RKSP
functie(s) in de periode 1929-1934: lid Tweede Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Timotheus Josephus
titulatuur en naam
Mr. T.J. Verschuur Timotheus Josephus
geboorteplaats en -datum
Utrecht, 18 maart 1886
overlijdensplaats en -datum
nabij Politz (Dld.), 16 april 1945 (andere bron: 17 april)
levensbeschouwing
Rooms-Katholiek
Partij/stroming
partij(en)
RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij)
Hoofdfuncties/beroepen
- redacteur, dagblad "De Maasbode" te Rotterdam, van 1910 tot 1913
- parlementair redacteur, dagblad "De Maasbode" te Rotterdam, van 1913 tot april 1919
- voorzitter Raad van Arbeid te Breda, van 1 mei 1919 tot 10 augustus 1929
- minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, van 10 augustus 1929 tot 1 mei 1932 (naam departement gewijzigd)
- minister van Economische Zaken en Arbeid, van 1 mei 1932 tot 26 mei 1933 (naam departement gewijzigd)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 9 mei 1933 tot 29 mei 1933
- minister van Economische Zaken, van 26 mei 1933 tot 17 april 1934
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 4 juli 1939 tot 1 september 1941
- lid Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, van 5 juli 1939 tot 1 september 1941
gevangenschap/internering
- gevangenschap strafgevangenis te Scheveningen, van 2 april 1943 tot 31 augustus 1943 (werd op 1 april 1943 in Ellecom gearresteerd)
- geïnterneerd gijzelaarskamp te Haaren (N.Br.), van 31 augustus 1943 tot 26 april 1944
- geïnterneerd concentratiekamp Sachsenhausen, van 26 april 1944 tot 16 april 1945
takenpakket (bewindspersoon)
- Was tot 1 mei 1932 tevens belast met werklozensteun en volksgezondheid
Partijpolitieke functies
overzicht
- voorzitter RKSP, van februari 1938 tot 1943
Nevenfuncties
- contactcommissaris regering bij de Nederlandse Particuliere Rijnvaart
- secretaris/lid Staatscommissie inzake de bezoldiging van burgemeesters en gemeente-ambtenaren (Staatscommissie-Raaijmakers), vanaf 9 december 1918
- voorzitter Vereniging van Raden van Arbeid, van 26 november 1926 tot 10 augustus 1929
- lid Radioraad, van 1 januari 1929 tot 16 september 1929
- lid Raad van Beheer Nederlandsch-Indische Aardoliemaatschappij, vanaf juli 1934 (regeringsgedelegeerde)
- lid College van Curatoren Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, van september 1934 tot 1942
- regeringscommissaris Algemeen Mijnwerkersfonds, vanaf juni 1936
- voorzitter Nationale Raad "Wit-Gele Kruis", van 8 juni 1936 tot 17 april 1945
- rijksbemiddelaar, vierde district (Limburg, Noord-Brabant, Zeeland, zuidelijk deel Gelderland), van 1 juli 1936 tot 17 april 1945
- voorzitter commissie ex art.12 Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van ondernemersovereenkomsten 1935, vanaf oktober 1936
- voorzitter Katholieke Raad van Overleg inzake volksgezondheid en ziekenverpleging, vanaf juni 1937
- voorzitter adviescommissie voorontwerp van wet beperkende bepalingen inzake arbeid van gehuwde vrouwen (Hoge Raad van Arbeid), vanaf december 1937
- lid Politiek Convent, van 1 juli 1940 tot 1 april 1943
- lid Grootburgercomité, van december 1941 tot 1 april 1943
- lid Nationaal Comité, van januari 1942 tot 1 april 1943
Opleiding
voortgezet onderwijs
academische studie
- rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Utrecht, tot 24 oktober 1910
Activiteiten
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Ondersteunde vanaf 1932 via diverse steun-, krediet- en garantieregelingen diverse door de economische crisis getroffen sectoren, zoals de fruitteelt, griend- en rietbewerking, haringvisserij, vlasverbouw en bloemenkweek
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1930 de Winkelsluitingswet tot stand, die onder andere de verplichte zondagssluiting voor de meeste winkels invoerde. Tot de uitzonderingen behoorden onder meer apothekers, benzinestations, rijwielherstellers, maar ook winkels waarin bederfelijk waren werden verkocht zoals banket, melk, vis of fruit. Gemeentebesturen kregen de bevoegdheid om op grond van bijzondere omstandigheden afwijkende regelingen te maken voor de zondagsopenstelling. Winkels van Joden (die op Sabbath gesloten waren) mochten op zondag na 14.00 uur geopend zijn. Het wetsvoorstel was in 1928 ingediend door minister Slotemaker de Bruïne.
- Bracht in 1930 de Arbeidsbemiddelingswet tot stand, die onder meer rijksbemiddelaars belastte met het beslechten van arbeidsgeschillen. Het wetsvoorstel was in 1929 ingediend door minister Slotemaker de Bruïne.
- Bracht in 1931 de Tarwewet tot stand, waardoor buitenlands meel verplicht moest worden gemengd met binnenlands meel, om de Nederlandse graansector te beschermen
- Bracht in 1931 een herziening van de Drankwet tot stand, waardoor onder meer verloven voor de verkoop van zwakalcoholische drank per glas aan een maximum werden gebonden. Er kwam een stelsel van vijf vergunningen en twee soorten verlof (A en B) voor verkoop van alcoholische dranken. Verpachting van vergunningen voor de verkoop van sterke drank werd tegengegaan. Het wetsvoorstel was in 1927 ingediend door minister Slotemaker de Bruïne.
- Bracht in 1931 een wijziging van de Stuwadoorswet tot stand, waardoor het zgn. havenboekje verplicht werd gesteld. Daardoor kon beter toezicht worden gehouden op de werktijden van het havenpersoneel.
- Bracht in 1932 een wijziging van de Woningwet (Stb. 266) tot stand, waardoor er onder meer regels kwamen over uitbreidingsplannen en alle gebouwen onder werking van de wet gingen vallen
- Bracht in 1932 de Crisis-invoerwet tot stand. Deze wet maakte contigentering mogelijk, waardoor invoer van bepaalde producten tijdelijk kon worden beperkt. Dit werd geregeld op basis van afzonderlijke wetgeving per product, de zogenoemde bekrachtigingswetten.
- Bracht in 1932 de Crisis-zuivelwet tot stand, waarbij een crisis-zuivelfonds werd ingesteld. Dat werd gevoed door heffingen op boter en margarine. Voorts kwam er verplichte vermenging van boter bij de margarinebereiding. Doel is ondersteuning van door prijsdalingen getroffen veeboeren.
- Bracht in 1932 een Varkensteunwet tot stand ter ondersteuning van varkensboeren die met uitvoerbeperkingen en inkomensdaling te maken hadden gekregen
- Bracht in 1933 de Bedrijfsradenwet tot stand. Deze gaf de regering de mogelijkheid voor een bepaalde bedrijfstak een bedrijfsraad in te stellen, die als overleg-, advies- en uitvoeringsorgaan kon optreden. De bedrijfsraad kon bemiddelen in arbeidsgeschillen.
- Bracht in 1933 de Retorsiewet tot stand, waardoor de regering de bevoegdheid kreeg als vergelding invoerbeperkingen op te leggen aan landen die de Nederlandse import beperkten
- Bracht in 1933 de Landbouwcrisiswet tot stand. Deze stelde een landbouwcrisisfonds in, waaruit steunmaatregelen konden worden bekostigd. Het fonds werd gevoed door heffingen en uit de algemene middelen. De begroting ervan werd bij wet vastgesteld. Door aankoop van crisis-producten kon er voor worden gezorgd dat boeren de garantie hadden daarvoor een redelijke prijs te ontvangen.
- Bracht in 1933 de Wet tot verzekering van mijnarbeiders tegen geldelijke gevolgen van invaliditeit en ouderdom (Stb. 181). De pensioenuitkering via het al langer bestaande Algemeen Mijnwerkersfonds gold voortaan als aanvulling.
- Bracht in 1933 de wet Tijdelijke maatregelen bevordering van evenredige vrachtverdeling in de binnenscheepvaart tot stand
Wetenswaardigheden
algemeen
- Trad in 1934 af als minister in verband met langdurige afwezigheid vanwege behandeling van een niersteenaandoening en herstel daarvan. Voor dat laatste vertrok hij enige tijd naar Royat in Frankrijk.
uit de privésfeer
- Was tijdens de Bezetting onder andere actief in het Grootburgercomité en Nationaal Comité, dat plannen maakte voor een overgangsbewind na een Duitse nederlaag. Bij de contacten daarover met Londen werd hij in 1943 slachtoffer van het door Anton van der Waals uitgevoerde Englandspiel. Overleed in 1943 in het ziekenhuis van concentratiekamp Sachsenhausen. Mogelijk werd hij doodgeschoten.
niet-aanvaarde politieke functies
- lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, 25 mei 1919 (gekozen, niet geïnstalleerd)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Rotterdam, tot 29 november 1912
- 's-Gravenhage, van 29 november 1912 tot 28 mei 1919
- Ginneken en Bavel, vanaf 28 mei 1919
- Breda, tot 7 september 1929
- 's-Gravenhage, van 7 september 1929 tot 24 augustus 1936
- Voorburg, Oosteinde 100, van 24 augustus 1936 tot 16 juni 1939
- 's-Gravenhage, vanaf 16 juni 1939
ridderorden
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 4 november 1935
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Bedrijfsorganisatie. Enkele hoofdlijnen gezien van Katholiek standpunt" (1925)
literatuur/documentatie
- P.E. de Hen, "Verschuur, Timotheus Josephus (1886-1945)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 580
- Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
- Wie is dat? 1938
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Utrecht, 7 mei 1913
echtgeno(o)t(e)/partner
A.M.A. van Kerkoerle, Alberdina Maria Adriana
kinderen
kinderloos
vader
T. Verschuur, Timotheus
geboorteplaats en/of -datum
Amersfoort, 17 juni 1854
beroep vader
bakker
moeder
H.M.Th. Vink, Helena Maria Theresia
geboorteplaats en/of -datum
Deventer, 13 juli 1856
beroep grootvader (moederskant)
parapluiemaker