regeringsgezinden ten tijde van Willem I
functie(s) in de periode 1827-1850: lid Tweede Kamer, Provinciaal Gouverneur, Commissaris van de Koning(in), burgemeester van Amsterdam
Personalia
voornamen (roepnaam)
Fredrik
titulatuur en naam
Mr. F. van de Poll Fredrik
geboorteplaats en -datum
Bloemendaal, 28 september 1780
overlijdensplaats en -datum
Utrecht, 13 november 1853
levensbeschouwing
Waals Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
- regeringsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II)
- conservatief
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat-fiscaal der middelen te water te Amsterdam, van 31 januari 1814 tot december 1822
- directeur der directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnzen voor Noord-Holland, vanaf december 1822
- lid stedelijke raad van Amsterdam, van oktober 1822 tot 1836
- advocaat, rijksadvocaat provincie Noord-Holland, van 1823 tot 1828
- lid Provinciale Staten van Holland, van 1 juni 1826 tot 19 december 1828 (voor de steden, Amsterdam)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 januari 1827 tot 20 oktober 1829 (voor Holland)
- burgemeester van Amsterdam, van 1 januari 1829 tot 13 februari 1836 (benoemd bij K.B. van 19 december 1828)
- lid Provinciale Staten van Holland, van 2 juni 1834 tot oktober 1838 (voor de steden, Amsterdam)
- lid Gedeputeerde Staten van Holland, van 7 juli 1836 tot oktober 1838
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 oktober 1838 tot 19 oktober 1840 (voor Holland)
- Gouverneur van Utrecht, van 1 oktober 1840 tot 1 augustus 1850 (benoemd bij K.B. van 15 september 1840)
- Commissaris des Konings in Utrecht, van 1 augustus 1850 tot 1 september 1850 (eervol ontslag bij K.B. van 22 augustus 1850)
- lid Provinciale Staten van Utrecht, van 20 september 1850 tot 10 mei 1853 (voor de steden, Utrecht)
Nevenfuncties
- kerkmeester Oude-Walekerk, van 1805 tot 1808
- regent Burgerweeshuis
- lid College van Curatoren Atheneum Illustre te Amsterdam, vanaf 7 januari 1829
- lid in buitengewone dienst, Raad van State, van 1831 tot 1 september 1850
- lid rijkscommissie tot het voordragen van verbeteringen voor de handel en scheepvaart te Amsterdam
- lid commissie van erkentenis voor de strijders op de Citadel van Antwerpen en de Schelde
- lid commissie tot de kerkelijke zaken van de Waalse gemeente
- lid College van Curatoren Latijnse scholen
- commissaris over het stadhuis
- commissaris van de wegen en vaarten tussen de zes Noord-Hollandse steden
- vicepresident College van regenten over de gevangenissen
- commissaris van het Entrepôtdok
- lid commissie vanwege de belasting op het personeel
- lid commissie van toezicht over de genees-, heel- en verloskundige school
- president Raad van bestuur Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten
- lid raad van discipline orde van advocaten
- vicepresident Rasphuis
- lid Staatscommissie inzake de financiële gevolgen van de overeenkomst met België, van 9 mei 1839 tot januari 1841
- voorzitter commissie van beheer en toezicht op de droogmaking van de Haarlemmermeer, vanaf 20 mei 1839
- commissaris Hulp- en Waarborg-Pensioenfonds voor de ambtenaren tot de Rijksontvangsten, omstreeks 1842
Opleiding
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 20 september 1798 tot 12 mei 1802
Activiteiten
als parlementariër
- Behoorde in 1839 tot de 12 leden die vóór de (verworpen) ontwerp-Leningwet voor Nederlands-Indië stemden. Na deze verwerping trad minister Van den Bosch af.
- Stemde in 1840 als enige tegen het initiatiefwetsvoorstel-Van Asch van Wijck tot Grondwetswijziging inzake het ledental van Provinciale Staten
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd in 1823 als tweede op de voordracht voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer geplaatst
- Nam in 1836 ontslag als burgemeester van Amsterdam na een conflict met Den Haag over zijn beleid met betrekking tot handhaving van de openbare orde. Bij een executieve verkoop van meubelen in 1835 vanwege belastingschulden waren deurwaarders mishandeld. Hij meende dat kritiek van het Kamerlid Warin op de gang van zaken tegen hem was gericht en vroeg ontslag; feitelijk had Warin kritiek geuit op de inspecteur van belastingen.
- Zijn benoeming tot Gouverneur in 1840 was een genoegdoening voor de affaire in 1835.
- Werd in 1850 tot Statenlid gekozen uit protest tegen zijn ontslag door Thorbecke als Commissaris des Konings
uit de privésfeer
- Zijn vader was koopman, bankier en assuradeur (firma "Harmen van de Poll & Co.")
woonplaats(en)/adres(sen)
- Amsterdam, Keizersgracht
- Bloemendaal, hofstede Zandenhoef (buitenhuis)
ridderorden
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw
- Ridder (met ster) in de Orde van de Eikenkroon
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 1832
rang(en) reserve-officier
- kolonel landstorm, vanaf maart 1833 (Nam deel aan de Tiendaagse veldtocht)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De vindicta privata, ejusque origine, modo, atque fine: ut et vestigiis, quae adhuc supersunt" (dissertatie, 1802)
literatuur/documentatie
- "Levensbeschrijving van mijnen veelgeliefden vader mr. F. van de Poll door hemzelven beschreven" (omstreeks 1851)
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel X, 740
- P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
- gehuwd te Amsterdam, 30 maart 1806 (echtgenote overleden 11 februari 1816)
- gehuwd (tweede huwelijk) te Amsterdam, 23 april 1817
echtgeno(o)t(e)/partner
E. van Vollenhoven, Elisabeth
2e echtgeno(o)t(e)/partner
C.C. Bonn, Clara Catharina
kinderen
- 5 dochters en 2 zoons (uit eerste huwelijk)
- 3 dochters en 6 zoons (uit tweede huwelijk)
vader
H. van de Poll Hz., Harmen
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 3 juli 1750
moeder
M.J. van de Poll, Margaretha Jacoba
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 1 juli 1751
familierelaties
- Zwager van A.J. van Vollenhoven, lid Notabelenvergadering
- Zwager van A. Willink, lid Dubbele Kamer 1840
- Zwager van J.H. van Reenen, Tweede Kamerlid
- Neef van J.W. Dedel, Eerste Kamerlid
- Neef (oomzegger) van J. Wolters van de Poll, lid Wetgevend Lichaam
- Schoonvader van H.H. baron Röell, Commissaris des Konings
- Schoonvader van jhr. G.C.J. van Reenen, Tweede Kamerlid, burgemeester van Amsterdam, minister en vicepresident Raad van State
- Oom van J. Messchert van Vollenhoven, Eerste en Tweede Kamerlid