Landeigenaar uit een Oost-Friese adellijke familie, die in op Huize Nienoord in Leek woonde. Zat in 1814 namens het departement van de Wester-Eems in de Notabelenvergadering en was nadien gedeputeerde van Groningen.
Mr. H.C. von Inn- und Kniphausen
functie(s) in de periode 1814: lid notabelenvergadering
Inhoud
Personalia
voornamen (roepnaam)
Haro Casper
titulatuur en naam
Mr. H.C. von Inn- und Kniphausen Haro Casper
geboorteplaats en -datum
Ulrum, 14 april 1777
overlijdensplaats en -datum
Leek, 3 januari 1842
Hoofdfuncties/beroepen
- landeigenaar
- lid Vergadering van Notabelen, 29 en 30 maart 1814 (voor het departement Wester-Eems)
- houtvester
- lid Provinciale Staten van Groningen, van 19 september 1814 tot 1 juli 1827 (voor de Ridderschap)
- lid Gedeputeerde Staten van Groningen, van 15 oktober 1814 tot 1 juli 1825
Nevenfuncties
lid Ridderschap van Groningen, vanaf 1814
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
- Zijn vader was gedeputeerde van Groningen en lid van de Provinciale Rekenkamer
woonplaats(en)/adres(sen)
Leek, huize Nienoord
predicaten/adellijke titels
- baron
bezit van heerlijkheden
- heer van Nienoord en Vredewold
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd (ondertrouw) te Ulrum, 20 mei 1802
echtgeno(o)t(e)/partner
S.E. Alberda van Bijma, Susanna Elisabeth
kinderen
2 zoons en 1 dochter
vader
F.F. baron von Inn- und Kniphausen, Ferdinand Folef
moeder
A.M. Graafland, Anna Maria
familierelaties
- Zwager van E.J. Lewe van Middelstum, lid Notabelenvergadering
- Zwager van J.H.L. baron d'Aulnis de Bourouill, lid Notabelenvergadering en buitengewoon lid Staten-Generaal
- Zwager van E.J. Alberda van Bloemersma, staatsraad
- Aangetrouwde neef van B.W. van Welderen Rengers, buitengewoon lid Staten-Generaal
- Aangetrouwde neef van J.F. van Iddekinge, lid Notabelenvergadering
- Aangetrouwde neef van J.H. van Zuylen van Nijevelt, lid Notabelenvergadering
- Aangetrouwde neef van J.S.Tj. Camstra baron thoe Schwarzenberg en Hohenlandsberg, lid Notabelenvergadering en buitengewoon lid Staten-Generaal
- Grootvader van jhr. J.Æ.A. van Panhuys, Commissaris van de Koningin en vicepresident Raad van State