antirevolutionair, ARP, Vrij-AR, CHP, CHU
functie(s) in de periode 1879-1921: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, lid Eerste Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Alexander Frederik
titulatuur en naam
Jhr.Mr. A.F. de Savornin Lohman Alexander Frederik
geboorteplaats en -datum
Groningen, 29 mei 1837
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 11 juni 1924
levensbeschouwing
- Waals Hervormd
- Nederlands Hervormd, van 1 juli 1877 tot 1886
- Dolerend, van 1886 tot 1892
- Gereformeerd, vanaf 1892
Partij/stroming
partij(en)
- ARP (Anti-Revolutionaire Partij), van 3 april 1879 tot 31 januari 1894
- VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), van 1897 tot 16 april 1903
- CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
- CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te Groningen, van 1861 tot 1 januari 1863
- rechter Arrondissementsrechtbank te Appingedam, van 1 januari 1863 tot 1 september 1866
- rechter Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch, van 1 september 1866 tot 1 november 1872
- raadsheer Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, van 1 november 1872 tot 1 maart 1884
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1879 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Goes)
- hoogleraar staatsrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 17 november 1883 tot 24 februari 1890
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Goes)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Goes)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Goes)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 19 februari 1890 (voor het kiesdistrict Goes)
- voorzitter antirevolutionaire Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van september 1888 tot 24 februari 1890
- minister van Binnenlandse Zaken, van 25 februari 1890 tot 21 augustus 1891
- hoogleraar staatsrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van september 1891 tot 7 oktober 1896
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 15 juni 1892 tot 1 februari 1894 (voor Gelderland)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1894 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Goes)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 8 februari 1921 (1894-1918 voor het kiesdistrict Goes)
- hoofdredacteur christelijk-historisch dagblad "De Nederlander", van 16 mei 1894 tot 1 oktober 1921
- voorzitter (vrij-)antirevolutionaire Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 mei 1894 tot april 1903
- voorzitter christelijk-historische Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van april 1903 tot 1 juli 1908
- fractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 juli 1908 tot 8 februari 1921
ambtstitel
- minister van staat, van 31 augustus 1909 tot 11 juni 1924
Partijpolitieke functies
overzicht
- redacteur "De Standaard", van 1876 tot 1877 (als vervanger van A. Kuyper)
- assessor Centraal Comité van ARP-kiesverenigingen, van 3 april 1879 tot februari 1890
- voorzitter Vrij-Antirevolutionaire Partij, van 1898 tot 1903
- lid hoofdbestuur CHP, van 1903 tot 9 juli 1908
- voorzitter CHU, van 9 juli 1908 tot 11 mei 1910
- politiek leider CHU, van 9 juli 1908 tot 8 februari 1921
- erevoorzitter CHU, van 11 mei 1910 tot 1924
lijsttrekkerschappen
- lijstaanvoerder eerste lijst CHU Tweede Kamerverkiezingen 1918 (er was ook een tweede lijst)
Nevenfuncties
- ouderling Waals-Hervormde gemeente te 's-Hertogenbosch
- lid College van Regenten gevangenissen te 's-Hertogenbosch, vanaf 29 november 1872
- secretaris Vereniging voor Protestants-Christelijk onderwijs te 's-Hertogenbosch, vanaf 1874
- lid commissie onderzoek mogelijkheid van een volkspetitionnement tegen de Lager-onderwijswet, 1878
- ouderling Nederduits-Hervormde gemeente te 's-Hertogenbosch, van 1878 tot 1884
- medewerker "Weekblad van het regt"
- lid comité van voorbereiding stichting van de Vrije Universiteit
- lid hoofdcommissie Vereeniging "Talitha Kümi", protestantse vereniging voor verwaarloosde en verlaten meisjes te Zetten, omstreeks 1888 en nog in 1901
- lid College van directeuren Vereeniging voor hooger onderwijs op gereformeerden grondslag (Vrije Universiteit) te Amsterdam
- lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-J. Heemskerk), van 11 mei 1883 tot 18 maart 1885
- lid Commissie belast met het afnemen der diplomatieke examens, vanaf 22 november 1897 (nog in 1901)
- lid Permanent Hof van Arbitrage, vanaf 1900 (nog in 1920)
- lid Nederlands Comité voor Transvaal, vanaf januari 1900
- lid deputaten voor de correspondentie met de hoge overheid van de Gereformeerde Kerken, omstreeks 1901
- lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Groningen, van 6 januari 1903 tot 1923
- lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Heemskerk), van 2 mei 1910 tot juli 1913
- lid Scheidsgericht over een geschil tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten over de Noord-Atlantische kustvisserijen, 1910
- lid en vicevoorzitter Staatscommissie voor het Onderwijs (Staatscommissie-Bos), van 31 december 1913 tot 11 maart 1916
- lid Uitvoerend Comité tot hulpbetoon aan de noodlijdende Armeniërs, vanaf december 1918
- lid Staatscommissie inzake Kerkgenootschappen (Staatscommissie-Anema), van 16 april 1921 tot 6 mei 1922
- lid Raad van Commissarissen Stoomvaartmaatschappij "Zeeland"
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Commissie van Rapporteurs over het wetsvoorstel Vaststelling van een Wetboek van Strafrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 1880
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1887 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1887 tot februari 1888
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1888 tot september 1888
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1888 tot februari 1889
- voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsvoorstel financiële gelijkstelling bijzonder lager onderwijs (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 9 mei 1889 tot september 1889
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1889 tot februari 1890
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1896 tot februari 1897
- lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Tweede Kamer), van 26 februari 1897 tot 8 februari 1921
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1897 tot november 1897
- voorzitter Gemengde Commissie voor de Stenographie (Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1897 tot 8 februari 1921
- voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsvoorstel vaststelling van een nieuw Wetboek van Militair Strafrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1898 tot juni 1902
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Oorlogswet 1899 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1900 tot februari 1901
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IV (Justitie) 1901 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1901 tot maart 1902
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen 1902 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1902 tot november 1903
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) 1903 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1904 tot april 1904
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1904 tot juni 1905
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1905 tot februari 1906
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1906 tot juni 1907
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1908 tot februari 1909
- voorzitter begrotingscommissie voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen 1910 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1909 tot mei 1911
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1911 tot mei 1912
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1912 tot april 1913
- voorzitter begrotingscommissie voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen 1913 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1913 tot januari 1914
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1914 tot september 1914
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1914 tot januari 1915
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1916 tot september 1916
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1917 tot juli 1917
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1917 tot april 1918
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1918 tot april 1920
Opleiding
voortgezet onderwijs
- gymnasium te Groningen, van 1852 tot 1855 (drie jaar: hoogste klassen)
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Groningen, van 1855 tot 11 maart 1861 (summa cum laude)
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer over uiteenlopende onderwerpen, waarbij onderwijs, kiesrecht en justitie de voornaamste waren
- Diende in 1888 samen met Schaepman een voorstel in tot wijziging van het Reglement van Orde. Daarvan werd het onderdeel over de mogelijkheid van het instellen van commissies van voorbereiding voor belangrijke wetsvoorstellen, aangenomen. Verder werd bepaald dat de vergaderweek op dinsdag zou beginnen.
- Diende in 1894 een initiatiefwetsvoorstel in over een gelijke financiële regeling voor bijzonder en openbaar onderwijs bij het niet kunnen vervullen van een vacature voor onderwijzer; dit voorstel werd in 1895 wet
- Bracht in 1900 een initiatiefwet tot stand over het jus promovendi voor bijzondere gymnasia
- Bracht in 1902 met Kolkman (R.K.) en Heemskerk (ARP) een wetje tot stand om de lichtingen 1895 en 1896 vrij te stellen van herhalingsoefening
- Op zijn voorstel werd in 1909 in het Reglement van Orde de mogelijkheid opgenomen om begrotings- en vaste commissies in te stellen
- Diende in 1916 een amendement in om vrouwen niet het passief kiesrecht te verlenen. Hij vreesde dat mannelijke leden zich te veel zouden laten leiden door vrouwelijke charmes. Het amendement werd verworpen.
- Nam in 1917 het initiatief om de bepaling uit het Reglement van Orde te schrappen, dat bij Kamerontbinding alle aanhangige werkzaamheden moesten vervallen
- Diende in januari 1918 een initiatiefwetsvoorstel in over gelijke salarissen voor onderwijzers in het bijzonder en openbaar onderwijs; dit voorstel werd in mei 1918 door de Tweede Kamer verworpen
opvallend stemgedrag
- Stemde in 1887 bij de grondwetsherziening met vier andere anti-revolutionairen vóór een (verworpen) amendement-Van Houten/De Ruiter Zijlker om in de Grondwet op te nemen dat de regeling van het kiesrecht aan de gewone wetgever moest worden overgelaten
- Stemde in 1892 vóór de ontwerp-Wet op de vermogensbelasting van minister Pierson
- Stemde in 1899 tegen de ontwerp-Indische Mijnwet
- Stemde in 1899 tegen de ontwerp-Oorlogswet
- Stemde in 1899 tegen het wetsvoorstel over afschaffing van de rijkstollen
- Behoorde in 1901 tot de vier leden die tegen de ontwerp-Woningwet stemden
- In 1907 stemden hij, Van Bylandt en De Geer als enigen van de rechterzijde vóór de (verworpen) begroting van Oorlog
- Stemde in 1911 tegen de ontwerp-Steenhouwerswet, vanwege een bepaling over door de arbeidsinspectie gegeven schriftelijke voorschriften aan werkgevers. Hij achtte dit strijdig met de Grondwet.
- In 1913 stemden hij en Bichon van IJsselmonde als enigen van de rechterzijde tegen de ontwerp-Ziektewet
- In 1917 stemden hij en De Geer als enigen van hun fractie tegen een motie-Marchant waarin het besluit van minister Bosboom om de Landstormklasse 1908 op te roepen, werd betreurd
- Stemde in 1919 als enige van rechts tegen een amendement-Duymaer van Twist om de subsidie voor de Nederlandse Opera op de begroting voor Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen te schrappen
- Behoorde in 1920 tot de drie leden van zijn fractie die tegen de (verworpen) ontwerp-wet maatregelen ter bestrijding van het onredelijk opdrijven en hoog houden van prijzen ('Duurtewet') stemden
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- In 1891 verwierp de Eerste Kamer met 32 tegen 14 stemmen het door hem verdedigde wetsvoorstel tot splitsing van de meervoudige kiesdistricten in de grote steden (de zgn. Stedenwet)
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1890 een wet tot stand, waarin de hoge en gewichtige openbare ambten stonden vermeld die, naast het behoren tot de hoogstaangeslagenen, recht gaven op verkiesbaarheid voor de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel was in 1889 ingediend door minister Mackay.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Schreef in 1878 de memorie bij het schoolwet-petitionnement en de tekst van het adres aan de Tweede Kamer
- In 1894 kwam het rond de verkiezingen, die werden uitgeschreven na ontbinding van de Kamer, tot een conflict tussen Lohman c.s. en Kuyper c.s. over het kiesrechtvoorstel van Tak van Poortvliet. Hij keerde zich tegen dat voorstel, terwijl Kuyper er steun aan gaf. Na de verkiezingen werden twee afzonderlijke Kamerclubs gevormd. Bij het conflict speelde ook mee dat Lohman bezwaar maakte tegen een te grote rol voor de politiek leider en vrijheid wenste voor individuele Kamerleden bij het bepalen van hun standpunten.
- Kreeg in 1894 de leiding over het dagblad "De Nederlander", dat spreekbuis werd van de vrije antirevolutionairen, later christelijk-historischen
- Had een persoonlijke band met koningin Emma en koningin Wilhelmina; trad op als adviseur in staatsrechtelijke kwesties
- Werd in 1901 informeel door de koningin geraadpleegd over de vraag of A. Kuyper belast moest worden met de formatie
- Speelde als vicevoorzitter van de Pacificatiecommissie-Bos een belangrijke bemiddelende rol bij het oplossen van de onderwijskwestie
- Was vanaf 1917 het oudste lid in jaren en leidde in die hoedanigheid de eerste vergadering van de Tweede Kamer in juli en september 1917
- Speelde een actieve rol bij de kabinetsformatie in 1918; fungeerde min of meer als co-formateur van Nolens. Zag zelf af van een formateurschap vanwege zijn hoge leeftijd.
- In 1922 vroeg de koningin hem na de verkiezingen advies over de vraag of het zittende kabinet wel of niet de portefeuilles ter beschikking moest stellen. Hij adviseerde dat het dat wel moest doen om eventueel de vervanging van Ruijs door een protestantse minister-president mogelijk te maken.
- Nam tijdens de moeizame formatie na de Vlootwetcrisis in december 1923 zelf het initiatief om, via haar pasticulier secretaris, advies uit te brengen aan de koningin. Die arrangeerde daarop een gesprek van hem met jhr. Van Tets, directeur van het Kabinet van de Koningin.
- Werd op 12 juni 1924 in de Tweede Kamer herdacht. Namens het kabinet sprak daarbij minister-president Ruijs de Beerenbrouck.
uit de privésfeer
- Reeds in studententijd aanhanger van Groen van Prinsterer
- Eigende zich op 6 januari 1886 samen met Abraham Kuyper, F.L. Rutgers en anderen door het uitzagen van de deurpanelen toegang tot de kerkeraadskamer van de Nieuwe Kerk in Amsterdam om zich kerkelijke goederen toe te eigenen. Dit staat bekend als de 'paneelzagerij'. Hiermee werd de aanzet gegeven tot de doleantiebeweging, die eindigde in kerkafscheiding.
- Nam in september 1896 ontslag als hoogleraar na een conflict met onder andere Kuyper en nadat de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde grondslag in zaal Seinpost in Scheveningen had uitgesproken dat het door Lohmans als hoogleraar gedoceerde staatsrecht onverenigbaar was met de gereformeerde grondslag van de Vrije Universiteit. Na een 'onderzoek' werd hem ontslag aangezegd.
- Zijn schoonvader, F.Z. Ermerins, was hoogleraar geneeskunde in Groningen
- Was gehuwd met een kleindochter van F. Ermerins, landdorst van Zeeland en buitengewoon lid Staten-Generaal (1815)
- Een zoon van hem, jhr.mr. W.H. de Savornin Lohman, was hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Hij werd in 1901 benoemd tot raadsheer in de Hoge Raad.
- Een zoon van hem was gehuwd met een dochter van W. Hovy, AR-Eerste Kamerlid
- Zijn broer was gehuwd met een dochter van C. Star Busmann, Tweede Kamerlid
- Zijn vader was Statenlid in Groningen
- Zijn schoonvader was hoogleraar geneeskunde in Groningen
- In het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen staat een borstbeeld van hem (vanwege zijn curatorschap)
- Prins Hendrik was aanwezig bij zijn begrafenis
verkiezingen
- Was tussen 1871 en 1879 verliezend Tweede Kamerkandidaat in onder meer de districten Groningen, Gorinchem, Amsterdam, Rotterdam, Assen en Dordrecht
- Werd in 1875 bij de periodieke verkiezing in het district Arnhem na herstemming verslagen door J.H. Geertsema (lib.)
- Versloeg in 1879 bij de periodieke verkiezing in het district Goes na herstemming W.A. van Hoek (lib.). Werd in het district Gouda na herstemming verslagen door J.G. Patijn (lib.).
- Versloeg in 1883 W.J. van Gorkum (lib.)
- Werd in 1884 bij de algemene verkiezingen samen met jhr. J.J. Pompe van Meerdervoort gekozen. Zij versloegen de liberalen J.M. Kakebeeke en L.A. Bijbau. Werd in het district Brielle na herstemming verslagen door G.J. Goekoop (lib.).
- Versloeg in 1886 in na herstemming J.L.C. Pompe van Meerdervoort en L.A. Bijbau
- Versloeg in 1887 in de eerste stemmingsronde onder anderen J.L.C. Pompe van Meerdervoort
- Versloeg in 1888 in het district Goes jhr. W. Six (cons.lib.). Werd in het district Zierikzee verslagen door J.J. van Kerkwijk (lib.).
- Versloeg in 1892 bij een verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Gelderland in de derde stemmingsronde M. Tydeman met 32 tegen 28 stemmen
- Versloeg in januari 1894 bij een tussentijdse verkiezing in het district Goes D. Stigter (lib.)
- Versloeg in 1894 bij de algemene verkiezingen na herstemming D. Stigter (lib.-takkiaan)
- Versloeg in 1897 J.H.C. Heyse (lib.)
- Versloeg in 1901 en 1905 G.A. Vorsterman van Oyen (lib.). Werd in het district Groningen na herstemming verslagen door H.L. Drucker (vdb).
- Versloeg in 1909 H. Goeman Borgesius (ul). Werd in het district Groningen verslagen door H.L. Drucker (vdb).
- Versloeg in 1913 J.G. Moojen (ul)
- Werd in 1917 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
niet-aanvaarde politieke functies
- minister (van Binnenlandse Zaken), 1901
- lid Raad van State, 1902
- Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië, 1903
- kabinetsformateur, 1918 (geweigerd)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Appingedam, van 1863 tot 1866
- 's-Hertogenbosch, van 1866 tot 1883
- Amsterdam, van 1883 tot 1896
- 's-Gravenhage, Trompstraat 334, van 1896 tot 11 juni 1924
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 10 maart 1881
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1901
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid debatingclub te 's-Hertogenbosch
- lid Sociëteiten Amicitia/De Zwarte Arend te 's-Hertogenbosch
- lid Groninger Studentencorps "Vindicat atque Polit"
- lid Koninklijke Academie van Wetenschappen
- lid Amsterdamse AR-kiesvereniging "Nederland en Oranje", tot april 1894 (bedankt vanwege het kiesrechtstandpunt van Kuyper c.s.)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "Verantwoordelijkheid der regering ten aanzien van de jongste Kamerontbinding" (1868)
- "Gezag en Vrijheid" (1875)
- "De staatsschool en de Roomsche kerk" (1875) (brochure)
- "De rechtsbevoegdheid onzer plaatselijke kerken" (1886-1887) (met F.L. Rutgers)
- "Partij of beginsel?" (1892)
- "Aan Dr. Kuyper, een valsche leuze" (1894)
- "De aanval op Seinpost en mijn antwoord" (1895)
- "Verzamelde opstellen, staatsrecht" (H. van Malsen, 3 delen, 1921)
- "Onze Constitutie" (1901, vierde druk 1926)
- "Verzamelde opstellen", (H. van Malsen, 5 dln.) (1921-1923)
- "Calvijn en Rome" (H. van Malsen, 1927)
literatuur/documentatie
- Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881)
- F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889)
- D.J. de Geer, "Alexander Frederik de Savornin Lohman" (1909)
- H. van Malsen, "Alexander Frederik de Savornin Lohman. Ontwikkelingsgang van zijn denken en handelen" (1931)
- L.C. Suttorp, "Jhr.Mr. Alexander Frederik de Savornin Lohman, 1837-1924" (1948)
- G.G. van As, "Mr. Lohmans's feest. Herinneringen aan den tachtigsten verjaardag van jhr. mr. A.F. de Savornin Lohman A.D. 1902"(1917)
- H. van Spanning, "De Christelijk-Historische Unie", deel I (1988)
- W.F. de Gaay Fortman (red.), "Jhr.mr. A.F. de Savornin Lohman (1837-1924)" (bundel opstellen (1987))
- A.Th. van Deursen, "Savornin Lohman, Jhr. Alexander Frederik de (1837-1924)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 522
- J. de Bruijn, "Monisme versus dualisme. Jhr. mr. Alexander Frederik de Savornin Lohman en het kabinet-Mackay (1888-1891)", in: "De sabel van Colijn. Biografische opstellen over religie en politiek in Nederland" (2011)
- "Het Vaderland", 11 en 12 juni 1924
- Onze Afgevaardigden, 1897-1913
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
publicaties over en van letterkundigen
biografie
archivalia
collectie-A.F. de Savornin Lohman, Nationaal Archief
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Groningen, 27 maart 1863 (echtgenote overleden 29 november 1906)
echtgeno(o)t(e)/partner
J.C. Ermerins, Joanna Catharina (Jeanne)
kinderen
6 zoons en 5 dochters
vader
Jhr.Mr. W.H. de Savornin Lohman, Witius Hendrik
geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 21 november 1801
beroep vader
belastingambtenaar (ontvanger van 's Rijks directe belastingen)
moeder
F.I.H. de Ranitz, Françoise Isabelle Henriëtte
geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 19 maart 1802
broers en zusters
4 broers en 2 zusters
beroep grootvader (vaderskant)
- burgemeester van Groningen, van 1819 tot 1822
- lid Gedeputeerde Staten van Groningen
beroep grootvader (moederskant)
- wijnhandelaar
- hoofdontvanger der indirecte belastingen in Groningen en Drenthe
familierelaties