Mr. J.E. baron van Panhuijs

J.E. baron van Panhuijs
bron: Rijksarchief Leeuwarden

Groningse edelman en rechter, die in de Tweede Kamer tot de hervormingsgezinde leden behoorde. Steunde in 1844 dan ook het agenderen van het voorstel van Thorbecke c.s. (de 'Negenmannen') tot herziening van de Grondwet. Nadat die Grondwet in 1848 herzien was Gouverneur en vanaf 1850 Commissaris des Konings in Friesland, welke functie hij tot 1878 bekleedde. In 1874 bij het vijfentwintigjarig regeringsjubileum van de koning verheven tot baron.

liberaal
functie(s) in de periode 1840-1878: lid Tweede Kamer, Provinciaal Gouverneur, Commissaris van de Koning(in)

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Jan Ernst

titulatuur en naam

Mr. J.E. baron van Panhuijs Jan Ernst

wijziging in naam en/of titulatuur

J.E. van Panhuijs

geboorteplaats en -datum

Groningen, 12 juli 1808

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 25 oktober 1878

Partij/stroming

stroming(en)

  • "financiële oppositie" (ten tijde van koning Willem I en koning Willem II)
  • liberaal

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat en procureur te Groningen, van 1833 tot 1 oktober 1838
  • rechter Arrondissementsrechtbank te Winschoten, van 1 oktober 1838 tot 1 december 1848
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 oktober 1840 tot 13 december 1848 (voor de provincie Groningen)
  • Gouverneur van Friesland, van 1 december 1848 tot 20 december 1849
  • Commissaris des Konings in Friesland, van 1 augustus 1850 tot 9 juni 1878

Nevenfuncties

  • lid Staatscommissie tot onderzoek van de rekening der koloniale remises, 1842
  • lid Staatscommissie tot onderzoek van de rekening der koloniale remises, 1844
  • lid College van Curatoren Hogeschool te Groningen, van 16 april 1849 tot 25 oktober 1878

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1846 tot februari 1847
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1847 tot maart 1848
  • lid Commissie van Rapporteurs voor de voorstellen tot Grondwetsherziening (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 16 maart 1848 tot september 1848

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht, Hogeschool te Groningen, van 27 december 1825 tot september 1830
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 14 september 1830 tot 29 juni 1833

Activiteiten

als parlementariër

  • Behoorde in 1843 tot de 24 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1844 en 1845 stemden. De begroting werd met 33 tegen 24 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden
  • Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemden, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening
  • Behoorde in 1844 tot de meerderheid die tegen een wetsvoorstel stemde over het doen van huiszoekingen in het kader van de accijns op vlees. Het wetsvoorstel werd met 27 tegen 26 stemmen verworpen.
  • Beantwoordde in 1845 de vraag of er vanuit de Tweede Kamer een voorstel tot Grondwetsherziening moest worden gedaan met "ja"
  • Behoorde in 1845 tot de 19 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1846 en 1847 stemden. De begroting werd met 37 tegen 19 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen.
  • Behoorde in 1847 tot de 23 leden die tegen hoofdstuk IV (Justitie) van de begroting voor 1848 en 1849 stemden. De begroting werd met 35 tegen 23 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen.
  • Stemde in 1848 tegen de hoofdstukken II en IV van de nieuwe Grondwet

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Zijn vader was kapitein der infanterie, rentmeester van de Stad Groningen en Statenlid in Groningen
  • Zijn broer Ulrich was lid van Gedeputeerde Staten van Groningen

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Groningen, van april 1848 tot november 1848
  • Leeuwarden, van november 1848 tot juni 1878
  • 's-Gravenhage, van juni 1878 tot 12 juli 1878

ridderorden

  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, mei 1873
  • Grootofficier in de Orde van de Eikenkroon

predicaten/adellijke titels

  • baron, 12 mei 1874

militaire dienst

  • vrijwilliger mobiele leger (nam in 1831 deel aan de Tiendaagse Veldtocht)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"De tributis" (dissertatie, 1833)

literatuur/documentatie

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel X, 708

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Groningen, 8 december 1838 (echtgenote overleden 17 mei 1840)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Groningen, 28 december 1847

echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. M.A. Alberda van Ekenstein, Maria Albertina

2e echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. A.C. Alberda van Ekenstein, Anna Catharina

kinderen

  • 1 zoon (uit eerste huwelijk)
  • 2 zoons en 3 dochters (uit tweede huwelijk; 1 zoon en 2 dochters jong overleden)

vader

Jhr. A. van Panhuys, Abraham

geboorteplaats en/of -datum

Maastricht, 17 februari 1774

moeder

B.E.H. Polman Gruys, Bernardina Ernestina Harmanna

geboorteplaats en/of -datum

Groningen, 10 juni 1775

familierelaties