J.J.G. baron van Voorst tot Voorst

J.J.G. baron van Voorst tot Voorst
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Fors gebouwde katholieke generaal, met grote witte knevel, uit een Gelders adellijk geslacht, die in vol ornaat de Eerste Kamer voorzat. Beminnelijke, hoffelijke figuur uit een familie die vele officieren voortbracht. Hijzelf was dat liefst 60 jaar. In 1908 door Zuid-Holland tot senator gekozen en in 1914 door het liberale kabinet-Cort van der Linden tot Eerste Kamervoorzitter benoemd. Vervulde zijn ambt met grote nauwgezetheid en trouw, en ook met een zekere ijdele trots. Leeft in de herinnering ook voort vanwege typische versprekingen. Zo sprak hij eens van 'onze fourier' in plaats van 'onze griffier'. Bleef na zijn aftreden als Kamervoorzitter nog twee jaar 'gewoon' lid.

Algemeene Bond (RKSP), RKSP
functie(s) in de periode 1908-1931: lid Eerste Kamer, voorzitter Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

titulatuur en naam

J.J.G. baron van Voorst tot Voorst Jan Joseph Godfried

geboorteplaats en -datum

Elden (gem. Elst, Gld.), 16 september 1846

overlijdensplaats en -datum

Arnhem, 17 januari 1931

begraafplaats en -datum

Vilsteren (Ov.), 21 januari 1931 (familiegraf Cremers-Van Voorst tot Voorst)

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

partij(en)

RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij)

Hoofdfuncties/beroepen

  • tweede luitenant der infanterie, van 3 januari 1870 tot 22 augustus 1875
  • stafofficier Instructiebataljon te Kampen, van augustus 1875 tot 16 oktober 1889
  • majoor, toegevoegd aan de inspecteur van het Wapen der Infanterie, van oktober 1898 tot 11 augustus 1901
  • kolonel-commandant, regiment grenadier en jagers, van 1 mei 1904 tot 1 mei 1908
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 27 maart 1908 tot 17 januari 1931 (1908-1923 voor Zuid-Holland)
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 12 mei 1914 tot 17 september 1929 (benoemd bij K.B. van 1 mei 1914)

officiersrangen

  • tweede luitenant der infanterie, van 3 januari 1870 tot 22 augustus 1875
  • eerste luitenant der infanterie, van 23 augustus 1875 tot 16 oktober 1889
  • kapitein der infanterie, van 17 oktober 1889 tot 5 oktober 1898
  • majoor der infanterie, van 6 oktober 1898 tot 11 augustus 1901
  • luitenant-kolonel der infanterie, van 12 augustus 1901 tot 1 mei 1908
  • kolonel der infanterie, van 1 mei 1904 tot 1 mei 1908
  • generaal-majoor der infanterie titulair, 2 mei 1908
  • luitenant-generaal der infanterie titulair, 1 mei 1914

Nevenfuncties

  • lid (later ondervoorzitter) Ridderschap van Gelderland, vanaf 1877
  • lid directie weduwen- en wezenkas voor officieren der landmacht
  • adjudant in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina, van 28 augustus 1907 tot 17 januari 1931
  • lid bestuur drie gasthuizen te Arnhem
  • lid directie gemeentelijke ziekenhuis te Arnhem
  • lid College van regenten over de gevangenis en het huis van bewaring te Arnhem
  • baljuw Orde van Malta, afdeling Nederland, vanaf 20 januari 1911

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juni 1912 tot september 1912
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1912 tot maart 1913
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1913 tot december 1913
  • voorzitter Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 12 mei 1914 tot 17 september 1929
  • voorzitter Huishoudelijke Commissie (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 12 mei 1914 tot 17 januari 1931
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 18 september 1929 tot 9 juli 1930

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

erevoorzitter Koninklijke Nederlandsche Vereeniging van gepensionneerde onderofficieren van het Nederlandse leger

Opleiding

hoger beroepsonderwijs

  • hoofdcursus Instructiebataljon te Kampen, van 1864 tot 1870

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Eerste Kamer vooral over militaire aangelegenheden

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1925 tot de vier leden van zijn fractie die vóór het (verworpen) initiatiefwetsvoorstel-Westerman stemden over (her)invoering van Frans op de lagere school
  • Stemde in 1927 tegen het wetsvoorstel tot goedkeuring van het Verdrag met België
  • Behoorde in 1928 tot de vier leden van zijn fractie die vóór een wetsvoorstel stemden over versterking van de positie van aandeelhouders

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Zijn vader was lid van de gemeenteraad van Elst en lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland (1853-1889)
  • Een broer van hem was Gedeputeerde van Overijssel
  • Zijn zoon Willem was lid van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
  • Zijn zoons Cuno, Jan en Herman waren officier. Zoon Jan was commandant van het veldleger en van de Vesting Holland. Hij was gehuwd (tweede huwelijk) met een dochter van jhr. Ch.J.M. Ruijs de Beerenbrouck.
  • Zijn jongste zoon was priester (pater Jezuiet) en leraar op het St. Stanislas College
  • Een zoon huwde met een zus van E.O.J.M. baron van Hövell tot Westerflier, Commissaris van de Koningin
  • Zijn begrafenis werd bijgewoond door prins Hendrik

verkiezingen

  • Versloeg in 1908 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 45 tegen 26 stemmen C. Pijnacker Hordijk (lib.)
  • Werd in 1916 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 42 van de 77 stemmen herkozen. Op Ph. Kohnstamm (vdb) werden 25 stemmen uitgebracht en op K. van Bezuyen (sdap) 10.
  • Werd in 1923 en 1926 gekozen door Groep IV: Zuid-Holland

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Elden, Huize Westerveld (jeugdjaren)
  • Den Haag, Prinses Mariestraat 34, omstreeks 1881 (nog in 1889)
  • Arnhem, Walburgplein 5, omstreeks 1915 (nog in 1923)

ridderorden

  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1922
  • Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 16 september 1926 (t.g.v. zijn 80e verjaardag)

overige onderscheidingen en prijzen

  • Kruis van Verdienste, Nederlandse Rode Kruis
  • officierskruis LX

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • P.J. Oud, "Het Jongste Verleden", deel I, 58-59
  • "Het Vaderland", 18 januari 1931

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Zwolle, 21 april 1875

echtgeno(o)t(e)/partner

A.M.E.M. Cremers, Anna Margaretha Elisabeth Maria

kinderen

7 zoons en 3 dochters

vader

E.L. baron van Voorst tot Voorst, Eduardus Ludovicus

geboorteplaats en/of -datum

Zevenaar, 21 oktober 1810

beroep vader

officier

moeder

B.C.J. Debets, Barbara Catharina Josephina

geboorteplaats en/of -datum

Leiden, 6 oktober 1818

broers en zusters

8 zussen en 5 broers

beroep grootvader (vaderskant)

officier

familierelaties