Mr. J.M. de Kempenaer

J.M. de Kempenaer

Arnhemse advocaat. Kon bij binnenkomst in de Tweede Kamer gerekend worden tot de liberalen en behoorde in 1844 tot de Negenmannen die het initiatief namen tot Grondwetsherziening. Maakte in 1848 deel uit van de Grondwetscommissie-Thorbecke en speelde als minister van Binnenlandse Zaken een belangrijke rol bij het tot stand komen van de herziening van de Grondwet. Belandde nadien in conservatiever vaarwater en kwam als Tweede Kamerlid tegenover Thorbecke te staan.

liberaal, 'pragmatisch' liberaal, conservatief
functie(s) in de periode 1840-1860: buitengewoon lid Tweede Kamer, lid Tweede Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Jacobus Mattheüs

titulatuur en naam

Mr. J.M. de Kempenaer Jacobus Mattheüs

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 6 juli 1793

overlijdensplaats en -datum

Arnhem, 12 februari 1870

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • liberaal, tot 1849
  • 'pragmatisch liberaal', van 1849 tot april 1853
  • conservatief, vanaf april 1853

partij(en)

Algemeene Kiesvereeniging in Nederland, vanaf december 1868 (initiatiefnemer)

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Arnhem, vanaf augustus 1816
  • rijksadvocaat te Arnhem, van 2 juni 1831 tot januari 1849
  • lid stedelijke raad van Arnhem, vanaf 1833
  • buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 augustus 1840 tot 5 september 1840 (voor Gelderland)
  • lid Provinciale Staten van Gelderland, van 6 juli 1841 tot oktober 1844 (voor de steden, Tiel)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 oktober 1844 tot 13 februari 1849 (voor Gelderland)
  • lid Staatscommissie tot herziening van de Grondwet, van 17 maart 1848 tot 4 november 1848 (rapport werd uitgebracht 11 april)
  • tijdelijk minister van Binnenlandse Zaken, van 13 mei 1848 tot 21 november 1848
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 21 november 1848 tot 31 oktober 1849
  • advocaat te Arnhem, vanaf november 1849
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juni 1853 tot 23 september 1860 (voor het kiesdistrict Tiel)

Partijpolitieke functies

overzicht

  • secretaris algemene conservatieve kiesvereniging te Arnhem, vanaf 1868
  • secretaris Algemeene Kiesvereeniging in Nederland, van 22 december 1868 tot 12 februari 1870

Nevenfuncties

  • lid College van Regenten Gevangenis te Arnhem, vanaf 1817
  • luitenant-kwartiermeester, eerste bataillon der schutterij van Gelderland, van 1818 tot 1828
  • lid bestuur Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen, afdeling Arnhem, vanaf april 1822
  • regent Huis van Burgerlijke en Militaire verzekering te Arnhem, vanaf 2 december 1822
  • lid raad van koophandel, vanaf september 1827
  • lid kiezerscollege te Arnhem, van september 1827 tot 1847
  • lid raad van discipline, Orde van Advocaten te Arnhem, van 10 oktober 1838 tot 3 augustus 1841
  • lid bestuur stedelijke tusschen- en herhalingsschool te Arnhem, vanaf 16 oktober 1838
  • lid curatorium Stedelijk Gymnasium te Arnhem, van 14 maart 1840 tot januari 1849
  • deken Orde van Advocaten te Arnhem, van 3 augustus 1841 tot januari 1849
  • kerkvoogd Nederlandse Hervormde Kerk
  • president Kamer van Koophandel te Arnhem
  • voorzitter Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Arnhem
  • kapitein landstorm, vanaf april 1853

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1853 tot november 1853
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1854 tot november 1854
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1855 tot februari 1856
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1857 tot november 1857
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1859 tot mei 1859

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Latijnse School te Amsterdam, van 1805 tot 22 oktober 1810

academische studie

  • theologie, Atheneum Illustre te Amsterdam, van 1810 tot 1811
  • letteren en rechten, Atheneum Illustre te Amsterdam, van 1810 tot 1811
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Leiden, van 18 augustus 1810 tot 13 mei 1816 (ging vanaf 1811 in Leiden studeren)

Activiteiten

als parlementariër

  • Stemde in 1840 met 10 anderen tegen alle voorstellen tot Grondwetsherziening
  • Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemden, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening
  • In 1844 één der "Negenmannen" die een initiatiefwetsvoorstel over Grondwetsherziening indienden
  • In 1845 spraken hij, Luzac en Corver Hooft zich in de Tweede Kamer als enigen uit voor onbeperkte handelsvrijheid
  • Behoorde in 1845 tot de 24 leden die tegen het wetsvoorstel over het tarief voor in-, uit- en doorvoerde stemden. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 24 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1845 tot de 19 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1846 en 1847 stemden. De begroting werd met 37 tegen 19 stemmen aangenomen.
  • Stemde in 1845 geregeld tegen begrotingshoofdstukken
  • Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen.
  • Behoorde in 1847 tot de 23 leden die tegen hoofdstuk IV (Justitie) van de begroting voor 1848 en 1849 stemden. De begroting werd met 35 tegen 23 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen.
  • Zette zich na 1850 als Kamerlid in voor de verdediging van de rechten van de Hervormde Kerk en van de koning

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1849 de Wet tot invoering van de Pharmacopoea Neerlandica en Nederlandse Apotheek tot stand

Wetenswaardigheden

algemeen

  • In 1849 kwam het tot een politieke breuk met Thorbecke, omdat De Kempenaer zich verzette tegen een totale scheiding van kerk en staat, vasthield aan de staatsschool, zich keerde tegen afschaffing van het recht van placet en invloed van de Staten-Generaal op het koloniaal beleid afwees
  • Sinds het aftreden van Donker Curtius in mei 1849 kabinetsleider
  • Diende de ontwerp-Kieswet, -Gemeentewet, -Provinciale Wet en -Lager onderwijswet in, die het echter niet tot behandeling brachten en in 1849 werden ingetrokken
  • Bestreed in augustus 1849 tevergeefs het amendement-Van Zuylen van Nijevelt waardoor de tienden van het kroondomein afkoopbaar werden. Wist de Eerste Kamer te bewegen tot verwerping (met 31 tegen 1 stem) van het geamendeerde wetsvoorstel. Er was, zo zei hij, niet tot intrekking overgegaan om zo de Eerste Kamer ook in de gelegenheid te stellen te oordelen.
  • Het mede door hem geleide kabinet viel in september 1849 toen de Tweede Kamer met 49 tegen 5 stemmen in het Adres van Antwoord uitsprak dat onvoldoende overeenstemming bestond tussen kabinet en Kamer
  • Nam in 1860 ontslag vanwege zijn gezondheid en drukke andere bezigheden

uit de privésfeer

  • Studeerde onder andere bij prof. J.M. Kemper, bijzondere belangstelling voor het Romeinse recht en de vergelijking hiervan met het Franse recht
  • Gaf zich op voor de vrijwillige gewapende dienst in 1813
  • Zijdelings betrokken bij het geheime overleg tussen J.M. Kemper, G.K. van Hogendorp e.a. over het Grondwetsontwerp in 1814
  • Gaf zich op voor de vrijwillige gewapende dienst in 1815 (maakte met de Leidsche jagers de tocht naar Frankrijk mee, maar nam geen deel aan gevechtshandelingen)
  • Trok als advocaat sterk de aandacht door zijn verdediging in persprocessen, die van staatkundige aard waren
  • Heeft nooit een staatkundige carrière geambieerd; was het liefste advocaat gebleven
  • Richtte een verzekeringsmaatschappij tegen brandschade op
  • Zijn broer Gerrit Nicolaas was gemeenteraadslid in Den Haag (1851-1865)
  • Een zoon van hem was gehuwd met een dochter van staatsraad G.J.J. Nairac
  • Zijn vader was lid van de stedelijke raad van Leiden, zijn grootvader van vaderszijde was lid van de stedelijk raad van 's-Gravenhage

anekdotes en citaten

  • Zei in 1848 in de rede tot sluiting van de parlementszitting waarin de grondwetsherziening was voltooid: "Het onweder dat elders den eiken ontwortelde en puinhoopen stichtte heeft in ons vaderland alleen den dampkring gezuiverd."

verkiezingen

  • Werd in 1841 bij de periodieke verkiezingen verslagen door J.Th.H. Nedermeijer ridder van Rosenthal. Kreeg in de Staten van Gelderland in de derde stemmingsronde 33 stemmen, tegen 48 voor Nedermeijer.
  • Versloeg bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1844 met één stem verschil H.W. baron van Aylva van Pallandt van Waardenburg
  • Versloeg in 1847 J. Rau van Gameren met 44 tegen 29 stemmen
  • Werd in 1849 bij tussentijdse verkiezingen in het district Leiden na herstemming met vier stemmen verschil verslagen door de Thorbeckiaan J.A. de Fremery
  • Werd in 1850 bij de algemene verkiezingen in het district Amersfoort verslagen door A.W. Engelen en S. van Walchren
  • Werd in 1852 bij een tussentijdse verkiezing in het district Tiel verslagen door J.A.A. Leemans (lib.)
  • Versloeg in 1853 bij de algemene verkiezingen in het district Tiel J.A.A. Leemans (lib.) en in het district Amersfoort de liberalen A.W. Engelen en S. van Walchren. Nam zitting voor het district Tiel.
  • Versloeg in 1854 bij de periodieke verkiezingen W.H. Dullert (lib.)
  • Versloeg in 1858 jhr. B. van Merlen, een generaal-majoor b.d.

niet-aanvaarde politieke functies

  • lid stedelijke raad van Arnhem, 5 oktober 1824 (bedankt)
  • lid Tweede Kamer, 1842

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Amsterdam, van 6 juli 1793 tot 1811
  • Leiden, van 1811 tot 1816
  • Arnhem, vanaf 1816
  • 's-Gravenhage, tot 1849
  • Arnhem, vanaf 1849

ridderorden

  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 4 november 1848
  • Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 21 november 1848

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid natuur- en letterkundig genootschap "Prodesse conamur" te Arnhem
  • lid teeken- en bouwkundig genootschap "Kunstoefening" te Arnhem
  • lid rederijkerskamer "Erato" te Arnhem
  • buitenlid liberale Amstelsociëteit
  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden

militaire dienst

  • vrijwilliger jagerscompagnie te Leiden, van april 1815 tot oktober 1815

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • J. Heemskerk Azn, levensberigt van J.M. de Kempenaer, in: Handelingen en mededelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te leiden, Leiden 1870, 559
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, 677
  • W. Verkade, "Thorbecke als Oost-Nederlands patriot" (1974), pp. 132-133
  • Ned. Patriciaat, 1962

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

publicaties over en van letterkundigen

biografie

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Haarlem, 19 augustus 1818

echtgeno(o)t(e)/partner

A.J. Gerlings, Arnoldina Jacoba

kinderen

o.a. 2 zoons en 2 dochters

vader

P.P. de Kempenaer, Pieter Pama

geboorteplaats en/of -datum

's-Gravenhage, 31 januari 1762

beroep vader

koopman

moeder

S. Weveringh, Susanna

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 22 februari 1765

broers en zusters

1 broer en 2 zusssen (broer was 12 jaar jonger)

beroep grootvader (vaderskant)

  • Landsadvocaat te 's-Gravenhage
  • ontvanger-generaal der Marine

beroep grootvader (moederskant)

  • schepen van Amsterdam
  • raad van Amsterdam

familierelaties