Dr. C.L. (Connie) Patijn

C.L. Patijn
bron: Beeldbank Nationaal Archief

PvdA-Tweede Kamerlid en staatsraad. Telg uit oude vooraanstaande patriciërsfamilie met grote public spirit. Topambtenaar op Economische Zaken en Buitenlandse Zaken. Protestants-christelijk orangist. Brak na de oorlog met andere CHU'ers door naar de PvdA. Als Tweede Kamerlid woordvoerder buitenlandse zaken. Werd tot zijn teleurstelling in 1965 geen staatssecretaris. Sinds eind jaren zestig partijloos. Hoogleraar volkenrecht in Utrecht en later staatsraad in buitengewone dienst. Vader van Schelto en Michiel Patijn.

PvdA
functie(s) in de periode 1956-1978: lid Tweede Kamer, staatsraad in buitengewone dienst

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Constantijn Leopold (Connie)

titulatuur en naam

Dr. C.L. Patijn Constantijn Leopold (Connie)

geboorteplaats en -datum

's-Gravenhage, 28 september 1908

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 7 september 2007

levensbeschouwing

Hervormd: midden-orthodox

Partij/stroming

partij(en)

  • CHU (Christelijk-Historische Unie)
  • PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 9 februari 1946 (tot eind jaren zestig)

Hoofdfuncties/beroepen

  • adjunct-secretaris Economische Raad, van 1937 tot 1945
  • chef kabinet van de minister van Handel en Nijverheid (vanaf juni 1946 Economische Zaken), van 1945 tot 16 december 1946
  • directeur algemene zaken, ministerie van Economische Zaken, van 16 december 1946 tot 1 juni 1947
  • raadadviseur en directeur-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen, ministerie van Economische Zaken, van 1 juni 1947 tot 1 januari 1950
  • directeur internationale organisaties, ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1 januari 1950 tot 1 november 1956 (vanaf november 1956 tot 1 juli 1967 raadadviseur op non-actief)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 6 november 1956 tot 22 februari 1967
  • buitengewoon hoogleraar volkenrecht (vanaf 1961 leer der internationale politieke betrekkingen, 1961-1963 tevens recht der internationale organisaties), Rijksuniversiteit Utrecht, van 1 oktober 1960 tot 1 juli 1972
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, van 1 september 1975 tot 1 oktober 1978 (benoemd bij K.B. van 6 augustus 1975)

Partijpolitieke functies

overzicht

  • lid PvdA-studiecommissie "Oorlog en Vrede in het atoomtijdperk", van 1961 tot 1962
  • lid PvdA-studiegroep "Een politiek voor vrede", van februari 1967 tot september 1967

Nevenfuncties

  • lid Comité-Scholten (groep jongeren uit politieke partijen, die onder zijn leiding spraken over de naoorlogse politiek; deelnemers o.a. Schermerhorn, Wiardi Beckman en Kolfschoten)
  • lid Grootburgercomité, van december 1941 tot 1 april 1943
  • lid Staatscommissie reorganisatie van het hoger onderwijs (Staatscommissie-Reinink), van 1 mei 1946 tot juli 1947
  • afgevaardigde Algemene Vergadering der Verenigde Naties, van 1947 tot 1956 (vicevoorzitter financieel-economische commissie)
  • lid VN-commissie inzake rassendiscriminatie, omstreeks 1952
  • kamerheer in buitengewone dienst van H.M. de Koningin, vanaf 1 juli 1955
  • voorzitter Nederlandse Federatie voor Vluchtelingenhulp, omstreeks 1959
  • lid Commissie Radio- en Televisiewetgeving (Commissie-Scholten), van 7 april 1961 tot 5 november 1963
  • voorzitter commissie internationale zaken, Oecomenische Raad, omstreeks 1963
  • lid Nationale Raad van Advies inzake Hulpverlening aan minder-ontwikkelde landen, van 26 januari 1964 tot 1970
  • lid/voorzitter Nationale Adviesraad voor Ontwikkelingssamenwerking, van december 1970 tot 4 september 1978

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa en West-Europese Unie, van 16 oktober 1957 tot 1 april 1967
  • voorzitter begrotingscommissie voor Buitenlandse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 2 oktober 1963 tot 20 september 1966
  • voorzitter bijzondere commissie inzake ministeriële verantwoordelijkheid voor leden van het Koninklijk Huis (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 19 mei 1964 tot juni 1966
  • voorzitter vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 3 oktober 1966 tot 22 februari 1967

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

erelid Nationale Adviesraad voor Ontwikkelingssamenwerking, vanaf 1978

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Christelijk Gymnasium te 's-Gravenhage

academische studie

  • Nederlands recht, Rijksuniversiteit Utrecht, tot 29 juni 1933

promotie

  • rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Utrecht, 3 januari 1937 (cum laude)

Activiteiten

als parlementariër

  • Was buitenland-woordvoerder van de PvdA-Tweede Kamerfractie. Hield zich ook bezig met justitie en zaken betreffende het koninklijk huis.
  • Was in 1957 één van de woordvoerders van zijn fractie bij de behandeling van het wetsvoorstel tot goedkeuring van het E.E.G.-verdrag
  • Voerde in 1963 namens zijn fractie het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel tot goedkeuring van het algemene verdrag met Duitsland ('Generalbereinigung')

opvallend stemgedrag

  • Stemde in 1960 als enige van zijn fractie tegen een amendement van zijn fractiegenoot Vermooten om sociale wetenschappen als achtste faculteit aan een universiteit mogelijk te maken
  • In 1963 stemden hij en Goedhart als enigen van hun fractie vóór een motie-Van Someren-Downer over een commercieel tweede tv-net

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Toen de PvdA hem bij de formatie van het kabinet-Cals niet voordroeg als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken voelde hij zich zeer gegriefd

uit de privésfeer

  • Promoveerde bij prof. J.H.W. Verzijl
  • Zijn derde zoon, Jacob Adriaan Nicolaas, was burgemeester van achtereenvolgens Dodewaard, Doesburg en Naarden
  • Zijn echtgenote was actief in leesclubs voor socialistische vrouwen

anekdotes en citaten

  • In het debat over het EEG-verdrag in 1957 ging PvdA-afgevaardigde Nederhorst een kwartier over de afgesproken tijd heen. Voor hem resteerde toen nog maar een kwartier, waarin hij zijn tekst van een half uur over de monetaire unie afraffelde, zodat deze toch geheel in de Handelingen kon worden opgenomen.

woonplaats(en)/adres(sen)

  • 's-Gravenhage, Van Ouwenlaan 30, omstreeks 1955 (nog in 1963)
  • 's-Gravenhage, C. Laseurlaan 73

ridderorden

  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 29 april 1952
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 5 juni 1957
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 4 september 1978

vermogenspositie

vermogend

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid werkgeversnetwerk Tafelronde (omstreeks 1963)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "De Japanse penetratie in Mantsjoerije als volkenrechtelijk probleem" (dissertatie, 1937)
  • "Politieke aspecten van het atoomtijdperk" (1959)
  • "Op de grens van recht en politiek" (1961)
  • "Inleiding in de leer der internationale politieke betrekkingen" (1971)

literatuur/documentatie

  • J.L. Heldring, "Doorgebroken 'Europeaan'. Connie Patijn (1908-2007)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2008, 127-129
  • H. de Liagre Böhl, "Connie Patijn (1908-2007). Netwerker in buitenlandse zaken" (2023)
  • Wie is dat? 1956
  • Ned. Patriciaat, 1964

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Brummen, 4 oktober 1933

echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. S.M. van Citters, Sara Maria

kinderen

5 zoons en 1 dochter

vader

Mr. R.J.H. Patijn, Rudolf Johan Hendrik

geboorteplaats en/of -datum

Maarsseveen, 9 december 1863

moeder

Jkvr. E.H.M. de Jonge, Elisabeth Henriëtta Maria

geboorteplaats en/of -datum

's-Gravenhage, 11 november 1869

broers en zusters

3 broers en 1 zus

beroep grootvader (moederskant)

advocaat-generaal bij de Hoge Raad

familierelaties

  • Zoon van R.J.H. Patijn, Tweede Kamerlid en secretaris-generaal
  • Vader van Schelto Patijn, Tweede Kamerlid, Commissaris van de Koningin en burgemeester van Amsterdam
  • Vader van Michel Patijn, staatssecretaris en Tweede Kamerlid
  • Schoonzoon van jhr. S. van Citters, Eerste en Tweede Kamerlid en Commissaris van de Koningin
  • Neef van J.H. Patijn, secretaris-generaal
  • Neef (oomzegger) van J.A.N. Patijn, burgemeester van 's-Gravenhage en minister
  • Kleinzoon van J.G. Patijn, Tweede Kamerlid en Commissaris van de Koningin