liberaal, oud- of vrije liberalen, Vrij-Liberalen
functie(s) in de periode 1877-1918: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Willem Hendrik
titulatuur en naam
Mr. W.H. de Beaufort Willem Hendrik
geboorteplaats en -datum
Leusden (Utr.), 19 maart 1845
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 2 april 1918
levensbeschouwing
Hervormd: midden-orthodox
niet-kerkelijke levensbeschouwing
humanistisch
Partij/stroming
stroming(en)
- liberaal (is nooit lid geweest van de Liberale Unie)
- oud-liberaal
partij(en)
Bond van Vrije Liberalen, vanaf 1906
Hoofdfuncties/beroepen
- landeigenaar
- advocaat te Amsterdam, van 1871 tot 1873 (wilde geen vaste werkkring; ingeschreven als advocaat "pour eviter l'apparence de ne rien faire")
- schoolopziener, arrondissement Rhenen, van 1 juni 1875 tot 1 september 1886
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 april 1877 tot 17 september 1883 (voor het kiesdistrict Tiel)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 april 1884 tot 11 oktober 1884 (voor Zuid-Holland)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 27 juli 1897 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- minister van Buitenlandse Zaken, van 27 juli 1897 tot 1 augustus 1901
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1905 tot 27 juni 1917 (in 1905-1913 voor het kiesdistrict Amsterdam VI, in 1913-1917 voor het kiesdistrict Amersfoort)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1917 tot 2 april 1918 (voor het kiesdistrict Amersfoort)
Partijpolitieke functies
overzicht
- voorzitter Liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van maart 1886 tot september 1891 (club heropgericht in 1884)
- lid bestuur Liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1891 tot 21 september 1893
- ondervoorzitter vrij-liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1913 tot 2 april 1918
Nevenfuncties
- letterkundige, historisch essayist, vanaf 1873 (zie publicaties)
- redacteur tijdschrift "De Gids", van 1876 tot 1893
- lid bestuur Nederlandsch-Zuid-Afrikaansche Vereeniging, van 1882 tot 2 april 1918
- voorzitter commissie wenselijkheid en mogelijkheid van een Kort Verslag, van 1886 tot 1887
- lid bestuur Vereeniging "Rembrandt", tot behoud in Nederland van kunstschatten, omstreeks 1890
- lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 25 mei 1894 tot 2 april 1918
- lid bestuur Nederlandsche Vereeniging voor Armenzorg en Weldadigheid, van 1894 tot 1917
- lid Staatscommissie inzake de werkliedenverzekering (Staatscommissie-Pijnacker Hordijk), van juli 1895 tot augustus 1898
- voorzitter Congres van diplomatieke geschiedenis te 's-Gravenhage, 1898
- erevoorzitter Eerste Haagse Vredesconferentie, 1899
- commissaris Maatschappij voor Weldadigheid te Frederiksoord, omstreeks 1901
- watergraaf heemraadschap "Rivier de Eem", van 1901 tot 1914
- voorzitter Raad van Administratie Permanente Hof van Arbitrage, 1901
- lid Commissie van Advies 's Rijks Geschiedkundige Publicatiën, van 1902 tot 1918
- lid Raad van Commissarissen "De Nederlandsche Bank", van 1904 tot 1918
- lid Raad van Commissarissen Hollandsche Hypotheekbank, omstreeks 1905 (nog in 1907)
- lid Raad van Toezicht Hollandsche Hypotheekbank, tot januari 1907
- voorzitter Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening, van 23 oktober 1905 tot 20 december 1906
- lid provinciaal college van toezicht op het beheer der kerkelijke goederen en fondsen van de Hervormde gemeenten in de provincie Utrecht, omstreeks 1907
- vicevoorzitter Tweede Haagse Vredesconferentie, 1907
- voorzitter Nederlandse delegatie bij de Tweede Haagse Vredesconferentie, 1907
- voorzitter commissie wenselijkheid en mogelijkheid van een Kort Verslag, van 1907 tot 1908
- voorzitter Maatschappij voor Weldadigheid te Frederiksoord, omstreeks 1908
- arbiter handelsgeschil tussen Zwitserland en Italië, juni 1910
- lid Staatscommissie voor het onderwijs (Staatscommissie-Bos), van 31 december 1913 tot 11 maart 1916
- lid Anti-oorlograad, vanaf 3 oktober 1914
- lid bestuur Carnegiestichting, omstreeks 1914
- voorzitter commissie ter voorbereiding derde Vredesconferentie, omstreeks 1914
- heemraad heemraadschap "De Eembeken"
- lid Raad van Commissarissen Rotterdamsche Bankvereeniging
- lid Raad van Commissarissen Nederlandsche Bank voor Zuid-Afrika
- lid Raad van Commissarissen Utrechtsche Brandwaarborg-maatschappij
- lid Raad van Commissarissen N.V. "Eigen Haard"
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1882 tot juni 1882
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen 1883 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1883 tot september 1883
- lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Tweede Kamer), van 24 november 1884 tot 27 juli 1897
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1886 tot mei 1886
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1887 tot februari 1888
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1893 tot juli 1893
- voorzitter Gemengde Commissie voor de Stenographie (Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1896 tot 27 juli 1897
- lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Tweede Kamer), van 26 september 1905 tot 19 september 1917
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) 1907 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1908 en 1909)
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1912 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) 1914 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1916 en 1917)
- voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsvoorstel inzake de tijdelijke instelling van een gezantschap bij de Heilige Stoel (Tweede Kamer der Staten-Generaal), 1916
Opleiding
onderwijs buiten schoolverband
huisonderwijs
voortgezet onderwijs
- Latijnse School te Utrecht, tot 28 juni 1861
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 16 september 1861 tot 12 juni 1868
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer vooral over hoger onderwijs en waterstaat; later ook over buitenlandse zaken
- Stelde in 1886 bij de behandeling van de Grondwetsherziening voor om ook zij die een gewichtig openbaar ambt bekleden of hadden bekleed in aanmerking te laten komen voor het Eerste Kamerlidmaatschap. De regering nam dit voorstel via een nota van wijziging over.
opvallend stemgedrag
- Stemde in 1911 tegen de ontwerp-Steenhouwerswet
- Behoorde in 1911 met Van Karnebeek en Tydeman tot de drie liberalen die vóór de ontwerp-Militiewet stemden
- Stemde in 1916 als enige vrij-liberaal vóór een motie-Schaper waarin koppeling van een pensioenbelasting en een ouderdomspensioen werd afgewezen
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Had in 1899 een groot aandeel in het organiseren van de eerste Haagse Vredesconferentie. Het initiatief daartoe was genomen door tsaar Nicolas II van Rusland. Bij de organisatie speelden gevoelige diplomatieke kwesties, zoals uitnodigingen voor vertegenwoordigers van De Zuidafrikaanse Boerenrepublieken, Bulgarije en van de paus. De conferentie legde de basis voor vredezame beslechting van internationale geschillen door het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag.
- Wist in aanloop naar de Haagse Vredesconferentie koningin Wilhelmina ertoe te bewegen aan de paus een schriftelijke steunbeteuging aan de conferentie te ontlokken. Hierdoor werd (met name voor de Nederlandse katholieken) duidelijk dat het niet aan Nederland lag, dat paus niet vertegenwoordigd was op de conferentie. Italië had gedreigd weg te blijven als dat wel het geval was geweest.
- Tijdens zijn ministerschap zorgde de in 1899 Tweede Boerenoorlog tussen de Zuid-Afrikaanse boerenrepublieken Oranje-Vrijstaat en Transvaal en het Verenigd Koninkrijk voor spanningen met de Britse regering. Hij handhaafde een strikt neutrale positie en kreeg toen het verwijt - onder anderen van koningin Wilhelmina - te aarzelend te reageren, zoals tegen een Britse blokkade en na maatregelen tegen Nederlandse Rode-Kruismedewerkers. In Nederland bestond veel sympathie voor de (stamverwante) Afrikaanse Boeren. Droeg in 1900 verantwoordelijkheid voor het uitzenden van de "Gelderland" om de verbannen Zuid-Afrikaanse president Paul Kruger op te halen uit Zuid-Afrika.
- Riep in 1899 jhr. E.W.F. Wttewaall van Stoetwegen terug als gezant in Sint Petersburg, vanwege zijn ondiplomatieke optreden rond de Haagse Vredesconferentie. Zou had hij via een ingezonden brief in de NRC kritiek geuit op de opstelling van Kuyper ten aanzien van de conferentie.
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1900 de wet tot stand ter goedkeuring van het op 29 juli 1899 te 's-Gravenhage gesloten verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
Wetenswaardigheden
algemeen
- Begon zijn politieke carrière in 1877 als opvolger van zijn vriend D. baron Mackay, die aandacht voor De Beaufort in zijn kiesdistrict had gevraagd. Versloeg P.A.C.H.T.A. Werdmüller von Elgg, de burgemeester van Culemborg.
- In 1884 niet gekozen tot lid Provinciale Staten; tegen de verwachting in werd een katholiek gekozen
- Werd in mei en september 1894 en in september 1895 als derde op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap geplaatst. In 1894 versloeg hij in de derde stemronde H. Goeman Borgesius met 47 tegen 35 stemmen.
- Werd in september 1896 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap geplaatst
- Sprak op 19 mei 1910 tijdens het debat over het voorstel-Troelstra om een enquête in te stellen naar de zgn. lintjes-affaire de woorden: 'Ik gevoel geen lust om in het slijk te blijven woelen'. Onttrok zich aan de stemming over het voorstel.
- Werd op 9 april 1918 in de Tweede Kamer herdacht. Namens het kabinet sprak daarbij minister-president Cort van der Linden.
uit de privésfeer
- Familie afkomstig uit Meaux (Frankrijk); stamvader Pierre trad in dienst van stadhouder Frederik Hendrik en werd burgemeester van Hulst (Zeeuws-Vlaanderen)
- Wapenspreuk van de familie: "la vertu est un beau fort"
- De familie stond in aanzien bij de Oranjes
- Was op de Latijnse School een klasgenoot van jhr. J. Röell
- In Utrecht studiegenoot van zijn opvolger als minister R. Melvil baron van Lynden
- Volgde colleges geschiedenis bij de hoogleraren Vreede, De Geer, Opzoomer, Van Rees en Fruin
- Zijn vader was lid van Provinciale Staten van Utrecht
- Zijn echtgenote was doopsgezind
- Zijn oudste zoon was burgemeester van Soest; een tweede zoon was hoogleraar zoölogie in Amsterdam
- Een dochter van hem was getrouwd met een zoon van jhr. P.J. van Swinderen, vicepresident van de Raad van State
verkiezingen
- Werd in 1876 bij een tussentijdse verkiezing in het district Amersfoort verslagen door Æ. baron Mackay (a.r.)
- Versloeg in 1877 bij een tussentijdse verkiezing in het district Tiel P.A.C.H.T.A. Werdmüller von Egg en W. baron van Goltstein
- Versloeg in 1879 met 21 stemmen verschil jhr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland (a.r.)
- Werd in 1883 verslagen door jhr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland (a.r.)
- Werd in januari 1884 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Gelderland met 53 van de 77 stemmen gekozen. Op C. Cock (cons.) werden veertien stemmen uitgebracht.
- Werd in 1884 bij de verkiezing voor de Eerste Kamer in Provinciale Staten van Gelderland na loting verslagen door F.J.W. baron van Aylva van Pallandt (a.r.)
- Werd in 1884, 1886 en 1887 in het district Amsterdam in de eerste stemmingsronde gekozen
- Versloeg in 1888 in het district Amsterdam J.D. Veegens (vooruitstrevend lib.) na herstemming
- Werd in 1888 in het district Steenwijk verslagen door U.H. Huber (a.r.). Was ook verliezend kandidaat in de districten Zwolle en Hilversum. Bij naverkiezingen in Steenwijk werd hij verslagen door jhr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland (a.r.).
- Werd in 1891 in het district Amsterdam in de eerste stemmingsronde gekozen
- Werd in 1894 in de districten Amsterdam, Utrecht en Delft gekozen en nam zitting voor Amsterdam. Versloeg in Delft de Takkianen H.A. van der Velde (arp) en A.N. de Lint (lib.). Werd in Amsterdam na herstemming met onder andere Treub, Vrolik en Levy gekozen. Versloeg in Utrecht o.a. Brummelkamp, Schaepman en de liberalen Van Beuningen en Duyvis.
- Werd in 1897 in het district Amersfoort in de eerste stemmingsronde verslagen door F.D. graaf Schimmelpenninck (v.a.r.) en jhr. T.A.J. van Asch van Wijck (a.r.)
- Werd in 1901 in het district Amersfoort verslagen door jhr. H.W. van Asch van Wijck (arp)
- Werd in 1901 verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Zeeland met 24 tegen 11 stemmen verslagen door W. Hovy (arp)
- Werd in 1903 bij een tussentijdse verkiezing in het district Ede verslagen door M.A. Brants (arp)
- Werd in 1905 in het district Amersfoort verslagen door jhr. H.W. van Asch van Wijck (arp)
- Versloeg in 1905 in het district Amsterdam VI jhr. C. Röell (chp)
- Werd in 1909 in het district Amersfoort verslagen door jhr. H.W. van Asch van Wijck (arp)
- Versloeg in 1909 in het district Amsterdam VI H. Verkouteren (chu) na herstemming
- Werd in 1913 in de districten Amsterdam VI en Amersfoort gekozen en nam zitting voor Amersfoort. Versloeg in Amsterdam VI H. Verkouteren (chu) en in Amersfoort Jhr. H.W. van Asch van Wijck (arp) na herstemming.
- Versloeg in 1917 J.F. Baerveldt (comité anti-grondwetsherziening) en M.C. van Wijhe (sdp) met ruim verschil
- Werd in november 1917 bij de verkiezingen van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Noord-Holland niet gekozen. Viel af na de derde stemmingsronde, waarbij D.P.D. Fabius 24, W.H. Vliegen 23 en hij 22 stemmen kregen.
niet-aanvaarde politieke functies
- minister-president, juli 1905 (aangezocht door Goeman Borgesius, maar geweigerd vanwege de voorgestelde grondwetsherziening)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Leusden, Huize "Den Treek" (jeugdjaren)
- Amsterdam, van 1871 tot 1873
- Leusden, Huize "Den Treek", vanaf 1873
- 's-Gravenhage, Lange Houtstraat 5a, vanaf 1890 (vanwege Kamerlidmaatschap; familie bleef in Leusden)
- 's-Gravenhage, Javastraat 26 (later gemeentehuis)
- 's-Gravenhage, Oranjestraat 5, later 11, vanaf 1905
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, oktober 1896
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 oktober 1907
overige onderscheidingen en prijzen
Grootkruis Huisorde van Oranje, 15 juni 1914
relevante buitenlandse reizen
- Engeland, 1863 (eerste buitenlandse reis)
- Duitsland, 1863
- Zwitserland, 1868 (na promotie)
- Rome, 1869
- Egypte, van 1870 tot 1871 (contact met De Lesseps)
- Palestina, van 1870 tot 1871 (contact met Abd-el-Kader)
- Constantinopel, van 1870 tot 1871
- Athene, tot 1871
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid societé d'histoire diplomatique (corresponderend)
- rector Utrechts Studentencorps, 1863
- lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
- lid Historisch Genootschap te Utrecht
- lid Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde
- lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen
- lid Maatschappij "Felix Meritis" te Amsterdam
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "De verhouding van den staat tot de verschillende kerkgenootschappen in de Republiek der Verenigde Nederlanden 1581-1795" (dissertatie, 1868)
- "Oranje en de democratie" (eerste belangrijke historische opstel in "De Gids")
- circa 150 boeken en artikelen, vnl. op juridisch of historisch gebied (zie zijn levensbericht voor de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1931/1932)
- "Aan de kiezers tot voorlichting" 2 dln. (1874)
- "Feestrede bij de onthulling van het standbeeld voor Hugo de Groot, Delft" (1886)
- "De ontbinding der Tweede Kamer van maart" (1894)
- "Staatsrechtelijke beschouwingen" (1894)
- "De liberale partij en de verkiezingen" (1897)
literatuur/documentatie
- Lavater jr., "Politieke Photografien van de aftredende leden der Tweede Kamer" (1879)
- F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889)
- C.K. Elout, "De Heeren in Den Haag" (2e reeks, 1909), p.87
- W.W. van der Meulen, "Levensbericht van Mr. W.H. de Beaufort", in: Levensberichten Nederlandse Maatschappij der Letterkunde 1931/1 932, 33-58
- M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900"
- F. de Beaufort, "Willem Hendrik de Beaufort. Behoedzaam Liberaal", in: F. de Beaufort, J.Th.J. van den Berg en P.C.G. van Schie, "Eigenzinnige Liberalen" (2014), 159
- H. van der Hoeven, "Beaufort, Willem Hendrik de (1845-1918)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 27
- Rijks Geschiedkundige Publicatiën: "Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", (bewerkt door J.P. de Valk en M. van Faasen, RGP kleine serie 73/74, 2 banden, Den Haag 1993)
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
publicaties over en van letterkundigen
biografie
archivalia
archief-De Beaufort, Nationaal Archief
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 20 maart 1873 (echtgenote overleden 1 juni 1913)
echtgeno(o)t(e)/partner
A.M. van Eeghen, Adèle Marie
kinderen
5 zoons en 2 dochters
vader
A.J. de Beaufort, Arnoud Jan
geboorteplaats en/of -datum
Utrecht, 23 april 1799
beroep vader
landeigenaar
moeder
A.A. Stoop, Anna Aleida
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 16 augustus 1812
broers en zusters
3 broers en 4 zussen (eerste zoon, derde kind)
beroep grootvader (moederskant)
firmant bankiershuis Hope & co te amsterdam
familierelaties