechtbank van eerste aanleg te Utrecht, van 27 november 1822 tot 1825
  • substituut-officier van justitie, rechtbank van eerste aanleg te Utrecht, van 1825 tot 1828
  • substituut-advocaat-fiscaal bij het Hoog Militair Gerechtshof, van 1828 tot oktober 1841
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 oktober 1840 tot 20 augustus 1850 (in 1840-1849 voor de provincie Utrecht, in 1849-1850 voor het kiesdistrict Utrecht)
  • voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (benoemd bij K.B. van 17 februari 1849)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 26 april 1853 (voor het kiesdistrict Utrecht)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juni 1853 tot 12 maart 1858 (voor het kiesdistrict Utrecht)
  • voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1856 tot 12 maart 1858
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 18 maart 1858 tot 23 februari 1860 (benoemd bij K.B. van 12 maart 1858)
  • ambteloos, van 23 februari 1860 tot 10 juli 1860
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juli 1860 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Amersfoort)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Amersfoort)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 20 september 1869 (voor het kiesdistrict Amersfoort)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 22 december 1870 tot 17 februari 1872 (voor de provincie Utrecht)

ambtstitel

  • minister van staat, van 23 februari 1860 tot 17 februari 1872

(in)formateurschap(pen)

  • kabinetsformateur, 22 oktober 1849 (poging mislukte)
  • kabinetsformateur (samen met J.J. Rochussen), van 3 maart 1858 tot 18 maart 1858 (poging mislukte)
  • kabinetsformateur (samen met G.C.J. van Reenen), van december 1861 tot januari 1862 (poging mislukte)

Nevenfuncties

  • lid Ridderschap van Utrecht, vanaf 1815
  • functies bij de Hogeschool Harderwijk
  • lid College van Curatoren Hogeschool te Utrecht, van 1841 tot 1859
  • lid Staatscommissie pensioenen voor burgerlijke ambtenaren en hun weduwen en wezen, vanaf september 1844
  • lid Staatscommissie voor het hoger onderwijs

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1841 tot april 1842
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1842 tot mei 1843
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1844 tot oktober 1845
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1847 tot april 1847
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1848 tot mei 1848
  • lid Commissie van Rapporteurs voor de voorstellen tot Grondwetsherziening (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 16 maart 1848 tot september 1848
  • voorzitter Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 19 februari 1849 tot 20 augustus 1850
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1850 tot september 1851
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1851 tot maart 1852
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1852 tot november 1852
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1853 tot september 1854
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1855 tot mei 1855
  • voorzitter parlementaire enquêtecommissie inzake de uitvoering van de concessie tot landaanwinning en verdieping van het vaarwater op het Zwolsche Diep (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 30 april 1855 tot 5 mei 1857
  • voorzitter Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 19 september 1856 tot 12 maart 1858
  • voorzitter Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 19 september 1856 tot 12 maart 1858
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1860 tot juni 1861
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1862 tot september 1863
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1863 tot februari 1864
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1864 tot februari 1865
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1865 tot juli 1865
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1866 tot oktober 1866
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1867 tot november 1867
  • lid Commissie omtrent de bescheiden betreffende de Limburg-Luxemburgsche aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), maart 1868
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1868 tot november 1868
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1869 tot september 1869
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1870 tot september 1870
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1871 tot januari 1872

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Latijnse School (Hieronymusschool) te Utrecht, vanaf 1805

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, van 11 augustus 1809 tot 22 oktober 1811

Activiteiten

als parlementariër

  • Deskundige in de Tweede Kamer op het gebied van het internationale recht
  • Behoorde in 1843 tot de 24 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1844 en 1845 stemden. De begroting werd met 33 tegen 24 stemmen aangenomen.
  • Stemde in 1843 en 1845 geregeld tegen begrotingshoofdstukken
  • Behoorde in 1844 tot de 25 leden die tegen de ontwerp-wet inzake de (vrijwillige) geldlening en buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden
  • Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemden, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening
  • Behoorde in 1845 tot de 24 leden die tegen het wetsvoorstel over het tarief voor in-, uit- en doorvoerde stemden. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 24 stemmen aangenomen.
  • Beantwoordde in 1845 de vraag of er vanuit de Tweede Kamer een voorstel tot Grondwetsherziening moest worden gedaan met "ja"
  • Behoorde in 1845 tot de 19 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1846 en 1847 stemden. De begroting werd met 37 tegen 19 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen.
  • Behoorde in 1847 tot de 23 leden die tegen hoofdstuk IV (Justitie) van de begroting voor 1848 en 1849 stemden. De begroting werd met 35 tegen 23 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen.
  • Behoorde in 1847 tot de dertien leden die vóór het (verworpen) wetsvoorstel tot intrekking van de accijns op het gemaal van rogge stemde
  • Stemde in 1848 bij de Grondwetsherziening in beide lezingen tegen de hoofdstukken II (koning), IV (provincie- en gemeentebesturen), VI (godsdienst), VIII (defensie) en X (onderwijs en armbestuur)
  • Stemde in 1860 tegen de ontwerp-Wet aanleg van spoorwegen voor rekening van de staat
  • Behoorde in 1860 tot de meerderheid die tegen de begroting van Koloniën van de conservatieve minister Rochussen stemde
  • Behoorde in 1861 tot de 17 leden die tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
  • Behoorde in 1861 tot de minderheid die tegen een amendement-Ter Bruggen Hugenholtz stemde over het halveren van de begroting voor Onvoorziene Uitgaven
  • Interpelleerde in 1862 minister Thorbecke over de vorming van het op 1 februari opgetreden kabinet
  • Stemde in 1866 tegen de motie-Keuchenius, waarin afkeuring werd uitgesproken over het vertrek van minister Mijer vanwege diens benoeming tot Gouverneur-Generaal
  • Stemde in 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken
  • Behoorde in 1867 tot de vier conservatieven die tegen een amendement-Fransen van de Putte op de Indische erfpachtwet stemden. Aanneming van het amendement leidde tot het aftreden van minister Trakranen.
  • Stemde op 23 maart 1868 tegen de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Zijn voornaamste resultaten als minister waren een verdrag met Marokko over handel en scheepvaart en een vriendschaps- en handelsverdrag met Japan

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in 1840 min of meer toevallig door Staten van Utrecht tot Tweede Kamerlid gekozen
  • Was in 1844 voorstander van hervormingen in het staatsbestel zoals invoering van rechtstreekse verkiezingen en ministeriële verantwoordelijkheid, maar sloot zich niet bij het initiatief van de Negenmannen o.l.v. Thorbecke
  • Versloeg op 18 september 1849 bij het opmaken van de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap J.R. Thorbecke. Hij kreeg in de tweede stemronde 31 stemmen en Thorbecke 29.
  • Werd in september 1855 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorziterschap gezet
  • Versloeg op 17 september 1856 bij het opmaken van de voordracht voor het voorzitterschap M.P.H. Strens. Hij kreeg in de derde stemronde 33 stemmen en Strens 28.
  • Werd in september 1860, 1861, 1862, 1863, 1866 en in februari 1868 als derde op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet. In februari 1868 gebeurde dat na vier stemrondes. In de vierde stemmingsronde versloeg hij jhr. C.M. Storm van 's Gravesande met 32 tegen 30 stemmen.
  • Leidde in september 1866 als oudste lid de eerste vergadering
  • Herhaaldelijk genoemd als minister (justitie, buitenlandse zaken) bij pogingen tot reconstructie kabinet-De Kempenaer-Donker Curtius, en in 1856

uit de privésfeer

  • Zijn familie was afkomstig uit Gulik
  • De familie vluchtte in 1794 naar Oost-Friesland, keerde later terug en vestigde zich in Utrecht (Janskerkhof 24)
  • Hij nam deel aan de tocht naar Parijs in 1815
  • Zijn vader was ambtsjonker te Nijkerk en Renkum, drost van Hedel, burgemeester van Wageningen, gecommitteerde ter Generaliteits Rekenkamer, bewindhebber van de O.I.C., gecommitteerde in de Raad van State en lid van Gedeputeerde Staten

verkiezingen

  • Was in 1848 in het district Utrecht de enige kandidaat die stemmen kreeg
  • Werd in 1850 bij de algemene verkiezingen met ruim 90 procent van de stemmen gekozen
  • Was in 1852 bij de periodieke verkiezing in het district Utrecht de enige kandidaat die stemmen kreeg
  • Werd in 1853 bij de algemene verkiezingen met ruim 95 procent van de stemmen gekozen
  • Versloeg in 1856 bij de periodieke verkiezingen J.J.L. van der Brugghen (a.r.)
  • Versloeg in 1860 bij een tussentijdse verkiezing in het district Amersfoort G. Groen van Prinsterer (a.r.) na herstemming
  • Versloeg in 1864 bij de periodieke verkiezingen jhr. H.A.M. van Asch van Wijck (a.r.)
  • Werd in 1866 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde met ruim 78 procent van de stemmen gekozen
  • Werd in 1868 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde met ruim 88 procent van de stemmen gekozen
  • Werd in 1869 en 1873 bij periodieke verkiezingen verslagen door jhr. J.W. van Loon (a.r.)
  • Versloeg in november 1870 bij een verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht in de tweede stemmingsronde E.L. baron van Hardenbroek van Lockhorst met 21 tegen 16 stemmen

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Utrecht, tot 1840
  • 's-Gravenhage, Kneuterdijk, hoek Lange Voorhout, vanaf 1840
  • 's-Gravenhage, Zwarteweg 5, van 1849 tot 7 februari 1872
  • buitenverblijf Puntenburg

ridderorden

  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1849
  • Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 1859

buitenlandse onderscheidingen

co-adjutor van de Duitse orde; Balije Utrecht, vanaf 1869

predicaten/adellijke titels

  • jonkheer, tot 1 april 1820
  • baron, 1 april 1820

relevante buitenlandse reizen

  • rondreis door Nederland, vanaf 1817
  • reis naar Duitsland, bezocht enkele hogescholen, vanaf 1817
  • reis naar Engeland ter bestudering van de organisatie van het rechtswezen en m.n. de rechtbank der gezworenen, 1826

vermogenspositie

  • bij overlijden bleek zijn vermogen aanzienlijk, zeseneenhalve ton
  • pensioen f 2725,-

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen
  • lid Zondagavondkring te Utrecht (onder andere met Prof. G.W. Vreede)
  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
  • ingeschreven als edel-expectant der ridderlijke Duitse orde, balije van Utrecht in 1802 (charitatieve instelling)

militaire dienst

  • Nam dienst bij de Utrechtse compagnie van vrijwillig bereden jagers te Waterloo in 1815
  • tweede luitenant Tiendaagse veldtocht

Publicaties van/over

lijst van publicaties

enige rechtskundige artikelen in bijdragen van rechtsgeleerdheid (1830)

literatuur/documentatie

  • Levensbericht door N.F. van Nooten, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1873, 69
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, 952
  • M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900"
  • G.J. Hooykaas, "J.K. van Goltstein", in: "Utrechtse Biografieën", deel IV, 88

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Ommen, 24 september 1828

echtgeno(o)t(e)/partner

A.W. barones van Pallandt, Adolphine Wernerdine

kinderen

kinderloos

vader

Jhr.Mr. E.J.B. van Goltstein, Evert Jan Benjamin

geboorteplaats en/of -datum

Arnhem, 21 juni 1751

moeder

F.E.A. van der Capellen, Frederica Everdina Anna

geboorteplaats en/of -datum

Warnsveld, 8 mei 1759

broers en zusters

7 broers en/of zusters (van wie 4 jong gestorven)

beroep grootvader (vaderskant)

  • ambtsjonker van Nijkerk
  • burgemeester van Wageningen
  • raad in de Hof van Gelderland

beroep grootvader (moederskant)

  • burgemeester van Doesburg
  • ordinaris raad van Gelderland, vanaf 1756
  • gecommitteerde bij de Raad van State
  • rechter Ambt-Doesburg, 1780

familierelaties