Jhr.Mr. J.Æ.A. van Panhuijs

J.Æ.A. van Panhuijs

Vooraanstaande Groningse edelman, de rijkste man in zijn provincie. Was burgemeester van Tietjerksteradeel en, drie jaar, van Groningen. Daarna commissaris van de Koningin in Groningen en kort van Overijssel, om vervolgens te worden benoemd tot vicepresident van de Raad van State. Zijn periode als vicepresident was niet de gelukkigste van zijn loopbaan. Hij nam ontslag om gezondheidsredenen en ging rentenieren. Als landheer van de borg Nienoord was hij geliefd bij de bevolking van Leek. Zijn tragische verdrinkingsdood, nadat de koets waarin hij en zijn vrouw zaten in het Hoendiep was terecht gekomen, werd dan ook zwaar betreurd.

functie(s) in de periode 1883-1896: vicepresident Raad van State, Commissaris van de Koning(in)

Inhoud

  1. Personalia
  2. Hoofdfuncties/beroepen
  3. Nevenfuncties
  4. Opleiding
  5. Wetenswaardigheden
  6. Publicaties van/over
  7. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Johan Æmilius Abraham

titulatuur en naam

Jhr.Mr. J.Æ.A. van Panhuijs Johan Æmilius Abraham

opmerkingen over de naam en/of titel

Had als roepnaam 'Bram'.

geboorteplaats en -datum

Leek, 17 oktober 1836

overlijdensplaats en -datum

Hoogkerk (Gr.), 6 november 1907

begraafplaats en -datum

Midwolde, 11 november 1907 (familiegraf)

Hoofdfuncties/beroepen

  • landeigenaar
  • lid gemeenteraad van Rauwerderhem, van 3 september 1861 tot 2 april 1864
  • wethouder van Rauwerderhem, van september 1863 tot 2 april 1864
  • schoolopziener, achtste schooldistrict van Friesland (Sneek en omgeving), van 26 september 1860 tot 2 april 1864
  • burgemeester van Tietjerkstradeel, van 2 april 1864 tot 16 oktober 1880
  • lid Provinciale Staten van Friesland, van 3 juli 1866 tot oktober 1880 (voor het kiesdistrict Leeuwarden)
  • schoolopziener, eerste schooldistrict van Friesland (Leeuwarden en omgeving), van 1 mei 1868 tot 1 april 1878
  • burgemeester van Groningen, van 16 oktober 1880 tot 1 januari 1883
  • commissaris des Konings (vanaf 23 november 1890: 'der Koningin') in Groningen, van 1 januari 1883 tot 1 januari 1893 (benoemd bij K.B. van 22 december 1882)
  • commissaris der Koningin in Overijssel, van 1 januari 1893 tot 1 augustus 1893 (benoemd bij K.B. van 4 november 1892)
  • vicepresident Raad van State, van 1 augustus 1893 tot 1 januari 1897 (benoemd bij K.B. van 29 juni 1893; eervol ontslag op eigen verzoek bij K.B. van 12 december 1896)
  • lid Raad van Voogdij over H.M. koningin Wilhelmina, van 2 augustus 1893 tot 1 januari 1897

ambtstitel

  • minister van staat, van 28 december 1898 tot 6 november 1907

Nevenfuncties

  • lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Groningen, van 1877 tot mei 1883
  • voorzitter College van Curatoren Rijksuniversiteit Groningen, van mei 1883 tot 1 januari 1893
  • kamerheer in buitengewone dienst van H.M. koningin Wihelmina, tot 6 november 1907

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Stedelijk Gymnasium te Winschoten

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Groningen, tot 3 juli 1859

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Kreeg in 1895 te maken met overspannenheid en moest uiteindelijk ontslag nemen als vicepresident
  • Verdronk toen het rijtuig waarin hij reisde met zijn tweede echtgenote, zijn zoon, diens echtgenote en een huisknecht ten gevolge van dichte mist nabij Hoogkerk in het Hoendiep geraakte. De koningin werd nog dezelfde nacht van het ongeluk op de hoogte gesteld.
  • Zijn zoon Hobbe was burgemeester van Leek
  • Zijn vader was lid van Gedeputeerde Staten van Groningen

verkiezingen

  • Werd in 1903 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Groningen met 23 tegen 18 stemmen verslagen door R.P. Dojes

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Rauwerd, Jongema-State
  • Leek, Huize Nienoord, vanaf 17 oktober 1836 (een nieuwe borg 'Nienoord' werd in 1887 gebouwd, nadat de oude borg in 1846 was afgebrand)
  • Groningen, Hereplein, tot 1892 (ambtswoning)
  • Zwolle, van 1892 tot 1893
  • 's-Gravenhage, van 1893 tot december 1896

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 22 juni 1892

overige onderscheidingen en prijzen

Ridder tweede klasse, Orde van de Gouden Leeuw van het Huis van Nassau, 18 april 1890

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Groninger Studentencorps "Vindicat atque Polit"

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • B. Velema, "Jonkheer Johannes Aemilius Abraham van Panhuys: commissaris des konings in de provincie Groningen 1883-1893" (doctoraalscriptie RUG, 1986)
  • D. Slijkerman, "In dienst van de Kroon" (2001)

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Bergum, 15 december 1859 (echtgenote overleden 3 april 1882)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Leeuwarden, 27 november 1884

echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. C.J. van Sminia, Catharina Johanna

2e echtgeno(o)t(e)/partner

T. Looxma, Trijntje

kinderen

3 dochters en 1 zoon

vader

Jhr. U.W.F. van Panhuys, Ulrich Willem Frederik

geboorteplaats en/of -datum

Groningen, 5 februari 1806

moeder

W.C. barones von Inn- und Kniphausen, Wendelina Cornera

geboorteplaats en/of -datum

Midwolde (bij Leek), 9 november 1805

broers en zusters

5 broers en 1 zuster

familierelaties