W. Frijling

W. Frijling

Indische bestuursambtenaar, die het na een lange loopbaan in 'de Oost' tot vicepresident van de Raad van Nederlandsch-Indië bracht. Was daarvoor onder meer Gouverneur van Celebes en waarnemend Gouverneur van Atjeh. Had een militaire achtergrond en was onderscheiden na de strijd in Atjeh.

functie(s) in de periode 1923-1924: vicepresident Raad van Nederlands-Indië

Inhoud

  1. Personalia
  2. Hoofdfuncties/beroepen
  3. Nevenfuncties
  4. Wetenswaardigheden
  5. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Wilhelmus

titulatuur en naam

W. Frijling Wilhelmus

geboorteplaats en -datum

Meppel, 6 september 1872

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 10 december 1928

Hoofdfuncties/beroepen

  • ambtenaar ter beschikking van het Gouvernement van Nederlands-Indië, van 25 augustus 1892 tot 1893
  • aspirant-controleur te Mokko, van 1893 tot 1894
  • controleur tweede klasse, Binnenlands Bestuur (Ned.-Indië), van 1894 tot 1895
  • controleur te Olehleh
  • afdelingsbestuurder te Poeloe Weh
  • afdelingsbestuurder te Telok Seumawe, tot februari 1900
  • controleur Binnenlands Bestuur (Ned.-Indië), vanaf februari 1900
  • Europees verlof, 1903
  • bestuursambtenaar in de Padangse Bovenlanden, van 1903 tot 1906
  • controleur te Celebes, van 1906 tot 1907
  • assistent-resident van Paré-Paré, van 1907 tot 1 februari 1916
  • Gouverneur van Celebes, van 1 februari 1916 tot maart 1921
  • lid Raad van Nederlandsch-Indië, van 2 maart 1921 tot maart 1922
  • waarnemend Gouverneur van Atjeh en onderhorigheden, van maart 1922 tot 1 november 1923
  • vicepresident Raad van Nederlandsch-Indië, van 1 november 1923 tot 3 november 1924

Nevenfuncties

voorzitter bezuinigingscommissie, 1922

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Nam rond 1896 en 1898 deel aan krijgsverrichtingen op de noordoost kust van Atjeh
  • Nam in 1900 deel aan een expeditie naar Samalnaga en Peusangan
  • Was gids bij expedities
  • Zijn vader was horlogemaker

ridderorden

  • Officier in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1899
  • Ridder vierde klasse, Militaire Willemsorde, juni 1900
  • Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, 30 augustus 1913

overige onderscheidingen en prijzen

  • ereteken met gespen Atjeh 1873-1896
  • ereteken met gespen Atjeh 1896-1900
  • ereteken met gespen Atjeh 1901-1906
  • ereteken met gesp Zuid-Celebes 1905-1908

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd

echtgeno(o)t(e)/partner

M.S. van Oostrom Soede, Margaretha Sophia

vader

H.E. Frijling, Hendrik Everhard

moeder

R. Droge, Ruurdtje