Mr.dr. J.W.H.M. van Idsinga

J.W.H.M. van Idsinga
bron: Onze Afgevaardigden

Uiterst conservatief, maar ook onafhankelijk christelijk-historisch Tweede Kamerlid voor het district Bodegraven. Was op Binnenlandse Zaken dertien jaar chef van de afdeling binnenlands bestuur. Tegenstander van de sociale politiek van minister Talma. Keerde zich verder als één van de weinigen tegen de Grondwetsherziening van 1917, omdat hij zich verzette tegen een te grote invloed van het partijwezen op de politiek en de evenredige vertegenwoordiging afwees. Matig spreker, die zich niet bekommerde om zijn populariteit.

Vrij-AR, CHP, CHU
functie(s) in de periode 1901-1918: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Johan Willem Herman Meyert

titulatuur en naam

Mr.dr. J.W.H.M. van Idsinga Johan Willem Herman Meyert

geboorteplaats en -datum

Sint Eustatius (Antillen), 13 juli 1854

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 22 februari 1921

levensbeschouwing

Hervormd

Partij/stroming

partij(en)

  • VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), tot 16 april 1903
  • CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
  • CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908

Hoofdfuncties/beroepen

  • ambtenaar ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 november 1880 tot 1 juni 1888
  • chef afdeling binnenlands bestuur (rang: referendaris), ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 juni 1888 tot 17 september 1901
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1901 tot 17 september 1918 (voor het kiesdistrict Bodegraven)
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 6 juli 1904 tot 4 juli 1916 (voor het kiesdistrict Gouda)

Nevenfuncties

  • ondervoorzitter Christelijke Volksbond (medeoprichter)
  • lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Heemskerk), van 2 mei 1910 tot 15 mei 1912
  • lid Commissie van Toezicht op de bijzondere leerstoelen en de bijzondere universiteiten, van 30 juni 1905 tot 1917
  • lid Commissie belast met het afnemen der diplomatieke examens, vanaf 7 oktober 1907 (nog in 1914)

afgeleide functies, presidia etc.

  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk X (Landbouw, Nijverheid en Handel) 1909 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1910 en 1911)
  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) 1913 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)

Opleiding

academische studie

  • rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Leiden, van 30 september 1874 tot 21 oktober 1880
  • staatswetenschap (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Leiden, van 30 september 1874 tot 21 oktober 1880

Activiteiten

als parlementariër

  • Hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met justitiële onderwerpen, arbeidszaken, binnenlandse zaken en buitenlandse zaken

opvallend stemgedrag

  • In 1906 stemden hij en Van Veen als enigen van hun fractie tegen de begroting van Oorlog van minister Staal
  • Stemde in 1911 als enige tegen de wijziging van de Arbeidswet (verbod op nachtarbeid door vrouwen). Hij achtte een verbod om te arbeiden in strijd met de vrije beroepskeuze.
  • Stemde in 1911 tegen de ontwerp-Steenhouwerswet, vanwege een bepaling over door de arbeidsinspectie gegeven schriftelijke voorschriften aan werkgevers. Hij achtte dit strijdig met de Grondwet.
  • Stemde in 1912 als enige van de rechterzijde tegen de ontwerp-Radenwet van Talma
  • Was in 1913 één van de drie leden van de rechterzijde die tegen de ontwerp-Ziektewet stemde
  • In 1917 stemden hij en Bichon van IJsselmonde als enigen tegen de voorstellen in tweede lezing tot herziening van de grondwettelijke bepalingen inzake het kiesrecht

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Had een belangrijk aandeel in de oprichting van de Vrij-antirevolutionaire Partij
  • Was in 1913 afwezig bij de stemmingen over de ontwerp-Ziektewet en ontwerp-Invaliditeits- en Ouderdomswet
  • Wees invoering van individueel algemeen kiesrecht af, omdat hij voorstander was van organisch kiesrecht. Was in 1916 bij de stemming over het betreffende grondwetsvoorstel echter afwezig.
  • Nam in 1916 vanwege zijn gezondheid ontslag als Statenlid

uit de privésfeer

  • Solliciteerde in 1888 zonder succes naar de functie van griffier van de Tweede Kamer. Kreeg in de Tweede Kamer 21 van de 84 uitgebrachte stemmen.
  • Zijn zwager van procureur-generaal bij de Hoge Raad

verkiezingen

  • Versloeg in 1901 in het district Bodegraven na herstemming A. Knijff Hzn. (ul)
  • Versloeg in 1905 K. Reyne (ul)
  • Versloeg in 1909 J. Kraus (ul)
  • Versloeg in 1913 J.W.F.S. Middelbeek (ul)
  • Werd in 1917 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen

woonplaats(en)/adres(sen)

's-Gravenhage, Surinamestraat 2, omstreeks 1914

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 augustus 1908

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf juni 1896

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"Geschiedenis en beginselen van art. 91 onzer Grondwet" (dissertatie, 1880)

literatuur/documentatie

  • "Het Vaderland", 23 en 24 febr. 1921
  • Onze Afgevaardigden, 1901, 1905, 1909, 1913
  • Ned. Patriciaat, 1931

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te 's-Gravenhage, 6 juli 1882

echtgeno(o)t(e)/partner

W. barones van Hogendorp, Wilhelmina

kinderen

kinderloos

vader

W.H.J. van Idsinga, Willem Hendrik Johan

geboorteplaats en/of -datum

Baardwijk, 25 juni 1822

moeder

Jkvr. E.Th.E. van Raders, Emmelina Theodora Elisabeth

geboorteplaats en/of -datum

Curaçao, 6 januari 1825

broers en zusters

2 zussen

beroep grootvader (vaderskant)

predikant

familierelaties