Dr.Mr. B.J. Lintelo baron de Geer van Jutphaas

B.J. Lintelo baron de Geer van Jutphaas
bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

Utrechtse hoogleraar die tot de voormannen van de ARP behoorde. Doceerde Romeins recht en geschiedenis en later ook hebreeuws, arabische en oosterse letteren. Als politicus actief in de gemeenteraad van Utrecht en in Provinciale en Gedeputeerde Staten. Bekleedde ook vele functies op waterstaatkundig gebied. Was al actief tijdens de Aprilbeweging van 1853 en later als voorstander van christelijk onderwijs in het Anti-schoolwetverbond. IJverig publicist op het gebied van de rechtsgeschiedenis en de filosofie. Geleerd, maar eenvoudig en sympathiek, met een docerende betoogtrant.

antirevolutionair
functie(s) in de periode 1884-1894: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Barthold Jacob

titulatuur en naam

Dr.Mr. B.J. Lintelo baron de Geer van Jutphaas Barthold Jacob

geboorteplaats en -datum

Utrecht, 12 december 1816

overlijdensplaats en -datum

Jutphaas (Utr.), 4 augustus 1903

begraafplaats en -datum

Kerkveld bij Jutphaas, 10 augustus 1903 (familiegraf)

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd: orthodox

Partij/stroming

partij(en)

  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), van 1879 tot november 1896
  • VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), van januari 1897 tot 16 april 1903
  • CHP (Christelijk-Historische Partij), vanaf 16 april 1903

Hoofdfuncties/beroepen

  • kantonrechter te Maarssen, van 1 oktober 1843 tot september 1847
  • buitengewoon hoogleraar Romeins recht en geschiedenis daarvan, Hogeschool te Utrecht, van 11 september 1847 tot 1855
  • rector magnificus Hogeschool te Utrecht, van 1850 tot 1851
  • tijdelijk hoogleraar onderwijs in de hebreeuwse, arabische en oosterse letteren, Hogeschool te Utrecht, van 1855 tot 1 januari 1856
  • hoogleraar Romeins recht, Hogeschool (vanaf 1876 Rijksuniversiteit) te Utrecht, van 1 januari 1857 tot 20 september 1887 (benoemd 31 december 1856)
  • lid gemeenteraad van Utrecht, van 25 februari 1869 tot juli 1889
  • rector magnificus Hogeschool te Utrecht, van 1869 tot 1870
  • rector magnificus Hogeschool te Utrecht, 1871
  • lid Provinciale Staten van Utrecht, van 4 juli 1874 tot 4 augustus 1903 (voor het kiesdistrict IJsselstein)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 december 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Gorinchem)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Gorinchem)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 29 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Gorinchem)
  • voorzitter antirevolutionaire Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 september 1887 tot 27 maart 1888
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Sliedrecht)
  • lid Gedeputeerde Staten van Utrecht, van 3 juli 1889 tot 4 augustus 1903

Partijpolitieke functies

overzicht

  • assessor Centraal Comité van A.R.-kiesverenigingen, van 3 april 1879 tot maart 1894
  • voorzitter Commissie van Advies van de Vrij-antirevolutionairen, van 28 november 1896 tot januari 1897
  • lid hoofdbestuur CHP, 1903

Nevenfuncties

  • lid talloze besturen van wetenschappelijke, kerkelijke, politieke en schoolverenigingen
  • lid bestuur Utrechtsche Zendingsvereeniging
  • lid hoofdbestuur Confessionele Vereeniging
  • voorzitter Anti-Schoolverbond, van juli 1872 tot 1875
  • lid commissie onderzoek mogelijkheid van een volkspetitionnement tegen de Lager-onderwijswet, 1878
  • hoogheemraad Hoogheemraadschap van de Lekdijk Benedendams en de IJsseldam, omstreeks 1879 (nog in 1887)
  • dijkgraaf waterschap "Over- en Nedereinde van Jutphaas"
  • hoogheemraad waterschap "Heycop genaamd de Lange Vliet", omstreeks 1887
  • lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Heemskerk), van 11 mei 1883 tot 18 maart 1885
  • tweede en eerste voorzitter Historisch Genootschap te Utrecht, omstreeks 1890
  • voorzitter Vereeniging tot uitgaaf der bronnen van het oude vaderlandsche recht, omstreeks 1890 en nog in 1901

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1885 tot september 1885
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1886 tot februari 1887
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1889 tot februari 1890
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1890 tot januari 1891
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1891 tot september 1891

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

erevoorzitter Ridderschap van Utrecht

Opleiding

academische studie

  • letteren en wijsbegeerte (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 1833 tot 14 december 1838 (summa cum laude)
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, tot 4 maart 1841 (magna cum laude)

Activiteiten

als parlementariër

  • Voerde in de Tweede Kamer slechts enkele malen het woord, met name bij de Grondwetsherziening 1887 en over justitie

opvallend stemgedrag

  • Stemde in 1887 bij de grondwetsherziening met vier andere anti-revolutionairen vóór een (verworpen) amendement-Van Houten/De Ruiter Zijlker om in de Grondwet op te nemen dat de regeling van het kiesrecht aan de gewone wetgever zou worden overgelaten

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Speelde een leidende rol in de Aprilbeweging van 1853

uit de privésfeer

  • Een dochter van hem was getrouwd met een zoon van jhr. F. van Hogendorp, buitengewoon Tweede Kamerlid (1848)

verkiezingen

  • Was voor het eerst Tweede Kamerkandidaat in 1858 (in het district Utrecht) en daarna in alle verkiezingsjaren tot 1884 in diverse districten
  • Werd in 1884 in het kiesdistrict Zutphen na herstemming verslagen door S.M.S. de Ranitz (lib.)
  • Werd in 1884 bij een naverkiezing in het district Gorinchem gekozen, nadat Keuchenius had geopteerd voor het district Goes. Versloeg C.A. Jeekel (lib.).
  • Versloeg in 1886 H.Ph. de Kanter en C. van Andel (lib.).
  • Werd in 1887 in de eerste stemmingsronde met groot verschil gekozen
  • Versloeg in 1888 K. van Wijngaarden (lib.). Was in het district Amsterdam verliezend kandidaat.
  • Versloeg in 1891 J. Lels (lib.)
  • Was in 1894 geen Tweede Kamerkandidaat meer

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Jutphaas
  • Utrecht, Nieuwe Gracht, omstreeks 1889

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

bezit van heerlijkheden

  • heer van Jutphaas

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "De Eumene Cardiano a caeteris Alexandri Magni ducibus rite distinguendo" (dissertatie, 1838)
  • "Novella CXVIII. ex jure pristino explicatur" (dissertatie, 1841)

literatuur/documentatie

  • F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, 434

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Zeist, 12 augustus 1846

echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. C.A.A.L. van Asch van Wijck, Cornelia Anna Alexandrine Louise

kinderen

6 zoons en 6 dochters

vader

Jhr. A.G. de Geer, Antony Gustaaf

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, 18 februari 1788

beroep vader

  • houthandelaar
  • rentenier

moeder

H. van Lintelo tot de Marsch, Hester

geboorteplaats en/of -datum

Hoogezand, 13 maart 1791

broers en zusters

2 broers

familierelaties