P. (Piet) Nolting

P. Nolting
bron: Onze Afgevaardigden

Amsterdamse biljartmakersgezel, die in 1897 als één van de eerste arbeiders voor de Radicale Bond Tweede Kamerlid werd. Bestuurslid van het Algemeen Nederlands Werkliedenverbond. Zette zich als Kamerlid (na 1901 voor de VDB) in voor het gemeentepersoneel en de politie. Sprak zijn in het algemeen niet al te lange redevoeringen met een onvervalst Amsterdams accent uit. Voelde zich ondanks zijn (eenvoudige) afkomst geheel thuis in het parlement. Was ook jarenlang lid van de Amsterdamse gemeenteraad en populair in zijn district en in zijn stad.

Radicale Bond, VDB
functie(s) in de periode 1897-1909: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Pieter (Piet)

titulatuur en naam

P. Nolting Pieter (Piet)

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 23 juli 1852

overlijdensplaats en -datum

Amsterdam, 6 juli 1923

levensbeschouwing

Hervormd (opgevoed)

Partij/stroming

partij(en)

  • Radicale Bond, van 6 november 1892 tot maart 1901
  • VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), vanaf 17 maart 1901

Hoofdfuncties/beroepen

  • onderwijzer, zondagsschool van het Christelijk Geheelonthoudings Verbond te Amsterdam, van 1866 tot 1870
  • meubelmaker te Amsterdam
  • lid gemeenteraad van Amsterdam, van 17 juni 1891 tot 6 juli 1923
  • biljartballenmaker (sinds halverwege jaren negentig)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1897 tot 21 september 1909 (voor het kiesdistrict Amsterdam VIII)
  • lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 3 juli 1907 tot 1 juli 1913 (voor het kiesdistrict Amsterdam VIII)

Partijpolitieke functies

overzicht

  • lid program- en statutencommissie oprichting Radicale Bond, van 24 juli 1892 tot november 1892
  • lid hoofdbestuur Radicale Bond, van 1892 tot 1901
  • lid bestuur kiesvereniging "De Radikale Vereniging" te Amsterdam

Nevenfuncties

  • lid bestuur ANWV (Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond), van 1881 tot 1885
  • voorzitter ANMB (Algemeene Nederlandsche Metaalbewerkers Bond), afdeling Amsterdam, van 1887 tot 1900
  • medewerker "Sociaal Weekblad"
  • lid Comité Honger en Schrik ter ondersteuning van gezinnen van socialisten die tot gevangenisstraf waren veroordeeld, vanaf 1893
  • voorzitter Vereeniging "Burgerrecht", omstreeks 1893
  • voorzitter Enquêtecommissie voor het koffiehuisbedrijf
  • lid dagelijks bestuur "koning Willem I-badhuis"
  • lid bestuur Amsterdamsche Vereeniging van Volksbaden
  • lid Burgerlijk Armbestuur te Amsterdam
  • voorzitter Algemeen Nederlandsch Begrafenisfonds
  • voorzitter Coöperatieve Voorschotvereeniging en Spaarkas
  • voorzitter Koninklijk mannenkoor "Kunst na Arbeid" te Amsterdam (oprichter)
  • medewerker radicale blad "Radicale Hervorming"

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

  • erevoorzitter Koninklijk mannenkoor "Kunst na Arbeid" te Amsterdam
  • erevoorzitter Bond van Amsterdamsche Zangverenigingen

Opleiding

primair onderwijs

  • Prot.Chr. lagere school te Amsterdam

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer vooral over arbeidszaken en over de belangen van werklieden bij de artillerie-inrichting, posterijen en 's Rijks munt

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1907 met Van Deventer, Ketelaar en Treub tot de minderheid van zijn fractie, die tegen de begroting van Oorlog stemde. De verwerping van de begroting leidde tot de val van het kabinet.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Sprak in de Amsterdamse gemeenteraad vaak over het (brute) optreden van de politie en maakte zich sterk voor salarisverbetering voor de politie
  • Pleitbezorger van goed volksonderwijs in Amsterdam
  • Weigerde in 1907 een ridderorde
  • Werd na het verlies van zijn Kamerzetel door partijgenoten financieel ondersteund

uit de privésfeer

  • Werd in Amsterdam onder grote belangstelling begraven

verkiezingen

  • Werd in 1894 door de Kiesvereniging Amsterdam gekandideerd voor de Tweede Kamer, maar behaalde geen zetel
  • Versloeg in 1897 in het district Amsterdam VIII na herstemming Th. Heemskerk (arp)
  • Versloeg in 1901 na herstemming A. Kuyper (arp)
  • Versloeg in 1905 na herstemming S. de Vries Czn. (arp)
  • Werd in 1909 in het district Amsterdam VIII verslagen door W. de Vlugt (arp)
  • Werd in 1913 in het district Amsterdam VIII in de eerste verkiezingsronde verslagen door A.B. Kleerekoper (sdap) en W. de Vlugt (arp)
  • Was in 1918 zevende op de VDB-kandidatenlijst in de westelijke provincies, maar werd ondanks ruim 4000 voorkeurstemmen in de kieskring Amsterdam niet herkozen

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Amsterdam, Lijnbaansgracht 26
  • Amsterdam, Marnixkade 15, omstreeks 1920

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1907

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid meubelmakersvereniging "Amstels Eendracht"
  • lid ANMV (Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond)

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • B. Marinus, "Nolting, Pieter", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel V
  • P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"
  • H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919"
  • Onze Afgevaardigden, 1897, 1901, 1905

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Amsterdam, 7 februari 1877

echtgeno(o)t(e)/partner

C.M. Westrik, Catharina Maria

beroep echtgeno(o)t(e)/partner

dienstbode

kinderen

4 dochters

vader

P. Nolting, Pieter

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 16 november 1816

beroep vader

sjouwerman

moeder

E. Trakzel, Elisabeth

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 28 augustus 1828