A. Kool

A. Kool
bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief)

Gezagvolle officier, die eind negentiende eeuw liberaal Tweede Kamerlid was. Sprak vlug, maar helder en hield in de Kamer lange redevoeringen over de defensie in eigen land en in Nederlands-Indië. Had als militair specialist 'het gehoor' van de Kamer. Na zijn Kamerlidmaatschap onder andere chef van de generale staf. In het laatste jaar van het kabinet-Pierson minister van Oorlog. Slaagde er toen in korte tijd in alsnog de plannen voor legerhervoming door het parlement te loodsen. Het door hem verdedigde stelsel was zelfs duurder dan het stelsel dat eerder door de Tweede Kamer was verworpen.

liberaal, Liberale Unie
functie(s) in de periode 1879-1901: lid Tweede Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Arthur

titulatuur en naam

A. Kool Arthur

geboorteplaats en -datum

Maastricht, 21 februari 1841

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 24 maart 1914

levensbeschouwing

Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

liberaal

Hoofdfuncties/beroepen

  • officier afdeling militaire verkenningen, Generale Staf, van 1866 tot 1872
  • kapitein bij de veldartillerie, gedetacheerd bij de Stafschool, van 1872 tot 1874
  • docent tactiek, legerverplaatsing en stafdienst aan de Stafschool (later Hogere Krijgschool), van 1874 tot 1879
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 april 1879 tot 8 september 1883 (voor het kiesdistrict Arnhem)
  • majoor, toegevoegd aan de chef van de Generale Staf, van 8 september 1883 tot 3 september 1886
  • luitenant-kolonel, toegevoegd aan de chef van de Generale Staf, van 3 september 1886 tot 1 juni 1887
  • hoofd tweede afdeling, ministerie van Oorlog, van 1 juni 1887 tot 1 oktober 1889
  • sous-chef Generale Staf en bevelhebber tweede divisie infanterie, van 1 oktober 1889 tot 1 augustus 1894
  • chef van de Generale Staf, van 1 augustus 1894 tot 1 april 1901
  • minister van Oorlog, van 1 april 1901 tot 1 augustus 1901 (benoemd bij K.B. van 29 maart 1901)
  • chef van de Generale Staf, van 1 augustus 1901 tot 1 oktober 1907
  • commandant van het veldleger, van 1 oktober 1907 tot 1 november 1909

officiersrangen

  • tweede luitenant der artillerie, van 1859 tot 2 augustus 1861
  • eerste luitenant der artillerie, van 2 augustus 1861 tot 15 juli 1871
  • kapitein der artillerie, van 15 juli 1871 tot 15 september 1883
  • majoor der artillerie, van 15 september 1883 tot 15 september 1886
  • luitenant-kolonel der artillerie, van 15 september 1886 tot 1 oktober 1889
  • kolonel der artillerie, van 1 oktober 1889 tot 1 december 1897
  • luitenant-generaal der artillerie, van 1 december 1897 tot 1 november 1909

Nevenfuncties

  • secretaris commissie voor inspectie van de Koninklijke Miiliare Academie, maart 1876
  • voorzitter "Concert Diligentia" te 's-Gravenhage (vele jaren)
  • lid Commissie van Toezicht Koninklijk Conservatorium voor muziek te 's-Gravenhage
  • lid Staatscommissie ter voorbereiding van de dienstplichtwet (Staatscommissie-Bergansius), van 10 juni 1888 tot mei 1890
  • waarnemend inspecteur, wapen der infanterie (enkele maanden)
  • voorzitter Permanente militaire spoorwegcommissie, tot 1907
  • adjudant in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina, van 31 augustus 1898 tot 24 maart 1914

afgeleide functies, presidia etc.

lid parlementaire enquêtecommissie exploitatie van de Nederlandse Spoorwegen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1881 tot september 1883

Opleiding

hoger beroepsonderwijs

  • officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1855 tot 1859

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak als Tweede Kamerlid vooral over militaire zaken en voorts over justitie (Wetboek van Strafrecht), koloniën en spoorwegen
  • Stemde in de vier jaar dat hij Kamerlid was steeds tegen de begroting van Oorlog vanwege onder meer bezwaren tegen de plaatsvervanging

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht de Militiewet 1901 tot stand. Deze wet voerde het kazernestelsel in voor een bij wet bepaald contigent van dienstplichtigen. De oefentijd werd voor de bereden wapens bepaald op 12 maanden, waarvan een deel (7500 man) als 'blijvend gedeelte' ook gedurende de wintermaanden onder de wapenen bleef voor de noodzakelijke wachtdiensten, kadervorming en eventuele mobilisatie. Door de legerhervorming werd het veldleger 45.000 man sterk, met een jaarlijks contingent van 17.500 man.
  • Bracht in 1901, met Goeman Borgesius, tegelijk met de Militiewet de Wet tot regeling van de landweer en tot opheffing van de schutterij tot stand. In de Landweer dienden gedurende zeven jaar de afgezwaaide miliciens. De officieren en onderonderofficieren waren afkomstig uit het reserve-personeel en ook vrijwilligers konden er deel van uitmaken.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Bezocht verschillende malen buitenlandse legeroefeningen (Frankrijk, België); beschikte over veel internationale contacten
  • Gold als één van de kundigste en meest vooraanstaande militairen in Nederland in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog
  • Gaf de jonge koningin onderwijs in de landsverdediging
  • Volgde in 1901 minister Eland op, die was afgetreden vanwege aanvaarding van het amendement-Van Gilse op de ontwerp-Militiewet
  • Was in 1908 bij de formatie-Heemskerk betrokken bij het zoeken naar een geschikte kandidaat voor het ministerschap van Oorlog

verkiezingen

  • Versloeg in 1879 bij een tussentijdse verkiezing in het district Arnhem jhr. A.F. de Savornin Lohman (a.r.)
  • Versloeg in 1879 bij de periodieke verkiezingen jhr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland (a.r.)
  • Was in 1883 geen kandidaat

niet-aanvaarde politieke functies

  • minister van Oorlog, juli 1901 (geweigerd)

woonplaats(en)/adres(sen)

's-Gravenhage

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 20 september 1898

overige onderscheidingen en prijzen

  • Grootkruis Huisorde van Oranje, 29 augustus 1908
  • 50-jarig dienstkruis in briljanten

hobby's

muziek (speelde viool)

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881)
  • Mr. Antonio, "Generaal Kool", Parlementaire Portretten, Nieuwe Reeks XXIV, De Telegraaf, 18 mei 1901
  • "N.R.C.", 25 maart 1914
  • Wie is dat? 1901
  • Ned. Patriciaat, 1910

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Nijmegen, 16 april 1863 (echtgenote overleden 30 maart 1895)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Arnhem, 29 december 1898

echtgeno(o)t(e)/partner

J.F.A. Diemer, Johanna Françoise Adolphine

2e echtgeno(o)t(e)/partner

A.A.D. Pels Rijcken, Arnoldina Adriana Diederica

kinderen

2 dochters en 1 zoon (uit eerste huwelijk)

vader

J.A. Kool, Johan Arthur

geboorteplaats en/of -datum

Danzig (Pruisen), 3 maart 1817

beroep vader

  • officier der genie (1836-1854)
  • hoofdingenieur bij de aanleg der Staatsspoorwegen

moeder

C.J. van der Hoeven, Cornelia Johanna

geboorteplaats en/of -datum

Breda, 1819

beroep grootvader (vaderskant)

officier (kolonel der genie)

beroep grootvader (moederskant)

ondernemer

familierelaties