Econoom die in 1950 de eerste voorzitter van de Sociaal-Economische Raad werd. Zoon van een Groningse middenstander en een Franse moeder en gehuwd met een kleindochter van CH-voorman De Savornin Lohman. Zowel door zijn voorkomen, voordracht als kennis een indrukwekkende hoogleraar die in Rotterdam en na de oorlog aan de Amsterdamse gemeente-universiteit veel gezag had. Behalve het voorzitterschap van de SER bekleedde hij vele functies in het bedrijfsleven, en daarnaast was hij werkzaam voor kerkelijke en charitatieve instellingen. Rechtlijnig, zelfbewust denker, zonder veel humor.
functie(s) in de periode 1950-1958: voorzitter SER
advocaat, advocatenkantoor "Mr. G. Seret", 1912 (half jaar)
secretaris Staatscommissie voor de Middenstandsenquête (Staatscommissie-Bos), van 1912 tot 1913
lector economie, Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, van november 1913 tot januari 1918
hoogleraar economie, ondernemings- en bedrijfswezen, Nederlandsche Handels-Hoogeschool (vanaf 1938 Nederlandsche Economische Hogeschool) te Rotterdam, van januari 1918 tot 1945
hoogleraar economie, juridische faculteit, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1945 tot 1 juli 1954
voorzitter Economische Raad, van 23 april 1948 tot 1 juni 1950 (benoemd bij K.B. van 24 januari 1948)
voorzitter SER (Sociaal-Economische Raad), van 1 juni 1950 tot 15 juni 1958 (benoemd bij K.B. van 10 mei 1950)
Partijpolitieke functies
overzicht
lid dagelijks bestuur CHU, omstreeks 1931
Nevenfuncties
regent Nederlands-Hervormd Weeshuis te Rotterdam
lid (later voorzitter) gecommitteerden tot de zaken der Nederlandse Hervormde Kerk, van 1920 tot 1945
lid commissie predikantstraktementen
redacteur tijdschrift "De Economist"
voorzitter Vereeeniging voor de Staathuishoudkunde en de Statistiek
lid Economische Raad, van 1931 tot 1940
voorzitter Centrale Commissie van Advies en Bijstand voor het Verkeersfonds, vanaf 1935
lid Raad van Commissarissen dagblad "De Nederlander"
diverse commissariaten
lid curatorium "Erasmiaansch Gymnasium" te Rotterdam
lid Staatscommissie inzake toezicht op particuliere banken (Staatscommissie-De Geer), van 7 maart 1937 tot 11 oktober 1939
lid Staatscommissie crisis-slachtoffers (Staatscommissie-Fockema Andreae), vanaf 6 januari 1938
voorzitter Staatscommissie inzake toezicht op particuliere banken, vanaf 11 oktober 1939
voorzitter Commissie voor de Bedrijfsregelingen, vanaf 1947
lid Bankraad
lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandse Spoorwegen
lid Raad van Commissarissen N.V. Stoomvaartmaatschappij "Zeeland"
Opleiding
voortgezet onderwijs
gymnasium-a en b, "Christelijk Gymnasium" te Kampen, tot 1903
academische studie
rechten, Vrije Universiteit te Amsterdam, vanaf 1903
rechtsgeleerdheid (kandidaatsexamen) Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam
rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op stellingen) Rijksuniversiteit Groningen, tot 7 juli 1910
eredoctoraten
economische wetenschappen, Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg, 21 november 1953
Wetenswaardigheden
algemeen
Behoorde in 1922 tot een groep 'malcontenten' in de CHU die zich uitspraken voor een principiëlere koers, tegen de sociale politiek en tegen de wijze waarop de kandidaatstelling was geregeld
Was sinds 1929 betrokken bij "Het Nederlandsch Weekblad", een orgaan van de Rotterdamse CHU-kamerkring dat opponeerde tegen de partijlijn
Behoorde in juli 1933 tot 28 prominenten die een adres voor devaluatie van de gulden ondertekenden
Ondertekende in december 1945 met 48 partijgenoten een verklaring tegen samenwerking tussen ARP en CHU
uit de privésfeer
Zijn moeder was française
Zijn echtgenote was een dochter van de president van de Hoge Raad
Ongeveer zeventig van zijn studenten werden later hoogleraar in diverse landen
Bij zijn aftreden werd de F. de Vries-Stichting in het leven geroepen voor het houden van lezingen over de economie
onderscheidingen (EU)
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen)
lid Nederlandsche Maatschappij van Letterkunde te Leiden, vanaf 1931
lid Rotary te Rotterdam
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De ontwikkeling der theoretische economie" (1918)
"Verbindend verklaring van collectieve arbeidsovereenkomsten" (1927)
"Coördinatie van het verkeerswezen" (1933)
"De taak van de theoretische economie" (1946)
"De organisatie van het economisch leven" (1954)
artikelen o.a. in "The Economist" en "Economisch-Statistische Berichten"
literatuur/documentatie
W. Leendertz, "Levensbericht van F. de Vries (1884-1958)", in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1958-1959, 105
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Gravenhage, 13 juli 1916
echtgeno(o)t(e)/partner
Jkvr. P.G. de Savornin Lohman, Pauline Geertruida
kinderen
kinderloos
vader
L. de Vries, Lambertus
moeder
A.M.C. Danbauton, Anna Maria Cornelia
familierelaties
Aangetrouwde kleinzoon van jhr. A.F. de Savornin Lohman, minister en Eerste en Tweede Kamerlid