C.Æ.E. baron Collot d'Escury

Rotterdamse regentenzoon, die door een huwelijk in Friesland tot de rijke elite van die provincie behoorde. Was in de Franse tijd in Minnertsga maire en onder Willem I Statenlid en grietman. Tweede zoon van het Tweede Kamerlid J.M. Collot d'Escury, met wie hij tegelijkertijd in de Tweede Kamer zat. Groot kunstminnaar, die een fraaie boeken-, prenten- en schilderijenverzameling bezat en die zich wijdde aan de Latijnse dichtkunst.

regeringsgezinden ten tijde van Willem I
functie(s) in de periode 1814-1819: lid notabelenvergadering, lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Carel Æmilius Els

titulatuur en naam

C.Æ.E. baron Collot d'Escury Carel Æmilius Els

geboorteplaats en -datum

Rotterdam, 26 mei 1779

overlijdensplaats en -datum

Leeuwarden, 27 januari 1828

Partij/stroming

stroming(en)

regeringsgezind (ten tijde van Willem I)

Hoofdfuncties/beroepen

  • landeigenaar
  • jachtofficier in Friesland, vanaf 1809
  • maire van Minnertsga, van 21 oktober 1811 tot januari 1814
  • lid algemene raad, departement van Friesland, van 1812 tot november 1813
  • president kantonnale vergadering, kanton Leeuwarden, 1813
  • schout van Minnertsga, van 8 januari 1814 tot juni 1816
  • lid Vergadering van Notabelen, 29 en 30 maart 1814 (voor het departement Friesland)
  • lid Provinciale Staten van Friesland, van 19 september 1814 tot 21 oktober 1817 (voor de Ridderschap, Barradeel)
  • lid Gedeputeerde Staten van Friesland, van 15 oktober 1814 tot 25 september 1816
  • grietman van Barradeel, van 29 juni 1816 tot 27 januari 1828
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 oktober 1817 tot 18 oktober 1819 (voor Friesland)
  • lid Provinciale Staten van Friesland, van november 1819 tot 1 juli 1826 (voor de Ridderschap, Barradeel)
  • lid Provinciale Staten van Friesland, van 4 juli 1826 tot 27 januari 1828 (voor de Ridderschap)

Nevenfuncties

  • lid Ridderschap van Friesland, vanaf 1814
  • lid bestuur Amortisatiesyndicaat, van 24 november 1817 tot 27 januari 1828
  • lid Syndicaat van Holland, vanaf 1822

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (niet voltooid), Hogeschool te Groningen, vanaf 17 september 1797

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Beschermer van de toonkunstenaar Johannes van Bree

woonplaats(en)/adres(sen)

Minnertsga, omstreeks 1814

vermogenspositie

hoogstaangeslagene in de provincie Friesland

hobby's

Latijnse dichtkunst

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel IV, 67
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel VIII, 296

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Minnertsga, 10 april 1798 (echtgenote overleden 3 augustus 1817)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Leeuwarden, 22 juli 1819

echtgeno(o)t(e)/partner

D.C. van Echten, Dido Cecilia

2e echtgeno(o)t(e)/partner

A.C.E.W. barones van Asbeck, Anna Clara Electa Walburga

kinderen

  • 5 kinderen (uit eerste huwelijk)
  • 2 kinderen (uit tweede huwelijk)

vader

J.M. Collot d'Escury, Johan Marthe

geboorteplaats en/of -datum

Sliedrecht, 6 juli 1742

moeder

W.Ch. barones du Tour, Wilhelmina Christina

geboorteplaats en/of -datum

Alkmaar, september 1747 (gedoopt 17 september)

familierelaties