Voorname, maar minzame baron, die na een Indische ambtelijke loopbaan waarin hij het lidmaatschap van de Raad van Nederlands-Indië bekleedde burgemeester werd van Arnhem en daarna van Den Haag. Werd in laatstgenoemde functie benoemd door Kuyper. Sprak enigszins ironisch vaak raadsleden toe als 'mijn vriend' (mijn vriend Ter Laan). Het kabinet-Heemskerk benoemde hem in 1911 tot Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. De liberaal De Beaufort verdacht hem ervan dat hij alleen vanwege opportunistische redenen antirevolutionair was geworden; hij stond daarvoor bekend als liberaal. Was voor de ARP korte tijd Eerste Kamerlid.
ARP
functie(s) in de periode 1911-1928: lid Eerste Kamer, Commissaris van de Koning(in), burgemeester van 's-Gravenhage
ambtenaar Algemene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van augustus 1872 tot 1 augustus 1887 (vanaf 1 april 1882 rang: referendaris)
gouvernementssecretaris, Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van 1 augustus 1887 tot 1 mei 1891
algemeen secretaris, Algemene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van 1 mei 1891 tot 1 september 1895
lid Raad van Nederlandsch-Indië, van 1 september 1895 tot 1 maart 1897 (benoemd 22 augustus 1895)
verlof, van mei 1897 tot 1 oktober 1899
burgemeester van Arnhem, van 1 oktober 1899 tot 15 juli 1904 (benoemd bij K.B. van 20 september 1899)
burgemeester van 's-Gravenhage, van 15 juli 1904 tot 1 mei 1911 (benoemd bij K.B. van 9 juni 1904)
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 27 december 1910 tot 19 april 1911 (voor Zuid-Holland)
Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, van 1 mei 1911 tot 3 januari 1928 (benoemd bij K.B. van 18 april 1911)
Nevenfuncties
redacteur Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië, vanaf 1 mei 1881
lid College van Curatoren Nederlandsch-Indische Bestuursacademie, vanaf 12 juni 1909 (nog in 1920)
lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Leiden, van 10 mei 1911 tot 3 januari 1928
Opleiding
hoger beroepsonderwijs
opleiding Rijksinstelling van onderwijs in de taal-, land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië te Delft, tot juli 1872
Activiteiten
als parlementariër
Sprak in de Eerste Kamer bij de behandeling van de Indische begroting voor 1991 en bij de behandeling van de begroting van Koloniën 1911
Wetenswaardigheden
algemeen
Werd in 1911 in diverse dagbladen genoemd als opvolger van J.E.N. baron Schimmelpenninck van der Oye als voorzitter van de Eerste Kamer
verkiezingen
Versloeg in 1910 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 47 tegen 22 stemmen A. Plate (lib.)
woonplaats(en)/adres(sen)
Nederlands-Indië, van 1872 tot 1897
Arnhem, van 1899 tot 1904
's-Gravenhage, vanaf 1904
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1893
Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 16 juni 1909
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
"Het Vaderland", 3 januari 1928
"N.R.C.", 3 januari 1928
Wie is dat? 1902
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Rotterdam, 24 april 1879
echtgeno(o)t(e)/partner
C. Smith, Catharina
kinderen
2 zoons en 2 dochters
vader
C.W. baron Sweerts de Landas Wyborgh, Coenraad Willem
geboorteplaats en/of -datum
Zeist, 16 juni 1820
beroep vader
ambtenaar bij de posterijen (o.a. in 1852 commies der tweede klasse)