ARP, CDA
functie(s) in de periode 1952-1981: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister
Personalia
titulatuur en naam
Dr. I.A. Diepenhorst Isaäc Arend (Isaäc)
opmerkingen over de naam en/of titel
Had als koosnaam "Iekje", volgens andere bronnen (ook) "Ietje"
geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 18 juli 1916
overlijdensplaats en -datum
Zeist, 21 augustus 2004
levensbeschouwing
Gereformeerd
Partij/stroming
partij(en)
- ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 11 oktober 1980
- CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980
Hoofdfuncties/beroepen
- assistent van prof.mr. V.H. Rutgers, hoogleraar Romeins recht en strafrecht, Vrije Universiteit, van 1940 tot 1945 (verzorgde vanaf 1943 colleges en nam tentamens af)
- hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 10 oktober 1945 tot 14 april 1965
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 15 juli 1952 tot 14 april 1965 (in 1955 opnieuw lid per 27 september)
- rector magnificus Vrije Universiteit te Amsterdam, van 21 september 1960 tot 20 september 1961
- minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 14 april 1965 tot 5 april 1967
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 februari 1967 tot 10 mei 1971
- buitengewoon hoogleraar algemene staatsleer en parlementaire geschiedenis, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 23 februari 1967 tot 28 september 1984
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 17 september 1974
- rector magnificus Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1 september 1972 tot 1 september 1976
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 29 oktober 1974 tot 10 juni 1981 (in 1980 opnieuw lid per 14 oktober)
Partijpolitieke functies
overzicht
- fractiesecretaris ARP Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 3 maart 1959 tot 19 september 1961
Nevenfuncties
- columnist NCRV-radio (verzorgde de rubriek "Volk en Staat"), van 1951 tot 1963
- lid bestuur vereniging voor blinden, slechtzienden en meervoudig gehandicapten "Bartiméus", van 1951 tot 1954
- lid redactieraad "Centraal Weekblad ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland", vanaf januari 1953
- lid bestuur Centrale Bond van Inwendige Zending en Christelijk Maatschappelijk Werk, vanaf oktober 1953
- voorzitter vereniging voor blinden, slechtzienden en meervoudig gehandicapten "Bartiméus", van 1954 tot april 1965
- lid Staatscommissie inzake nadere Grondwetswijziging betreffende de buitenlandse betrekkingen (Staatscommissie-Kranenburg), van 1 oktober 1954 tot 1955
- voorzitter commissie onderzoek vereisten scholen voor maatschappelijk werk, vanaf mei 1958
- lid Commissie Vraagstukken Subsidiëring Maatschappelijk Werk, omstreeks 1958
- forumleider NCRV-televisie (begin jaren '60)
- lid Commissie Radio- en Televisiewetgeving (Commissie-Scholten), van 7 april 1961 tot 5 november 1963
- lid Onderwijsraad, van januari 1961 tot april 1965 (voorzitter afdeling opleidingen maatschappelijk werk)
- voorzitter Interkerkelijke Commissie voor de Geestelijke Verzorging in de Inrichtingen van Justitie, van 1961 tot 1965
- voorzitter Vereniging van Reclasseringsinstellingen, van 1 juni 1961 tot 14 april 1965
- voorzitter Interkerkelijke Commissie voor de Geestelijke Verzorging in de Inrichtingen van Justitie, van 1967 tot 1989
- voorzitter vereniging voor blinden, slechtzienden en meervoudig gehandicapten "Bartiméus", van 1967 tot 1989
- kroonlid Academische Raad, vanaf juli 1967
- lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 1968 tot januari 1972
- voorzitter bestuur Stichting Academisch Ziekenhuis te Utrecht, van 1968 tot 1 februari 1972
- voorzitter Onderwijsraad, van 18 januari 1969 tot 1 augustus 1986
- voorzitter Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, van 1970 tot 1989
- decaan Juridische Faculteit, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1976 tot 1984
- functies op het gebied van de zending
- lid van verscheidene kerkelijke deputaatschappen
- medewerker weekblad "Elsevier"
- mede-eigenaar familiebedrijf (lingeriewinkels)
- voorzitter Stichting Vrienden van de Portugees Israëlitische Synagoge
afgeleide functies, presidia etc.
- voorzitter commissie van rapporteurs voor de begroting van Justitie 1957 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van februari 1957 tot maart 1957
- lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 9 december 1958 tot 14 april 1965
- voorzitter commissie van rapporteurs voor de begroting van Justitie 1959 (Eerste Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter commissie van rapporteurs voor het wetsontwerp Wet installaties Noordzee (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1964 tot december 1964
- voorzitter commissie van rapporteurs voor het de ontwerp-Wet op de kansspelen (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van november 1964 tot december 1964
- voorzitter bijzondere commissie voor de Nota over een nieuw militair strafprocesrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 6 december 1967 tot 10 mei 1971
- voorzitter bijzondere commissie voor het voorstel van wet van de leden Dijkstra en Goudsmit tot wijziging van de Wegenverkeerswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 12 december 1968 tot 10 mei 1971
- voorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp wijziging van de Wet Medisch Tuchtrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 11 februari 1969 tot 10 mei 1971
- plaatsvervangend voorzitter vaste commissie voor Maatschappelijk Werk (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 25 mei 1971 tot 20 september 1977
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
beschermheer oratorische vereniging P.A.L.L.A.S.
Opleiding
voortgezet onderwijs
- "Christelijk Lyceum" te Zeist, tot 1934
academische studie
- theologie (kandidaats), Vrije Universiteit te Amsterdam, van 20 september 1934 tot 15 maart 1940
- Nederlands recht (doctoraal), Vrije Universiteit te Amsterdam, van 20 september 1934 tot 27 september 1937
promotie
- rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit te Amsterdam, 10 juni 1943
Activiteiten
als parlementariër
- Hield zich als Eerste Kamerlid in de periode 1952-1965 vooral bezig met justitie, (hoger) onderwijs en maatschappelijk werk
- Was in 1953 woordvoerder van zijn fractie bij de behandeling van de ontwerp-Zondagswet
- Was woordvoerder justitie, hoger onderwijs en wetenschapsbeleid van de ARP-Tweede Kamerfractie. Voerde in 1969 het woord bij het interpellatiedebat over de bezetting van het Maagdenhuis en was in hetzelfde jaar woordvoerder bij het debat over de zgn. Excessennota over mogelijke misdragingen van Nederlandse militairen in Nederlands-Indië.
- Was in de periode 1971-1981 woordvoerder justitie van de CDA-Eerste Kamerfractie. Hield zich ook bezig met hoger en wetenschappelijk onderwijs en maatschappelijk werk.
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1952 tot de meerderheid van zijn fractie die bij de tweede lezing van de grondwetsherziening tegen het (verworpen) wetsvoorstel inzake uitbreiding van het ledental van de Tweede Kamer stemde
- Stemde in 1956 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel over het gebruik van Fries in het rechtsverkeer
- Stemde in 1957 als enige van zijn fractie vóór de ontwerp-Wet grootboek woningverbetering
- Stemde in 1958 als enige van zijn fractie tegen een wetsvoorstel over de universitaire studie notariaat
- In 1960 stemden hij en Schipper als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) wijziging van de Loterijwet, waardoor de voetbaltoto werd gelegaliseerd. Behoorde in 1961 eveneens tot de meerder heid van zijn fractie die vóór stemde.
- Stemde in 1962 als enige van zijn fractie vóór de herziening van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst
- Behoorde in 1963 tot de meerderheid van zijn fractie die vóór de ontwerp-Wet op het Voortgezet Onderwijs ('Mammoetwet') stemde
- In 1963 stemden hij en De Gaay Fortman als enigen van hun fractie tegen een wetsvoorstel waardoor aan economische hogescholen een juridische faculteit zou kunnen worden ingericht
- Stemde in 1968 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel tot verhoging van de schadeloosstelling aan Tweede Kamerleden
- Behoorde in 1972 met De Gaay Fortman en Tjeerdsma tot de minderheid van zijn fractie die tegen het voorstel tot schrapping uit de Grondwet van het artikel over de bezoldiging van predikanten stemde
- Behoorde in 1975 tot de drie leden van zijn fractie die tegen de ontwerp-Wet op het bibliotheekwezen stemden
- Stemde in 1975 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel tot verlenging van de leerplicht tot tien jaar
- In 1977 stemden hij en Christiaanse als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) voorstel-De Geer van Oudegein om de behandeling van de grondwetsherziening uit te stellen
- Behoorde in 1979 tot de zes leden van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel Herziening van de wet op de ondernemingsraden stemden
- Behoorde in 1980 tot de tien leden van zijn fractie die vóór de ontwerp-Sanctiewet stemden
- Stemde in 1980 tijdens de eerste lezing van de Grondwetsherziening tegen het voorstel over het verlenen van kiesrecht aan niet-Nederlandse ingezetenen voor de gemeenteraad
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Bracht in 1965 een nota naar aanleiding van de ontwikkelingsplannen van universiteiten uit. Daarin staat dat er een sterke toename van het aantal studenten is te verwachten (in 1970 25 procent meer dan in 1959 werd geschat) en dat de studieduur daarom moet worden bekort. Tevens zal het investeringsschema en bouwprogramma voor universiteiten worden herzien. (8.131)
- Op 7 juli 1966 verwierp de Tweede Kamer met 80 tegen 49 stemmen het door hem verdedigde wetsvoorstel tot instelling van een numerus clausus voor studenten geneeskunde en tandheelkunde. Vanwege de sterke stijging van het aantal medische studenten moest selectie mogelijk worden op basis van eindexamencijfers. Kwam daarna met een noodwetje. (8.508)
- Diende in 1966 samen met staatssecretaris Grosheide de ontwerp-Overgangswet Voortgezet Onderwijs over invoering van de Mammoetwet in. Dit voorstel werd door zijn opvolger Veringa in het Staatsblad gebracht. (8.453)
- Stelde in 1966 een commissie-Van Walsum in die advies moest uitbrengen over de oprichting en vestigingsplaats van een achtste medische faculteit
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1966 de Wet instelling van een Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid (Stb. 227) tot stand. Deze raad adviseert de regering over beleidsvraagstukken op het gehele terrein van de wetenschapsbeoefening. (8.355)
- Bracht in 1966 een wet (Stb. 267) Bijzondere voorziening van tijdelijke aard m.b.t. de vestiging te Rotterdam van een rijksinstelling van wetenschappelijk onderwijs, omvattende de faculteit der geneeskunde tot stand. Hierdoor komt er in Rotterdam, vanwege de stijging van het aantal studenten, een zevende medische faculteit. Met de bestaande faculteiten in de economie, rechten en sociologie wordt tevens de basis gelegd voor de omvorming van de Nederlandse Economische Hogeschool naar een universiteit. (8.490)
Wetenswaardigheden
algemeen
- Was in oktober 1960 medeondertekenaar van een open brief, waarin dertig gereformeerden opriepen tot 'verootmoediging' (verzoening met Indonesië)
uit de privésfeer
- Promoveerde bij prof. A. Anema, zijn latere fractiegenoot
- Statige betoogtrant, doorspekt met archaïsmen, citaten en grapjes; sprak zijn lange, ingewikkelde zinnen zonder moeite uit met een kenmerkend stemgeluid met rollende 'r's en galmende domineesstem
- Zijn broer, A.I. Diepenhorst, was hoogleraar bedrijfshuishoudkunde in Rotterdam (1962-1984). Hij overleed enkele weken vóór zijn oudere broer I.A.
anekdotes en citaten
- Droeg, in tegenstelling tot veel tijdgenoten, nooit een hoed. Had dat in zijn studententijd wel gedaan, maar omdat hij die steeds vergat, ging hij verder maar blootshoofd door het leven.
- Wees in de zomer van 1966 als waarnemend minister van Buitenlandse Zaken de Chinese zaakgelastigde uit, nadat in de ambassade het lijk van een (onder verdachte omstandigheden gestorven) Chinees was verborgen. Via de telefoon had Luns hem vanuit Togo gemeld over de zaakgelastigde: 'Je moet hem nooit laten gaan'. Door de slechte telefoonverbinding had Diepenhorst verstaan 'Je moet hem maar laten gaan'.
- In de krappe behuizing aan het Binnenhof hadden de meeste Tweede Kamerleden geen eigen kamer. Hij installeerde zich echter direct in één van de ruimtes van de ARP-fractie, om die vervolgens als zijn 'kantoor' te gebruiken
- In zijn overlijdensadvertentie stond de tekst: "De prettige omgang met velen, het mij soms geschonken vertrouwen en in het bijzonder de hartelijkheid van hen die mij na stonden, heb ik ten zeerste gewaardeerd."
verkiezingen
- Werd in 1952, 1955, 1956 en 1963 en in 1971, 1974 en 1980 tot Eerste Kamerlid gekozen door Groep I: Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht en Limburg
niet-aanvaarde politieke functies
- minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, juli 1963
woonplaats(en)/adres(sen)
- Rotterdam (jeugdjaren)
- Zeist, Wilhelminalaan 4c, van 1922 tot augustus 2004
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 27 april 1962
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 17 april 1967
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 3 juni 1986
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid oratorische vereniging I.U.M.B.O.
hobby's
lezen van Engelstalige biografieën
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "Historisch-critische bijdrage tot den leer van den christelijken staat" (dissertatie, 1943)
- "Het probleem van de moderne oorlog"
- "Religiedelicten" (oratie, 1945)
- "De verhouding tusschen kerk en staat in Nederland" (1946)
- "De oecumene" (1947)
- "Algemeene genade en antithese" (1947)
- "Sociale zekerheid en financiering" (1949)
- "Kerk en communisme in Rusland" (1949)
- "Hernieuwde bezinning: een pleidooi voor aansluiting der Gereformeerde Kerken in Nederland bij de Wereldraad van Kerken" (1950)
- "Hoe bereiken wij de communisten met het evangelie?" (1951)
- "De boodschap van Rusland en het Christelijk antwoord" (1951)
- "De actuele betekenis der Reformatie" (1951)
- "Humanisme en humanistische 'geestelijke verzorging'" (1952)
- "Het vraagstuk van de oorlog" (1953)
- "De lichamelijke opvoeding en de sport" (1955)
- "Christelijke politiek" (1958)
- "De geprangde universiteit" (1960)
- "Vragen van reclassering" (1960)
- "Betrekkelijk of volstrekt" (1960)
- "Commerciële televisie in perspectief" (1961)
- "In de schaduw der vernietiging" (1962)
- "De emancipatie van de vrouw" (1965)
- "Universiteit en wetenschap in beweging" (1969)
- "De aangevochten staat" (1972)
- "Rekenschap" (afscheidscollege, 1984)
- "Ja heb je" (1986)
literatuur/documentatie
- W. Slagter, "Diepenhorst, Isaäc Arend (1916-2004)", in Biografisch Woordenboek van Nederland, deel VI (digitale versie)
- F. van der Molen, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1970)
- Frank Vermeulen, "Met emeritaat", NRC Handelsblad, 13 oktober 1987
- Hans Goslinga, "Rethorisch met libertair trekje. In memoriam I.A. Diepenhorst 1916-2004", Trouw, 23 augustus 2004
- J.M. Bik, "Marathonspreker. I.A. Diepenhorst (1916-2004)", NRC Handelsblad, 23 augustus 2004
- W. Aantjes, "I.A. Diepenhorst (1916-2004), politicus sui generis", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2005, 132
- Ned. Patriciaat, 1962
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
ongehuwd
vader
Mr. G.A. Diepenhorst, Gerrit Arnoldus
geboorteplaats en/of -datum
Strijen, 11 juni 1889
moeder
S.R. Mulder, Serefina Roelofje
geboorteplaats en/of -datum
Ridderkerk, 26 januari 1891
broers en zusters
1 broer
beroep grootvader (vaderskant)
landbouwer en vlashandelaar
familierelaties