Mr. F. van de Poll

F. van de Poll
bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

Lid van een voorname Amsterdamse regentenfamilie, die vanaf 1814 bestuurs- en belastingfuncties in Noord-Holland bekleedde en lid van de stedelijke raad van Amsterdam werd. In 1826 Tweede Kamerlid, een functie die hij enige tijd (tot zijn ontslag als Kamerlid in 1829) combineerde met het burgemeesterschap van Amsterdam. Vroeg in 1836 ontslag als burgemeester vanwege kritiek op zijn optreden in een belastingaffaire. Keerde in 1839 terug in het parlement, maar werd in 1840 benoemd tot Gouverneur van Utrecht. Thorbecke vond hem te conservatief en ontsloeg hem in 1853, ondanks zijn populariteit in Utrecht.

regeringsgezinden ten tijde van Willem I
functie(s) in de periode 1827-1850: lid Tweede Kamer, Provinciaal Gouverneur, Commissaris van de Koning(in), burgemeester van Amsterdam

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Fredrik

titulatuur en naam

Mr. F. van de Poll Fredrik

geboorteplaats en -datum

Bloemendaal, 28 september 1780

overlijdensplaats en -datum

Utrecht, 13 november 1853

levensbeschouwing

Waals Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • regeringsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II)
  • conservatief

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat-fiscaal der middelen te water te Amsterdam, van 31 januari 1814 tot december 1822
  • directeur der directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnzen voor Noord-Holland, vanaf december 1822
  • lid stedelijke raad van Amsterdam, van oktober 1822 tot 1836
  • advocaat, rijksadvocaat provincie Noord-Holland, van 1823 tot 1828
  • lid Provinciale Staten van Holland, van 1 juni 1826 tot 19 december 1828 (voor de steden, Amsterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 januari 1827 tot 20 oktober 1829 (voor Holland)
  • burgemeester van Amsterdam, van 1 januari 1829 tot 13 februari 1836 (benoemd bij K.B. van 19 december 1828)
  • lid Provinciale Staten van Holland, van 2 juni 1834 tot oktober 1838 (voor de steden, Amsterdam)
  • lid Gedeputeerde Staten van Holland, van 7 juli 1836 tot oktober 1838
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 oktober 1838 tot 19 oktober 1840 (voor Holland)
  • Gouverneur van Utrecht, van 1 oktober 1840 tot 1 augustus 1850 (benoemd bij K.B. van 15 september 1840)
  • Commissaris des Konings in Utrecht, van 1 augustus 1850 tot 1 september 1850 (eervol ontslag bij K.B. van 22 augustus 1850)
  • lid Provinciale Staten van Utrecht, van 20 september 1850 tot 10 mei 1853 (voor de steden, Utrecht)

Nevenfuncties

  • kerkmeester Oude-Walekerk, van 1805 tot 1808
  • regent Burgerweeshuis
  • lid College van Curatoren Atheneum Illustre te Amsterdam, vanaf 7 januari 1829
  • lid in buitengewone dienst, Raad van State, van 1831 tot 1 september 1850
  • lid rijkscommissie tot het voordragen van verbeteringen voor de handel en scheepvaart te Amsterdam
  • lid commissie van erkentenis voor de strijders op de Citadel van Antwerpen en de Schelde
  • lid commissie tot de kerkelijke zaken van de Waalse gemeente
  • lid College van Curatoren Latijnse scholen
  • commissaris over het stadhuis
  • commissaris van de wegen en vaarten tussen de zes Noord-Hollandse steden
  • vicepresident College van regenten over de gevangenissen
  • commissaris van het Entrepôtdok
  • lid commissie vanwege de belasting op het personeel
  • lid commissie van toezicht over de genees-, heel- en verloskundige school
  • president Raad van bestuur Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten
  • lid raad van discipline orde van advocaten
  • vicepresident Rasphuis
  • lid Staatscommissie inzake de financiële gevolgen van de overeenkomst met België, van 9 mei 1839 tot januari 1841
  • voorzitter commissie van beheer en toezicht op de droogmaking van de Haarlemmermeer, vanaf 20 mei 1839
  • commissaris Hulp- en Waarborg-Pensioenfonds voor de ambtenaren tot de Rijksontvangsten, omstreeks 1842

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 20 september 1798 tot 12 mei 1802

Activiteiten

als parlementariër

  • Behoorde in 1839 tot de 12 leden die vóór de (verworpen) ontwerp-Leningwet voor Nederlands-Indië stemden. Na deze verwerping trad minister Van den Bosch af.
  • Stemde in 1840 als enige tegen het initiatiefwetsvoorstel-Van Asch van Wijck tot Grondwetswijziging inzake het ledental van Provinciale Staten

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in 1823 als tweede op de voordracht voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer geplaatst
  • Nam in 1836 ontslag als burgemeester van Amsterdam na een conflict met Den Haag over zijn beleid met betrekking tot handhaving van de openbare orde. Bij een executieve verkoop van meubelen in 1835 vanwege belastingschulden waren deurwaarders mishandeld. Hij meende dat kritiek van het Kamerlid Warin op de gang van zaken tegen hem was gericht en vroeg ontslag; feitelijk had Warin kritiek geuit op de inspecteur van belastingen.
  • Zijn benoeming tot Gouverneur in 1840 was een genoegdoening voor de affaire in 1835.
  • Werd in 1850 tot Statenlid gekozen uit protest tegen zijn ontslag door Thorbecke als Commissaris des Konings

uit de privésfeer

  • Zijn vader was koopman, bankier en assuradeur (firma "Harmen van de Poll & Co.")

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Amsterdam, Keizersgracht
  • Bloemendaal, hofstede Zandenhoef (buitenhuis)

ridderorden

  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • Ridder (met ster) in de Orde van de Eikenkroon

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 1832

rang(en) reserve-officier

  • kolonel landstorm, vanaf maart 1833 (Nam deel aan de Tiendaagse veldtocht)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"De vindicta privata, ejusque origine, modo, atque fine: ut et vestigiis, quae adhuc supersunt" (dissertatie, 1802)

literatuur/documentatie

  • "Levensbeschrijving van mijnen veelgeliefden vader mr. F. van de Poll door hemzelven beschreven" (omstreeks 1851)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel X, 740
  • P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Amsterdam, 30 maart 1806 (echtgenote overleden 11 februari 1816)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Amsterdam, 23 april 1817

echtgeno(o)t(e)/partner

E. van Vollenhoven, Elisabeth

2e echtgeno(o)t(e)/partner

C.C. Bonn, Clara Catharina

kinderen

  • 5 dochters en 2 zoons (uit eerste huwelijk)
  • 3 dochters en 6 zoons (uit tweede huwelijk)

vader

H. van de Poll Hz., Harmen

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 3 juli 1750

moeder

M.J. van de Poll, Margaretha Jacoba

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 1 juli 1751

familierelaties