Prof.Mr.dr. G.M. Verrijn Stuart

G.M. Verrijn Stuart

Econoom die in 1934 zijn vader, de vooraanstaande econoom C.A. Verrijn Stuart, opvolgde als hoogleraar staathuishoudkunde en handelsrecht aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Was aanvankelijk werkzaam in het bankwezen en werd in 1925 hoogleraar in Rotterdam. Na de oorlog directeur van de Amsterdamsche Bank. In 1958 werd hij voorzitter van de SER, wat hij tot 1964 bleef. Publiceerde met name over het krediet- en bankwezen en over monetaire vraagstukken.

functie(s) in de periode 1958-1964: voorzitter SER

Inhoud

  1. Personalia
  2. Hoofdfuncties/beroepen
  3. Nevenfuncties
  4. Opleiding
  5. Wetenswaardigheden
  6. Publicaties van/over
  7. Familie/gezin

Personalia

titulatuur en naam

Prof.Mr.dr. G.M. Verrijn Stuart Gerard Marius

geboorteplaats en -datum

's-Gravenhage, 16 september 1893

overlijdensplaats en -datum

Amsterdam, 25 oktober 1969

Hoofdfuncties/beroepen

  • ambtenaar Provinciale Griffie te Groningen, van 1915 tot 1916
  • plaatsvervangend agent, N.V. "De Nederlandsche Bank" te Groningen, van 1917 tot 1919
  • beambte N.V. "Rotterdamsche Bankvereeniging" te Rotterdam, van 1919 tot 1920
  • secretaris N.V. "Rotterdamsche Bankvereeniging" te Rotterdam, van 1921 tot 1924
  • buitengewoon hoogleraar Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, van 1922 tot 1924
  • hoofddirecteur "Bank voor Indië" te Batavia, van 1924 tot 1925
  • hoogleraar economie, munt-, krediet- en bankwezen, handels- en verkeerspolitiek, Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, van 1925 tot 1934
  • hoogleraar staatshuishoudkunde en theorie en geschiedenis der statistiek, Rijksuniversiteit Utrecht, van 15 oktober 1934 tot 1 januari 1940
  • buitengewoon hoogleraar staatshuishoudkunde en theorie en statistiek, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1 december 1941 tot 1 augustus 1943
  • directeur N.V. "Amsterdamsche Bank", van 1945 tot 1954
  • voorzitter SER (Sociaal-Economische Raad), van 1 oktober 1958 tot 1 mei 1964
  • buitengewoon hoogleraar staathuishoudkunde, in het bijzonder de leer van het bankwezen en van de internationale economische betrekkingen (Gemeentelijke) Universiteit van Amsterdam, van 16 september 1952 tot 1 september 1962
  • buitengewoon hoogleraar staathuishoudkunde, in het bijzonder de leer van de internationale economische betrekkingen, (Gemeentelijke) Universiteit van Amsterdam, van 1 september 1964 tot 1 januari 1965

Nevenfuncties

  • lid Studiecommissie inzake het Peil van het IJsselmeer
  • voorzitter Genootschap Nederland-Italië, vanaf 1933
  • voorzitter Raad van Commissarissen N.V. "Amsterdamsche Bank", vanaf 1955
  • voorzitter Commissie Benelux, SER

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • gymnasium te 's-Gravenhage, vanaf 1906
  • gymnasium te Groningen, tot 1911
  • staatsexamen, 1911

academische studie

  • rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Groningen, van 1911 tot 23 januari 1917
  • rechten, Universiteiten van Zürich en Genève
  • staatswetenschappen (gepromoveerd op disseratie), Rijksuniversiteit Utrecht, 10 mei 1919 (cum laude)

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Hij promoveerde bij zijn vader. Zijn vader was hoogleraar staathuishoudkunde in Delft, Groningen en Utrecht en directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek
  • Een zoon van hem was hoogleraar informatica in Leiden

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 24 april 1964

overige onderscheidingen en prijzen

Commandeur in de Huisorde van Oranje

relevante buitenlandse reizen

reis naar Nederlands-Indië, van 1920 tot 1921

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid NVWG (Nederlandsche Vereeniging voor Waardevast Geld), van 1934 tot 1936 (lobbyclub vóór devaluatie van de gulden)
  • lid KNAW (Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "Inleiding tot de leer der waardevastheid van het geld" (dissertatie, 1919)
  • "Bankpolitiek" (1921, 7e druk 1955)
  • "De leer van het crediet" (1921)
  • "De waarde van het geld" (1922)
  • "Het bankwezen in de Nederlandsche koloniën" (1923)
  • "Enkele koloniale bankvraagstukken" (1925)
  • "Prijsstabilisatie" (1929)
  • "De conjunctuur in het economisch leven" (1929)
  • diverse artikelen in tijdschriften op economisch gebied

literatuur/documentatie

  • Wie is dat? 1931
  • Ned. Patriciaat, 1964

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Utrecht, 29 juni 1921 (echtgenote overleden 28 april 1948)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Amsterdam, 3 juni 1950

kinderen

1 zoon en 1 dochter (uit eerste huwelijk)

vader

Mr.dr. C.A. Verrijn Stuart, Coenraad Alexander

geboorteplaats en/of -datum

  • Weesp, 22 december 1865
  • Amsterdam (omstreeks 1868)

moeder

E.A. Gunning, Eva Anna

beroep grootvader (vaderskant)

notaris

beroep grootvader (moederskant)

hoogleraar