Thorbeckiaan, liberaal
functie(s) in de periode 1849-1881: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Willem Hendrik
titulatuur en naam
Mr. W.H. Dullert Willem Hendrik
geboorteplaats en -datum
Arnhem, 27 juni 1817
overlijdensplaats en -datum
Arnhem, 24 februari 1881
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
liberaal (Thorbeckiaan)
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat en procureur te Arnhem, vanaf 1840
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (voor het kiesdistrict Zutphen)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 26 april 1853 (voor het kiesdistrict Zutphen)
- voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 september 1852 tot 26 april 1853
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1854 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Zutphen)
- lid gemeenteraad van Arnhem, van november 1857 tot 24 februari 1881
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 december 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Groningen)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 24 februari 1881 (voor het kiesdistrict Arnhem)
- voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 september 1869 tot 24 februari 1881
Nevenfuncties
- lid Staatscommissie jaarlijks onderzoek koloniale financiën, 1850, 1851 en 1852
- lid Raad van Commissarissen "De Nederlandsche Bank", vanaf 18 mei 1870
- heemraad waterschap "Arnhemsche en Velpsche broek", omstreeks 1874 en nog in 1879
- deken Orde van Advocaten te Arnhem
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1850 tot september 1850
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1850 tot februari 1851
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1851 tot september 1851
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1851 tot september 1852
- voorzitter Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 24 september 1852 tot 26 april 1853
- voorzitter Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 24 september 1852 tot 26 april 1853
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1855 tot november 1855
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1856 tot februari 1857
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1857 tot september 1858
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1858 tot mei 1859
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1859 tot november 1859
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1860 tot november 1860
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1861 tot april 1862
- lid parlementaire enquêtecommissie toestand van de zeemacht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 17 december 1861 tot 31 oktober 1862
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1862 tot februari 1863
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1863 tot november 1863
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1864 tot september 1864
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1864 tot mei 1866
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1866 tot oktober 1866
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1867 tot november 1867
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1868 tot september 1869
- voorzitter Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 23 september 1869 tot 24 februari 1881
- voorzitter Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 23 september 1869 tot 24 februari 1881
Opleiding
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 31 juli 1835 tot 3 juli 1840
Activiteiten
als parlementariër
- Deskundige op waterschap- en poldergebied; sprak in de Tweede Kamer ook over accijnzen, marine, justitie en spoorwegen.
- Diende in 1855 met Blaupot ten Cate een voorstel in tot het instellen van een parlementaire enquête naar de aanbesteding van de levering van muntplaatjes voor de koperen pasmunt in Nederlands-Indië. Het voorstel werd later ingetrokken.
opvallend stemgedrag
- Stemde in 1860 tegen de ontwerp-Wet aanleg van spoorwegen voor rekening van de staat
- Stemde in 1862 tegen het wetsvoorstel tot afschaffing van de slavernij in Suriname
- Behoorde in 1866 tot de liberalen die vóór het amendement-Poortman op de ontwerp-Cultuurwet stemden. Door aanneming van dit amendement viel het kabinet-Fransen van de Putte.
- Stemde op 23 maart 1868 vóór de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest
- Behoorde in 1872 tot de 27 leden die vóór artikel 1 stemden van de ontwerp-wet over invoering van een inkomstenbelasting. Verwerping van het artikel was voor minister Blussé reden het wetsontwerp in te trekken.
- Behoorde in 1880 tot de veertien leden die tegen de toelating van Schaepman als Kamerlid waren
Wetenswaardigheden
algemeen
- Versloeg op 22 september 1852 bij het opmaken van de voordracht voor het voorzitterschap jhr. W. Boreel van Hogelanden. Hij kreeg in de derde stemronde 30 stemmen en Boreel van Hogelanden 28, terwijl één stem op Gevers van Endegeest werd uitgebracht.
- Werd in 1857 als derde op de voordracht voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer gezet
- Werd op 14 april 1858 bij het opmaken van de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap in de tweede stemmingsronde met één stem verslagen door W.A. baron Schimmelpenninck van der Oye
- Werd op 21 september 1858 bij het opmaken van de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap in de vierde stemmingsronde verslagen door G.C.J. van Reenen. Hij kreeg 27 stemmen, tegen 35 voor Van Reenen.
- Werd in de jaren 1858-1866 en 1867-1868 als tweede op de voordracht voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer gezet
- Kreeg op 22 september 1868 bij het opmaken van de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap in de vierde stemmingsronde evenveel stemmen (31) als G.C.J. van Reenen, waarna deze door het lot als eerste op de voordracht werd gezet.
- Werd in 1869 als eerste op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap geplaatst, nadat de zittende voorzitter Van Reenen kort tevoren zijn ontslag had genomen.
- Verliet als Kamervoorzitter zelden zijn voorzittersstoel
- Wees meerdere malen een hem aangeboden ministersportefeuille af
uit de privésfeer
- Oprichter van het Leids Studenten Corps
- Ging in de zomer jaarlijks naar Wiesbaden om te kuren
- Zijn begrafenis in Arnhem trok duizenden belangstellenden
- Na zijn dood werd de Dullertsstichting opgericht. De stichting draagt zorg voor het beheer van het omvangrijke vermogen dat hij na zijn dood naliet (Als vrijgezel had hij geen erfgenamen). Uit dat vermogen worden elk jaar giften verstrekt aan die ingezetenen van Arnhem en omstreken 'die op grond van hun financiële en maatschappelijke omstandigheden voor begunstiging in aanmerking komen'.
- Zijn vader was lid van de stedelijke raad van Arnhem
verkiezingen
- Versloeg in januari 1849 bij een naverkiezing in het district Zutphen R.W. Tadema
- Werd in 1850 in de districten Zutphen en Arnhem gekozen. Nam zijn benoeming aan in het district Zutphen. Werd in Zutphen samen met J.P.P. baron van Zuylen van Nijevelt in de eerste stemmingsronde gekozen, waarbij beiden ruim 90 procent van de stemmen kregen. Versloeg in Arnhem onder anderen G. Groen van Prinsterer en Æ. baron Mackay (a.r.).
- Werd in 1853 in de districten Arnhem en Zutphen verslagen door antirevolutionaire tegenkandidaten
- Versloeg in 1854 bij de periodieke verkiezing in het district Zutphen J.J.L. van der Brugghen (a.r.)
- Versloeg in 1858 H.A. ridder van Rappard (cons.)
- Versloeg in 1862 E. baron van Lynden (cons.)
- Versloeg in 1866 bij de periodieke verkiezingen G. Groen van Prinsterer (a.r.)
- Werd in 1866 bij de algemene verkiezingen in het district Zutphen na herstemming verslagen door J. Dam (lib.)
- Versloeg in 1866 bij een naverkiezing in het district Groningen J.J. Cremers (lib.)
- Werd in 1868 in de districten Arnhem en Groningen gekozen en nam zitting voor Arnhem. Versloeg in Arnhem na herstemming de antirevolutionairen G. Groen van Prinsterer en C.Th. baron van Lynden van Sandenburg.
- Versloeg in 1869 jhr. J.W. van Loon (a.r.)
- Werd in 1873 in de districten Arnhem en Deventer gekozen en nam zitting voor Arnhem. Versloeg in Deventer A. baron Schimmelpenninck van der Oye (a.r.) en in Arnhem H.A. ridder van Rappard (cons.) en L.W.Ch. Keuchenius (a.r.).
- Versloeg in 1877 A.J. Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren (a.r.)
woonplaats(en)/adres(sen)
Arnhem, Ketelstraat
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1853
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 mei 1874
bezit van heerlijkheden
- geschat vermogen in 1881: f 3 miljoen
hobby's
jagen
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De polliticationibus" (dissertatie, 1840)
literatuur/documentatie
- Sagittarius, "Parlementaire Portretten. De aftredende helft van de Tweede Kamer der Staten-Generaal" (1869)
- Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881)
- N. Cramer, "Wandelingen door de Handelingen", p. 34
- J. Turpijn, "Mannen van gezag. De uitvinding van de Tweede Kamer 1848-1888", p. 153 e.v.
- J. Brabers, "Een Arnhems burger bij uitnemendheid. Een levensbericht van W.H. Dullert 1817-1881" (2011)
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 534
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
ongehuwd
vader
R.M. Dullert, Rudolf Marginus
geboorteplaats en/of -datum
Arnhem, 21 augustus 1791
beroep vader
leerlooier
moeder
J.L. van Riemsdijk, Jenneke Lucia
geboorteplaats en/of -datum
Tiel, 25 mei 1794
beroep grootvader (vaderskant)
landeigenaar
beroep grootvader (moederskant)
leerlooier