Mr.Dr. J.A. Jolles

J.A. Jolles
bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief)

Bekwame minister van Justitie, leerling van Thorbecke, in het derde kabinet-Thorbecke. Bracht belangrijke wetten tot stand, zoals die tot afschaffing van het zogenaamde coalitieverbod waardoor werkstakingen mogelijk werden. Moderniseerde het gevangeniswezen door invoering van de individuele celstraf. Voor en na zijn ministerschap en Kamerlidmaatschap raadsheer in de Hoge Raad. Was in het kabinet-Van Zuylen van Nijevelt/Van Heemstra en het tweede kabinet-Thorbecke minister van Hervormde Eredienst.

liberaal
functie(s) in de periode 1861-1873: lid Tweede Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Jolle Albertus

titulatuur en naam

Mr.Dr. J.A. Jolles Jolle Albertus

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 28 december 1814

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 23 december 1882

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • liberaal
  • lid kiesvereniging "Regt voor Allen" te Amsterdam

Hoofdfuncties/beroepen

  • commies-redacteur afdeling armwezen en onderwijs ter secretarie, gemeente Amsterdam, 1837
  • advocaat te Amsterdam, van 1837 tot 1841
  • substituut-griffier, Provinciaal Gerechtshof te Haarlem, van 1 januari 1841 tot 1 september 1846
  • substituut-officier van justitie, rechtbank arrondissement Amsterdam, van 1 september 1846 tot 1 februari 1853
  • advocaat-generaal Provinciaal Gerechtshof te Haarlem, van 1 februari 1853 tot 14 maart 1861
  • lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 4 juli 1854 tot 14 maart 1861 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid gemeenteraad van Amsterdam, van 1 september 1857 tot 14 maart 1861
  • minister voor de Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke, van 14 maart 1861 tot 1 juli 1862 (benoemd bij K.B. van 12 maart 1861, departement opgeheven bij K.B. van 21 april 1862)
  • raadsheer Hoge Raad der Nederlanden, van 1 juli 1862 tot 4 januari 1871 (benoemd bij K.B. van 16 juni 1862)
  • minister van Justitie, van 4 januari 1871 tot 5 juli 1872
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 november 1872 tot 1 augustus 1873 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • raadsheer Hoge Raad der Nederlanden, van 15 september 1873 tot 23 december 1882 (benoemd bij K.B. van 23 juli 1873)

Nevenfuncties

  • lid bestuur Maatschappij tot Nut van t Algemeen, afdeling Amsterdam
  • lid curatorium Stadsarmenscholen
  • lid bestuur Vereenging hulpbetoon aan eerlijke en vlijtige armoede
  • lid College van administratie over de gevangenissen te Amsterdam, vanaf 1 juli 1853
  • secretaris Nederlands Bijbelgenootschap
  • lid bestuur Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten
  • lid bestuur Instituut voor Doofstommen te Groningen, afdeling Amsterdan
  • lid commissie ter voorziening in de watersnood
  • lid Hervormde Synode

afgeleide functies, presidia etc.

(tijdelijk) secretaris van de ministerraad (kabinet-Thorbecke III), van januari 1871 tot juli 1872

Opleiding

academische studie

  • studie Atheneum Illustre te Amsterdam, van 1832 tot 1835
  • letteren (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Leiden, van 13 april 1831 tot 18 maart 1837
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 13 april 1831 tot 18 maart 1837

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer vooral over justitiële onderwerpen (gevangeniswezen, rechterlijke inrichting)

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Het door hem in 1870 ingediende wetsvoorstel inzake de rechterlijke organisatie (rechtspraak in eerste aanleg door arrondissementsrechtbanken, hoger beroep bij Hoge Raad, afschaffing cassatie) werd in 1873, na verdediging door zijn opvolger De Vries, verworpen.

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1871 een wijziging (Stb. 84) tot stand van de wet inzake straffen op misdrijven gesteld, waardoor het toepassen van eenzame opsluiting (celstraffen) werd uitgebreid, ook bij veroordeling tot gewone gevangenisstraf van twee tot vier jaar
  • Bracht in 1871 samen met minister Gericke van Herwijnen de Consulaire Wet (Stb. 91) tot stand. Deze regelt de bevoegdheden van consulaire ambtenaren op het gebied van het opmaken van akten (bijvoorbeeld voor de burgerlijke stand) en het uitoefenen van rechtsmacht.
  • Bracht in 1872 een wijziging (Stb. 24) van het Wetboek van Strafrecht tot stand waarbij de strafbaarheid voor het gezamenlijk staken van werk door werklieden werd opgeheven (afschaffing artikelen 414, 415 en 416 tot opheffing van het coalitie- of stakingsverbod)
  • Bracht in 1872 de wet inzake de afkoopbaarheid van Tienden (Stb. 25) tot stand, waardoor de nog bestaande tiendrechten afkoopbaar werden gesteld. De wet kwam er na jarenlange vergeefse pogingen om dit wettelijk te regelen.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Bij zijn letterenstudie was prof. M. Siegenbeek promotor, bij zijn rechtenstudie Thorbecke
  • Was een studiegenoot van M.H. Godefroi en J. Heemskerk Azn.
  • Een zoon van hem, M.A.D. Jolles, was burgemeester van Nieuwe Pekela (1873-1875), Winschoten (1875-1878) en Assen (1878-1920)
  • Zijn vader was in 1797-1801 lid van de raad van Amsterdam

verkiezingen

  • Versloeg in 1872 bij een tussentijdse verkiezing in het district Amsterdam na herstemming G. Fabius (cons.)
  • Werd in 1873 bij de periodieke verkiezingen na herstemming verslagen door G. Fabius (cons.)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Amsterdam, Keizersgracht, omstreeks 1857
  • 's-Gravenhage, eerste Nieuwe Molstraat 19, omstreeks 1876

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 28 september 1861

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
  • lid ANV (Algemeen Nederlandsch Vredebond)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"De varia libertatis sacrorum in patria nostra conditione" (dissertatie, 1837)

literatuur/documentatie

  • Levensbericht door C.H.B. Boot, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1883, 103
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 261
  • P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"
  • Ned. Patriciaat, 1992

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

publicaties over en van letterkundigen

biografie

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Amsterdam, 28 april 1842 (echtgenote overleden 29 juni 1847)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Amsterdam, 9 april 1849

echtgeno(o)t(e)/partner

A.E. Croockewit, Alida Elizabeth

2e echtgeno(o)t(e)/partner

C.J.J. den Tex, Cornelia Johanna Jacoba

kinderen

  • 3 kinderen uit eerste huwelijk
  • 7 kinderen uit tweede huwelijk

vader

J.A. Jolles, Johannes Andreas

geboorteplaats en/of -datum

Culemborg, 1 maart 1771

beroep vader

  • koopman
  • makelaar

moeder

H. Stoopendaal, Hendrica

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 27 november 1782

broers en zusters

3 zussen en 2 broers

beroep grootvader (vaderskant)

  • boekhouder
  • onderkoopman V.O.C.

familierelaties