Mr. A. van Naamen van Eemnes

A. van Naamen van Eemnes
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Conservatief-liberale politicus in de tweede helft van de negentiende eeuw. Echte 'middenman', die vooral vanwege de onderwijspolitiek in het liberale kamp kwam. Aanvankelijk advocaat in Zwolle en later tevens schoolopziener in de arrondissementen Ommen en Kampen. In november 1866 werd hij door het district Zwolle tot Tweede Kamerlid gekozen. Nadat hij in 1879 zijn zetel had verloren aan een antirevolutionair werd hij gedeputeerde en daarna Eerste Kamerlid. Ruim twaalf jaar Senaatsvoorzitter. Actief als investeerder in landbouwkundige en handelsondernemingen. Ondanks zijn grote vermogen leefde hij eenvoudig en stond hij in hoog aanzien bij de Zwollenaren. Voorzichtig, scherpzinnig en onafhankelijk politicus. Sprak vrij gemakkelijk, maar met een zachte stem.

liberaal
functie(s) in de periode 1866-1902: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, voorzitter Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Albertus

titulatuur en naam

Mr. A. van Naamen van Eemnes Albertus

geboorteplaats en -datum

Zwolle, 27 februari 1828

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 7 maart 1902

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

onafhankelijk conservatief-liberaal (liberaal op onderwijsgebied)

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Zwolle, vanaf 1853
  • landeigenaar te Zwollerkerspel
  • schoolopziener, zesde schooldistrict van Overijssel (Ommen en omgeving), van 1 december 1857 tot 1 mei 1861
  • schoolopziener, tweede schooldistrict van Overijssel (Kampen en omgeving), van 1 mei 1861 tot 1 november 1880
  • lid Provinciale Staten van Overijssel, van 4 juli 1865 tot 16 mei 1880 (voor het kiesdistrict Zwolle)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Zwolle)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 15 september 1879 (voor het kiesdistrict Zwolle)
  • lid Gedeputeerde Staten van Overijssel, van 6 november 1879 tot 16 mei 1880
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 mei 1880 tot 11 oktober 1884 (voor Overijssel)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887 (voor Overijssel)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor Overijssel)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 7 maart 1902 (voor Overijssel)
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1889 tot 7 maart 1902 (benoemd bij K.B. van 10 september 1889)

Nevenfuncties

  • hoofdingeland waterschap Salland (nog in 1884)
  • lid hoofdbestuur Proeftuin te Deventer, vanaf 1860
  • lid bestuur Overijsselsche vereeniging tot ontwikkeling van provinciale welvaart, omstreeks 1862
  • lid Raad van Commissarissen Nederlandsche Handelmaatschappij
  • lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-J. Heemskerk), van 11 mei 1883 tot 18 maart 1885
  • commissaris Maatschappij van Weldadigheid, omstreeks 1886 (nog in 1901)/)
  • voorzitter Raad van Commissarissen Nederlandsch-Zuidafrikaanse Spoorwegmaatschappij
  • voorzitter Vereniging ter bevordering van de belangen der Zuidafrikaanse Republieken
  • lid bestuur Vereeniging "Rembrandt", tot behoud in Nederland van kunstschatten, omstreeks 1890
  • lid Raad van Commmissarissen Nederlandsche Zuid-Oosterspoorwegmaatschappij
  • voorzitter Raad van Commissarissen NCS (Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij), omstreeks 1901

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1888 tot april 1889
  • voorzitter Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 17 september 1889 tot 7 maart 1902
  • voorzitter Huishoudelijke Commissie (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 17 september 1889 tot 7 maart 1902

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, tot 18 december 1852 (cum laude)

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede en Eerste Kamer onder meer over waterstaatkundige, militaire en financiële onderwerpen en over binnenlandse zaken

opvallend stemgedrag

  • Stemde in oktober 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken voor 1868
  • Stemde op 23 maart 1868 tegen de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest
  • Stemde in 1870 tegen de Agrarische Wet van minister De Waal
  • Stemde in 1872 tegen het wetsvoorstel waardoor werkstakingen niet langer strafbaar werden gesteld
  • Stemde in 1872 tegen artikel 1 van de ontwerp-Wet op de inkomstenbelasting van minister Blussé. Het wetsvoorstel werd na de verwerping van het artikel ingetrokken.
  • Stemde in 1874 vóór artikel 1 van de ontwerp-Censuswet van Geertsema
  • Behoorde in 1879 tot de veertien liberalen die zorgden voor verwerping van artikel 1 van de ontwerp-Kanalenwet. Die uitslag was voor minister Tak van Poortvliet reden het wetsvoorstel in te trekken en was de inleiding van de val van het kabinet-Kappeyne.
  • Behoorde in 1890 tot de negen liberalen die vóór het wetsvoorstel stemden ter goedkeuring van de overeenkomst met de spoorwegmaatschappijen over de verdeling van spoorlijnen
  • Behoorde in 1890 tot de zes liberalen die voor de (verworpen) begroting van Koloniën stemden. De verwerping leidde tot het aftreden van minister Keuchenius.
  • In 1893 stemden hij en Rahusen als enige liberalen tegen de ontwerp-wet bedrijfs- en inkomstenbelasting
  • Stemde in 1896 als enige liberaal tegen het initiatiefwetsvoorstel-Gerritsen over keuze tussen eed en belofte voor gemeenteraads- en statenleden
  • Behoorde in 1899 tot de negen liberalen die tegen het wetsvoorstel over afschaffing van de rijkstollen stemden
  • Stemde in 1901 tegen de ontwerp-Woningwet

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Liet zich in 1893 en december 1894 in de Eerste Kamervergadering vervangen als Kamervoorzitter, omdat hij als commissaris van de Nederlandsche Handelsmaatschappij resp. een spoorwegmaatschappij niet over wetsvoorstellen wilde stemmen waarbij die maatschappijen direct waren betrokken
  • Tegenstander van sociale wetgeving en (hoge) belastingen
  • Was zeer begaan met de Zuid-Afrikaanse onafhankelijkheidsstrijd. Nam in december 1900 op eigen initiatief in een brief van de Eerste Kamer ter verwelkoming van Paul Kruger, president van de Zuid-Afrikaanse Republiek, bij diens bezoek aan Nederland, een passage op over steun aan het onafhankelijkheidsstreven.

uit de privésfeer

  • Zijn vader was Statenlid in Overijssel

verkiezingen

  • Werd in 1861 bij een tussentijdse verkiezing in het district Zwolle na herstemming verslagen door J.Ph.J.A. graaf van Zuylen van Nijevelt
  • Werd bij de algemene verkiezingen in 1866 na herstemming verslagen door G.A. IJssel de Schepper
  • Werd bij de algemene verkiezingen in 1868 in de eerste ronde gekozen. Verslagen werden J.W. Gefken en Th.J. Stieltjes, die in herstemming kwamen. Vierde kandidaat was G. Groen van Prinsterer.
  • Versloeg in 1871 bij de periodieke verkiezingen J.W. Gefken (a.r.) en A.F. Vos de Wael (r.k.)
  • Versloeg in 1875 bij de periodieke verkiezingen J.W. Gefken (a.r.)
  • Werd in 1879 bij de periodieke verkiezingen na herstemming verslagen door A. baron van Dedem (arp)
  • Werd in 1880 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Overijssel met 27 van de 44 stemmen gekozen
  • Werd in 1883 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Overijssel met 30 van de 45 stemmen herkozen
  • Werd in 1884 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Overijssel met 34 van de 46 stemmen herkozen
  • Werd in 1887 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Overijssel met 27 van de 44 stemmen herkozen
  • Werd in 1888 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Overijssel met 29 van de 44 stemmen herkozen
  • Werd in 1896 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Overijssel met 38 van de 45 herkozen

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Zwolle
  • buitenplaats "Zandhoven" bij Zwolle

ridderorden

Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1898

bezit van heerlijkheden

  • heer van de beide Eemnessen

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Lavater jr., "Politieke Photografien van de aftredende leden der Tweede Kamer" (1879)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, 971
  • Mr. Antonio, "Mr. Van Naamen van Eemnes", Parlementaire Portretten, Nieuwe Reeks IV, De Telegraaf, 5 januari 1901
  • Rijks Geschiedkundige Publicatiën: "Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", (bewerkt door J.P. de Valk en M. van Faasen), RGP kleine serie 73, band 1 (1993), 170-171
  • Ned. Patriciaat, 1914

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Amsterdam, 23 maart 1855

echtgeno(o)t(e)/partner

E.A.J. van Naamen, Elisabeth Agatha Johanna

vader

Mr. J.S. van Naamen, Johan Sebastiaan

geboorteplaats en/of -datum

Zwolle, 1 oktober 1795

beroep vader

landeigenaar

moeder

H.W. Scriverius, Henriëtta Wilhelmina

geboorteplaats en/of -datum

Zwolle, 8 april 1806

beroep grootvader (vaderskant)

officier

beroep grootvader (moederskant)

rechter

familierelaties