O. baron van Randwijck

O. baron van Randwijck

Gelderse ambtsjonker en landeigenaar, die achttien jaar Tweede Kamerlid was. Ten tijde van de Republiek hofdignitaris van de stadhouder en in de Franse tijd maire van Nijmegen. Bleef ook na herwinning van de onafhankelijkheid burgemeester van Nijmegen. Was later tevens hoofdschout in het Rijk van Nijmegen en het Land van Maas en Waal.

regeringsgezinden ten tijde van Willem I
functie(s) in de periode 1814-1833: lid notabelenvergadering, lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Activiteiten
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Otto

titulatuur en naam

O. baron van Randwijck Otto

wijziging in naam en/of titulatuur

Ook wel: Van Randwijck van Rossum

geboorteplaats en -datum

Arnhem, 31 maart 1763

overlijdensplaats en -datum

Nijmegen, 25 september 1833

Partij/stroming

stroming(en)

  • orangist (tijdens de Republiek)
  • regeringsgezind (onder Willem I)

Hoofdfuncties/beroepen

  • landeigenaar
  • ambtsjonker van Nederbetuwe
  • stalmeester en edelman van stadhouder Willem V, tot 1795
  • ambteloos, van 1795 tot 1810
  • lid stedelijk bestuur van Nijmegen, 1810
  • maire van Nijmegen, van 1810 tot januari 1814
  • lid college van burgemeesters van Nijmegen, van januari 1814 tot 1 december 1817 (president-burgemeester 1814-1815)
  • lid Vergadering van Notabelen, 29 en 30 maart 1814 (voor het departement Boven-IJssel)
  • lid Provinciale Staten van Gelderland, van 19 september 1814 tot september 1815 (voor de Ridderschap)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1815 tot 25 september 1833 (voor Gelderland)
  • hoofdschout, hoofdambt Land van Maas en Waal, van 1 december 1817 tot 25 september 1833
  • hoofdschout ad interim, hoofdambt Rijk van Nijmegen, omstreeks 1830
  • hoofdschout, hoofdambt Rijk van Nijmegen, van 1830 tot 25 september 1833

Nevenfuncties

  • lid Ridderschap Nijmegen, 1785
  • lid Ridderschap van Gelderland, vanaf 26 augustus 1814
  • kamerheer van koning Willem I

afgeleide functies, presidia etc.

  • voorzitter één van de afdelingen (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (regelmatig)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 13 september 1830 tot 1 oktober 1830

Activiteiten

als parlementariër

  • Stemde in 1822 tegen oprichting van het Amortisatie Syndicaat
  • Behoorde in 1827 tot de vijf noordelijke leden die tegen de ontwerp-Wet op de schutterijen stemden

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in oktober 1831 als eerste op de voordracht geplaatst voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer. Verzocht de koning niet voor benoeming in aanmerking te komen, vanwege zijn slechte gezondheid, waarop Van Asch van Wijck werd benoemd.

uit de privésfeer

  • Zijn vader was ambtman van Maas en Waal en gecommitteerde ter Admiraliteit op de Maas

woonplaats(en)/adres(sen)

Nijmegen

predicaten/adellijke titels

  • jonkheer, 28 augustus 1814
  • baron, 10 maart 1822

bezit van heerlijkheden

  • heer van Rossum en Heeselt
  • vrijheer van Beek

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 839

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Bemmel, 7 juli 1790

echtgeno(o)t(e)/partner

S. rijksgravin van Randwijck, Stephania

kinderen

2 zoons en 4 dochters

vader

G.A. van Randwijck, Godard Adriaan

geboorteplaats en/of -datum

Arnhem, 16 maart 1735

moeder

S.C.C. van Bylandt, Sophia Carolina Constantia

geboorteplaats en/of -datum

Nijmegen, 23 maart 1738

beroep grootvader (vaderskant)

ambtsjonker van de Overbetuwe

familierelaties