regeringsgezinden ten tijde van Willem I en Willem II, behoudend (vóór 1848)
functie(s) in de periode 1823-1844: lid Tweede Kamer, minister, lid Raad van State
Personalia
voornamen (roepnaam)
Gerard
titulatuur en naam
Jhr.Mr.Dr. G. Beelaerts van Blokland Gerard
geboorteplaats en -datum
Dordrecht, 5 juli 1772
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 25 februari 1844
Partij/stroming
stroming(en)
- regeringsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II)
- conservatief
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te 's-Gravenhage, van 1794 tot 1802
- procureur-generaal en advocaat-fiscaal Hoge Militaire Vierschaar te Kaap de Goede Hoop, van 1803 tot 1818
- rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Rotterdam, van 1818 tot 1 januari 1823
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 oktober 1823 tot 18 oktober 1841 (1823-1840 voor Holland, 1840-1841 voor Zuid-Holland)
- secretaris Raad van State, van 1 januari 1830 tot 1 juni 1837 (benoemd bij K.B. van 27 december 1829)
- lid Raad van State, van 1 juni 1837 tot 30 september 1837 (benoemd bij K.B. van 29 mei 1837)
- minister van Financiën ad interim, van 1 juni 1837 tot 30 september 1837
- minister van Financiën, van 30 september 1837 tot 9 januari 1840
- lid Raad van State, van 13 januari 1840 tot 25 februari 1844 (benoemd bij K.B. van 9 januari 1849)
ambtstitel
- minister van staat, van 9 januari 1840 tot 25 februari 1844
Nevenfuncties
- lid commissie tot voorziening in het gebrek aan levensmiddelen te Kaap de Goede Hoop, vanaf 1812
- lid gouvernementscommissie tot regeling der rekeningen en comptabliteit van de onderscheidene onderdistricten van Kaap de Goede Hoop
- lid Staatscommissie samenstelling van nieuwe wetboeken
- lid Ridderschap van Holland, vanaf 1823
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1826 tot december 1826
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1827 tot maart 1827
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1827 tot maart 1829
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1829 tot oktober 1829
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1831 tot oktober 1831
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1832 tot oktober 1832
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1836 tot februari 1837
Opleiding
onderwijs buiten schoolverband
huisonderwijs bij grootvader
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 1793 tot 18 juni 1794 (summa cum laude)
- wijsbegeerte, Hogeschool te Utrecht, van 1793 tot 1794
Activiteiten
als parlementariër
- Diende in maart 1827 een initiatiefwetsvoorstel in tot het in werking brengen van art. 7 van Titel IV van Boek I van het Burgerlijk Wetboek (inzake huwelijken); dit voorstel werd in april 1827 wet
- Behoorde in 1832 tot de minderheid die vóór een wetsvoorstel tot verhoging van de accijns op turf stemde. Het wetsvoorstel werd met 34 tegen 15 stemmen verworpen.
- Behoorde in 1834 tot de acht leden die vóór het verworpen wetsvoorstel tot vaststelling van de grondbelasting 1835 stemden. Het wetsvoorstel werd met 44 tegen 8 stemmen verworpen.
- Behoorde in 1838 tot de 16 leden die vóór een door hem als minister verdedigd, maar verworpen wetsvoorstel over het tarief voor de rechten op in- en uit- en doorvoer stemden
- Stemde bij de Grondwetsherziening van 1840 tegen het voorstel inzake de tweejaarlijkse begroting
Wetenswaardigheden
algemeen
- Verdedigde in 1838 tevergeefs een wetsvoorstel over aanleg van spoorwegen op kosten van de Staat. Hijzelf en J. Weerts waren de enige Tweede Kamerleden die vóór stemden.
- Behoorde (als minister/Tweede Kamerlid) in 1839 tot de 12 leden die vóór de (verworpen) ontwerp-Leningwet voor Nederlands-Indië stemden. Na deze verwerping trad minister Van den Bosch af. Liet hierna zelf wegens ziekte verstek gaan bij de behandeling in de Tweede Kamer van een wetsvoorstel inzake een overbruggingskrediet.
- Trad in 1839 af als minister nadat zijn begroting met 51 tegen 1 stem (de zijne) op 23 december 1839 door de Tweede Kamer was verworpen
uit de privésfeer
- Zijn vader behoorde tot de Dordtse regentenklasse
- Een broer van hem was lid van het Hooggerechtshof en van de Hoge Raad
verkiezingen
- Werd in 1841 verslagen door A. van Rijckevorsel. Kreeg in de Staten van Zuid-Holland in de derde stemmingsronde 23 stemmen, tegen 50 voor Van Rijckevorsel.
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1825
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1838
predicaten/adellijke titels
- jonkheer, 23 oktober 1817
bezit van heerlijkheden
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen
- lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Ad privilegium Joannis Bavari, Hansae Teutonicae indultum" (dissertatie, 1794)
literatuur/documentatie
A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel II, 76
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Utrecht, 12 oktober 1802
echtgeno(o)t(e)/partner
Th.J.W. van Riemsdijk, Theodora Jacoba Wilhelmina
kinderen
2 zoons en 2 dochters (en vier jong gestorven kinderen)
vader
Mr. P. Beelaerts van Blokland, Pieter
geboorteplaats en/of -datum
Dordrecht, 9 mei 1744
moeder
M.A. van Beeftingh, Maria Adriana
geboorteplaats en/of -datum
Batavia, 4 november 1744
beroep grootvader (vaderskant)
- lid Oudraad en schepen van Dordrecht
- gedeputeerde ter Staten-Generaal
- lid Gecommitteerde Raden van Holland
familierelaties