oud- of vrije liberalen
functie(s) in de periode 1891-1902: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Jan Frederik Willem
titulatuur en naam
J.F.W. Conrad Jan Frederik Willem
opmerkingen over de naam en/of titel
In zijn jeugd had hij als roepnaam "Frits"
geboorteplaats en -datum
Maastricht, 26 mei 1825
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 12 augustus 1902
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
- (oud-)liberaal
- anti-Takkiaan, 1894
Hoofdfuncties/beroepen
- aspirant-ingenieur Waterstaatsdienst, toegevoegd aan de hoofdingenieur te 's-Hertogenbosch, van 1 oktober 1845 tot juli 1847
- arrondissements-ingenieur te Maastricht, van 30 juli 1847 tot 1 april 1849
- arrondissements-ingenieur te Utrecht, van 1 april 1849 tot 1 mei 1851
- arrondissements-ingenieur te Goes, van 1 mei 1851 tot 1 mei 1859
- arrondissements-ingenieur te Alkmaar, van 1 mei 1859 tot 1 januari 1869
- hoofdingenieur van Waterstaat te Middelburg, van 1 januari 1869 tot 1 april 1874
- hoofdingenieur eerste klasse van Waterstaat te Haarlem, van 1 april 1874 tot 16 maart 1881
- inspecteur van Waterstaat te 's-Gravenhage, van 16 maart 1881 tot 1 november 1891 (na pensionering: hoofdinspecteur-titulair)
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 3 juli 1889 tot 12 augustus 1902 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1891 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 12 augustus 1902 (in 1894-1897 voor het kiesdistrict 's-Gravenhage, in 1897-1902 voor het kiesdistrict 's-Gravenhage II)
Nevenfuncties
- lid commissie onderzeese oevers in Zeeland, 1860
- voorzitter commissie van advies inzake verbetering van de waterlozing, Hoogheemraadschap Rijnland, vanaf 1867
- voorzitter commissie van onderzoek inzake een verbinding van Sint Philipsland met de vaste wal van Noord-Brabant, vanaf 1869
- lid diverse technische waterstaatkundige commissies
- lid College van Regenten Huis van Verzekering te Middelburg, vanaf 10 november 1869
- lid commissie onderzoek plannen inzake droogmaking van het zuidelijk deel der Zuiderzee, vanaf 1870
- voorzitter commissie van advies inzake de uitwatering van Rijnland op het Noordzeekanaal, Hoogheemraadschap Rijnland, vanaf 1871
- lid commissie van onderzoek peil van het Noordzeekanaal, vanaf 1873
- lid Commissie van Toezicht op de uitvoering en het onderhoud van de werken van de Amsterdamsche Kanaalmaatschappij, omstreeks 1876
- voorzitter nader onderzoek ter verbetering van de Keulsche vaart, van 1877 tot 1880
- lid bestuur en voorzitter KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs), omstreeks 1882 tot 12 augustus 1902
- lid internationale compagnie voor het Suezkanaal, van 1888 tot 1902
- lid bestuur Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Nijverheid, van 1880 tot 1902 (voorzitter in 1880-1883, 1884-1888 en 1894-1902)
- lid Internationale commissie verbetering kanaal Gent-Terneuzen, van 1891 tot 1895
- voorzitter commissie verbetering waterweg van Dordrecht naar deze, vanaf 1896
- commissaris Weduwenfonds der ingenieurs van de waterstaat, van 12 juli 1898 tot 12 augustus 1902
- voorzitter vijfde gezondheidscongres, 1900
- vertegenwoordiger van Nederland op diverse congressen
afgeleide functies, presidia etc.
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IX (Waterstaat, Handel en Nijverheid) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1894 t/m 1898)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1895 tot februari 1896
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1898 tot november 1898
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1899 tot april 1899
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IX (Waterstaat, Handel en Nijverheid) 1900 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
- erelid Koninklijk Instituut van Ingenieurs
- erelid Société des Ingénieurs Civils de France
Opleiding
primair onderwijs
- lagere school te Maastricht
- lagere school te Zierikzee
voortgezet onderwijs
- kostschoolonderwijs "Instituut Cramer" te Jutphaas, van 1838 tot 1841
hoger beroepsonderwijs
- ingenieursopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1841 tot 1845 (cadet van waterstaat)
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer hoofdzakelijk over waterstaatsaangelegenheden; enkele keren ook over de marine.
- Leidde in 1901 als één-na-oudste lid in jaren de eerste vergadering van de Tweede Kamer, omdat het oudste lid, J.F. Jansen, vanwege ziekte verhinderd was
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd in juni 1887 genoemd als opvolger van minister Van den Bergh, die al enige tijd ziek was. Hij bedankte echter voor een ministerschap.
uit de privésfeer
- In 1847 medeoprichter van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs
- Was als ingenieur onder meer verantwoordelijk voor de bouw van zeeweringen op Beveland en van een schutsluis in het Noordhollandsch kanaal, en voor de spoorwegaanleg in Zeeland
- Zijn enige zoon, die in 1885 naar Buenos Aires vertrok, kwam daar waarschijnlijk, doch op raadselachtige wijze, om het leven. Dit wierp een schaduw op zijn leven
- Ook een oom was hoofdingenieur bij Rijkswaterstaat, terwijl een andere oom hoofdinspecteur was
- Een dochter van hem trouwde in 1909 met Ph.W. van der Sleijden, oud-Tweede Kamerlid en oud-minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid
verkiezingen
- Werd in 1891 samen met J.M. Pijnacker Hordijk en H.D. Guyot in het district 's-Gravenhage in de eerste stemmingsronde gekozen. Zij versloegen R.J. graaf Schimmelpenninck (cons.), L.J.S. van Kempen (arp) en C.A. Steger (r.k.).
- Werd in 1894 samen met J.G. Gleichman en H.D. Guyot in de eerste stemmingsronde gekozen. Zij versloegen de takkianen H. Goeman Borgesius, J. Menno Huizinga en J.M. Pijnacker Hordijk. Werd in het district Sliedrecht verslagen door de takkiaan H. Seret (a.r.).
- Versloeg in 1897 in het district 's-Gravenhage II na herstemming H.A. le Bron de Vexela (r.k.)
- Versloeg in 1901 W.B. van Liefland (r.k.)
niet-aanvaarde politieke functies
- minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, juli 1887 (geweigerd)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Haarlem, omstreeks 1878
- 's-Gravenhage
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 14 december 1864
- Officier in de Orde van de Eikenkroon
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 16 juni 1869
Publicaties van/over
lijst van publicaties
verschillende waterstaatkundige artikelen
literatuur/documentatie
- Mr. Antonio, "J.F.W. Conrad", Parlementaire Portretten, Nieuwe Reeks LIX, De Telegraaf, 26 oktober 1901
- Levensbericht door R.A. van Sandick, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1904/5, 225
- "Conrad een Nederlandsche Waterstaatsdynastie door R.A. van Sandick (met portretten en afbeeldingen)", in: "Eigen Haard", 1903
- J.W. Welcker, "Het leven van Jan Frederik Willem Conrad", met medewerking van het lid W.G.C. Gelinck, in: Tijdschrift Koninklijk Instituut van Ingenieurs 1904-1905
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, 320
- Onze Afgevaardigden, 1897 en 1901
- Ned. Patriciaat, 1939
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
publicaties over en van letterkundigen
biografie
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Goes, 26 oktober 1853
echtgeno(o)t(e)/partner
S.A. van Kerkwijk, Sara Anthonia
kinderen
2 dochters en 1 zoon
vader
J.W. Conrad, Jan Willem
geboorteplaats en/of -datum
's-Gravenhage, 1 oktober 1795
beroep vader
hoofdingenieur bij Rijkswaterstaat
moeder
J.L. Lenssen, Juliana Louisa
geboorteplaats en/of -datum
Rheidt (Pruisen), 13 december 1799
beroep grootvader (vaderskant)
inspecteur-generaal van de waterstaat
familierelaties