Jhr.Mr. J.W.H. Rutgers van Rozenburg

J.W.H. Rutgers van Rozenburg
bron: Persoonlijkheden

CHU-Tweede Kamerlid in het interbellum. Deftige Utrechtse jonkheer, die na advocaat te zijn geweest, burgemeester van Baarn werd. Kwam in 1922 in de Tweede Kamer en hield zich met diverse onderwerpen bezig. In 1923 bood hij De Geer na diens aftreden als minister zijn Kamerzetel aan, maar die maakte daar geen gebruik van. Hetzelfde gebeurde in 1926 na het aftreden van Schokking als minister. Schokking nam dat aanbod wel aan. Rutgers keerde in 1929 terug in de Kamer en bleef tot 1946 lid. Was in het Interbellum penningmeester van de CHU.

CHU
functie(s) in de periode 1922-1946: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

an Willem Hendrik

titulatuur en naam

Jhr.Mr. J.W.H. Rutgers van Rozenburg Jan Willem Hendrik

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 1 september 1874

overlijdensplaats en -datum

Bilthoven (gem. De Bilt), 8 april 1956

levensbeschouwing

Hervormd: midden-orthodox

Partij/stroming

partij(en)

CHU (Christelijk-Historische Unie)

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat en procureur te 's-Gravenhage, van 1900 tot 1902
  • advocaat en procureur te Utrecht, van 1902 tot 1907
  • advocaat en procureur te Baarn, van 1907 tot oktober 1916
  • lid gemeenteraad van Baarn, van 4 september 1907 tot 16 oktober 1916
  • wethouder (van onder meer onderwijs) van Baarn, van 13 augustus 1908 tot 16 oktober 1916 (tot 1 november 1909 tijdelijk wethouder)
  • burgemeester van Baarn, van 16 oktober 1916 tot 1 juli 1923 (benoemd bij K.B. van 3 oktober 1916)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 oktober 1922 tot 1 mei 1926
  • lid Provinciale Staten van Utrecht, van 5 juli 1927 tot 1 september 1941
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1929 tot 9 mei 1933
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 juni 1933 tot 8 juni 1937
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1937 tot 4 juni 1946

Partijpolitieke functies

overzicht

  • penningmeester CHU, van 1918 tot 1940
  • vicefractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1932 tot 28 april 1933
  • vicefractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 oktober 1935 tot 4 juni 1946

Nevenfuncties

  • president-lid curatorium "Baarnsch Lyceum"
  • lid Staatscommissie inzake de radio-omroep (Staatscommissie-Ruijs de Beerenbrouck), vanaf 15 oktober 1925
  • voorzitter Christelijke Vereeniging tot Stichting en Exploitatie van sanatoria "Zonnegloren", van juni 1926 tot 8 april 1956
  • secretaris gezondheidscommissie te Baarn
  • lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Groningen, van 21 februari 1930 tot 1 november 1934

afgeleide functies, presidia etc.

lid bijzondere commissie van onderzoek naar de affaire-Spoorhout (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1933 tot mei 1935 (onduidelijke houtlevering door de N.V. Spoorhout aan de Nederlandse Spoorwegen)

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • gymnasium te Amsterdam

academische studie

  • rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Utrecht, tot 12 december 1899

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer vooral over financiële aangelegenheden (belastingen), binnenlandse zaken, verkeer, justitie en koloniale zaken
  • Voerde in 1931 namens zijn fractie het woord bij de algemene beschouwingen over begroting 1932

opvallend stemgedrag

  • Stemde in 1925 als enige van zijn fractie vóór de ontwerp-Zuiderzeesteunwet
  • Behoorde in 1925 tot de drie leden van zijn fractie die vóór het (verworpen) wetsvoorstel over een staatsgarantie voor een lening van f 1 miljoen aan de organisatie van de Olympische Spelen in Amsterdam stemden
  • In 1930 stemden hij en Lovink als enigen van hun fractie tegen de ontwerp-wet tot wettelijke regeling van de arbeidsbemiddeling

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Tijdens de formatie-De Visser in 1925/1926 gaven in de CHU-Tweede Kamerfractie alleen hij en Van Boetzelaer steun aan het door De Visser bedachte compromis voor het gezantschap bij de Paus
  • Gaf in 1926 vrijwillig zijn zetel op, zodat Schokking na zijn aftreden als minister van Justitie kon terugkeren in de Tweede Kamer

uit de privésfeer

  • Een broer van hem trouwde met een dochter van G.C.D. d'Aumale baron van Hardenbroek, Eerste Kamerlid
  • Zijn broer Louis en zijn zwager jhr. C. Röell, waren burgemeester van Eemnes. Zijn zwager was een zoon van staatsraad W. Röell.

anekdotes en citaten

  • Bij de behandeling van de ontwerp-Bioscoopwet (bescherming tegen de zedelijke gevaren van bioscopen) in 1923 zei hij dat hij een projectielantaarn met stilstaande platen veel nuttiger achtte dan films

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Utrecht, tot 1902
  • Baarn, vanaf 1903 (nog in 1931)
  • Baarn, Sanatoriumweg A 87, omstreeks 1915
  • Bilthoven, Nicolailaan 13, omstreeks 1936 tot 1956

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 december 1934

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

Wie is dat? 1956

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Maartensdijk, 22 februari 1900 (echtgenote overleden 9 augustus 1939)

echtgeno(o)t(e)/partner

G.Ch. barones van Boetzelaer, Godfrieda Charlotte

vader

Jhr. L. Rutgers van Rozenburg, Louis

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 18 augustus 1826

beroep vader

assuradeur

moeder

C.E. Schouwenburg, Catharina Elisabeth

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 25 februari 1838

familierelaties