antirevolutionair, Vrij-AR, CHP, CHU
functie(s) in de periode 1879-1913: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK
Personalia
voornamen (roepnaam)
Alexander
titulatuur en naam
A. baron van Dedem Alexander
opmerkingen over de naam en/of titel
Ook wel: Van Dedem van den Berg
geboorteplaats en -datum
Dalfsen, 7 februari 1838
overlijdensplaats en -datum
Brummen (Gld.), 1 maart 1931
begraafplaats en -datum
Dalfsen, 3 maart 1931
levensbeschouwing
Hervormd
Partij/stroming
partij(en)
- ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot november 1896
- VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), van november 1896 tot 16 april 1903
- CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
- CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908
Hoofdfuncties/beroepen
- tweede luitenant bij de dragonders te Arnhem, van 1859 tot 1862
- eerste luitenant bij de dragonders te Venlo, vanaf 1862
- eerste luitenant bij de Generale Staf, van 1864 tot 1876 (ontslag op verzoek)
- landeigenaar en herenboer te Dalfsen, vanaf 1876
- lid gemeenteraad van Dalfsen, omstreeks 1879 (nog in 1885)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1879 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Zwolle)
- voorzitter antirevolutionaire Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 december 1879 tot september 1881
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Zwolle)
- lid Provinciale Staten van Overijssel, van 6 juli 1886 tot 6 juli 1904 (voor het kiesdistrict Dalfsen)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Zwolle)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Zwolle)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Zwolle)
- voorzitter antirevolutionaire Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van maart 1890 tot 15 september 1891
- voorzitter antirevolutionaire Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1892 tot 20 maart 1894
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 16 september 1913 (voor het kiesdistrict Zwolle)
- lid Provinciale Staten van Overijssel, van 1 juli 1913 tot 1 juli 1919 (voor het kiesdistrict Dalfsen)
- lid Gedeputeerde Staten van Overijssel, van 2 juli 1913 tot 1 juli 1919
officiersrangen
- tweede luitenant der cavallerie, van 1859 tot 1864
- eerste luitenant der cavallerie, van 1864 tot 1876
Nevenfuncties
- lid hoofdbestuur Boerenbond
- lid Staatscommissie inzake de toestand van de landbouw, van 1886 tot 1890
- lid Centrale Commissie voor de Statistiek, vanaf november 1892 (nog in 1901)
- lid Centrale Watersnood-commissie in Overijssel, 1894
- lid Staatscommissie onderzoek naar de financiële toestand van de gemeenten, van 7 juli 1903 tot december 1906
- voorzitter Staatscommissie voor de binnenschipperij, van 28 mei 1905 tot januari 1912
- lid Raad van Commissarissen Maatschappij tot Exploitatie der Staatsspoorwegen, omstreeks 1909 en nog in 1915
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1885 tot september 1885
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1889 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1889 tot september 1889
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Financiële-Verhoudingswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), tot 1897
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1899 tot april 1899
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1902 tot september 1902
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IX (Waterstaat, Handel en Nijverheid) 1902 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen 1903 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1904 tot februari 1905
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IX (Waterstaat, Handel en Nijverheid) 1904 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1905 tot juni 1905
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IX (Waterstaat) 1909 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1909 tot mei 1910
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk IX (Waterstaat) 1912 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1912 tot september 1912
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1913 tot juni 1913
Opleiding
hoger beroepsonderwijs
- officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1855 tot 1859
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer onder meer over landbouw, nijverheid, militaire zaken, waterstaat en financiën
- Interpelleerde in 1890 minister Mackay over de ministerscrisis (aftreden minister Keuchenius)
opvallend stemgedrag
- Stemde in 1883 vóór de conclusie van een commissie van rapporteurs, waarin een de handelwijze van het Indische Gouvernement bij het afsluiten van een contract met de Bilitonmaatschappij werd veroordeeld. Aanneming van deze conclusie was voor minister De Brauw reden om af te treden.
- In 1887 stemden hij en Beelaerts van Blokland bij de eerste lezing van de grondwetsherziening als enigen van rechts vóór hoofdstuk I, eerste afdeling (troonopvolging)
- In 1888 stemden hij en Bahlmann als enigen van de rechterzijde tegen het wetsvoorstel tot verlenging en wijziging van het octrooi van de Nederlandsche Bank
- Stemde in 1893 vóór het wetsontwerp-Belasting op bedrijfs- en andere inkomsten
- Stemde in 1898 als enige vrij-antirevolutionair tegen het wetsvoorstel tot invoering van de persoonlijke dienstplicht
- Stemde in 1899 tegen de ontwerp-Indische Mijnwet
- Stemde in 1899 tegen het wetsvoorstel over afschaffing van de rijkstollen
- Stemde in 1911 tegen de ontwerp-Steenhouwerswet
Wetenswaardigheden
algemeen
- Tegenstander van afschaffing van plaatsvervanging bij het leger
uit de privésfeer
- Medeoprichter van de Boerenbond
- Medestichter van de Vrije Universiteit
- Zijn zoon was burgemeester van Staphorst (1901-1903) en van Dalfsen (1903-1912)
- Zijn dochter was getrouwd met een zoon van Æ. baron Mackay, Tweede Kamerlid, minister en staatsraad
- Zijn eerste schoonvader, J.Th. Roessingh Udink, was burgemeester van Denekamp (1830-1839) en gedeputeerde van Overijssel (1839-1852)
- Zijn eerste echtgenote was een kleindochter van J.M. Kemper, lid Notabelenvergadering en Tweede Kamerlid
- Zijn tweede echtgenote was een kleinodchter van C. de Vos van Steenwijk, lid Nationale Vergadering, lid Wetgevend Lichaam en Eerste Kamerlid
- Zijn vader was lid van Provinciale Staten van Overijssel
verkiezingen
- Werd in 1877 bij de periodieke verkiezing in het district Zwolle verslagen door jhr. J.A. Sandberg (lib.)
- Versloeg in 1879 bij de periodieke verkiezing in het district Zwolle A. van Naamen van Eemnes (lib.)
- Versloeg in 1883 S.J. van Roijen (lib.)
- Versloeg in 1884 bij de algemene verkiezingen de liberale kandidaten S.J. van Roijen en D. Wicherlink
- Versloeg in 1886 en 1887 de liberale kandidaten R.A. Fockema en D. Wicherlink
- Versloeg in 1888 in het district Ommen jhr. G.J. van der Wijck (lib.) en in het district Zwolle W.H. de Beaufort (lib.). Nam zitting voor het district Zwolle.
- Versloeg in 1891 J.W.J. baron de Vos van Steenwijk (lib.)
- Versloeg in 1894 A. Brummelkamp (a.r./takkiaan)
- Versloeg in 1897 J. Hoven (rad.) na herstemming
- Versloeg in 1901 J. Hoven (rad.)
- Versloeg in 1905 J.A. van Gilse (vdb)
- Versloeg in 1909 W.H.M. Werker (vdb)
- Werd in 1913 na herstemming met 26 stemmen verschil verslagen door F.M. Knobel (vl)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Dalfsen, Huize Den Berg, vanaf 7 februari 1838 (nog in 1911)
- Brummen, Huize Voorstonden, tot 1 maart 1931
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 31 augustus 1909
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881)
- Onze Afgevaardigden, 1897, 1901, 1905 en 1909
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
- gehuwd te Deventer, 10 maart 1864 (echtgenote overleden 10 december 1904)
- gehuwd (tweede huwelijk) te Deventer, 8 mei 1907
echtgeno(o)t(e)/partner
Ch.C. Roessingh Udink, Christina Catharina
2e echtgeno(o)t(e)/partner
A. barones de Vos van Steenwijk, Antoinette
kinderen
1 zoon en 1 dochter (en 1 zoon, die jong overleed)
stief-, pleeg- en/of adoptiefkinderen
2 stoefzoons en 1 stiefdochter
vader
Mr. G.W. baron van Dedem tot den Berg, Godert Willem
geboorteplaats en/of -datum
Zwolle, 23 april 1791
beroep vader
- landeigenaar
- controleur van het kadaster
moeder
G. Boxem, Grietje
geboorteplaats en/of -datum
Zwartsluis, 23 juni 1809
beroep grootvader (vaderskant)
- gedeputeerde staat van Overijssel
- drost van Haaksbergen en van Vollenhove
familierelaties
- Broer van G.W. baron van Dedem, Tweede Kamerlid
- Zwager (via tweede huwelijk) van W.L. baron de Vos van Steenwijk, Eerste Kamerlid en-voorzitter
- Zwager (via tweede huwelijk) van J.A. baron de Vos van Steenwijk, lid Raad van State
- Schoonzoon (via tweede huwelijk) van J.A.G. baron de Vos van Steenwijk, Commissaris des Konings en Eerste Kamerlid en -voorzitter
- Neef (oomzegger) van W.J. van Dedem tot de Rollecate, lid Notabelenvergadering
- Aangetrouwde neef (oomzegger) van J. de Bosch Kemper, Tweede Kamerlid
- Aangetrouwde neef (via tweede huwelijk) van A.J. Roest, burgemeester van 's-Gravenhage
- Achterneef (via tweede huwelijk) van J.A. de Vos van Steenwijk, lid Nationale Vergadering, lid Staatsraad en Gouverneur
- Achterneef (via tweede huwelijk) van G.W. de Vos van Steenwijk, lid Notabelenvergadering
- Achterneef (via tweede huwelijk) van R.H. de Vos van Steenwijk, lid Notabelenvergadering
- Achterneef (via tweede huwelijk) van C. de Vos van Steenwijk, lid Nationale Vergadering, lid Wetgevend Lichaam en Eerste Kamerlid