Mr. Th.R.J. (René) Wijers

Th.R.J. Wijers
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Bossche rechtbankpresident en KVP-senator, die in 1948 minister van Justitie werd in het kabinet-Drees I. Bereidde in die functie belangrijke wetgeving voor, maar kon die voorstellen niet als wet in het Staatsblad brengen, omdat hij vanwege oververmoeidheid voortijdig moest aftreden. Had door zijn bereidheid om zaken te doen met de Kamer en door zijn gemoedelijkheid een goede naam in de Tweede Kamer. Keerde na zijn aftreden terug naar de rechterlijke macht en was nog enkele maanden Eerste Kamerlid.

KVP
functie(s) in de periode 1948-1952: lid Eerste Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Theodorus Renerus Josephus (René)

titulatuur en naam

Mr. Th.R.J. Wijers Theodorus Renerus Josephus (René)

geboorteplaats en -datum

Roermond, 27 januari 1891

overlijdensplaats en -datum

Breda, 25 november 1973

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

partij(en)

KVP (Katholieke Volkspartij), vanaf 1948

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat en procureur te 's-Hertogenbosch, van 1915 tot 1 januari 1931
  • rechter Arrondissementsrechtbank te Rotterdam, van 1 januari 1931 tot 1 november 1933
  • raadsheer Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, van 1 november 1933 tot 1 juli 1946
  • president Bijzonder Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, van 1945 tot augustus 1948
  • vicepresident Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, van 1 juli 1946 tot 7 augustus 1948
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 4 februari 1948 tot 27 juli 1948
  • minister van Justitie, van 7 augustus 1948 tot 15 mei 1950
  • raadsheer Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, van 1 juli 1950 tot 1 januari 1951
  • president Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, van 1 januari 1951 tot 1 februari 1961
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 30 mei 1951 tot 15 juli 1952

Nevenfuncties

  • lid Commissie van Toezicht op de hypotheekbanken, vanaf maart 1935
  • auditeur-militair-plaatsvervanger, Krijgsraad voor de Landmacht te 's-Hertogenbosch, vanaf 13 september 1938
  • plaatsvervangend lid Raad van Beroep voor belastingen te 's-Hertogenbosch
  • lid Hof van Discipline Nederlandse Orde van Advocaten, van 1952 tot 1959

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • "Bisschoppelijk Gymnasium" te Rolduc, van 1902 tot 1908

academische studie

  • rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Leiden, van 22 september 1909 tot 19 maart 1915

Activiteiten

als parlementariër

  • Was justitie-woordvoerder van de KVP-Eerste Kamerfractie

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1951 tot de minderheid van zijn fractie die vóór de ontwerp-Pleegkinderenwet stemde

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Diende in 1948 samen met minister Lieftinck een wetsvoorstel tot wijziging van de Loterijwet in. Het voorstel werd in 1950 door minister Struycken in het Staatsblad gebracht. (1.042)
  • Diende in 1949 de ontwerp-Beginselenwet Gevangeniswezen en in 1950 de ontwerp-Pleegkinderenwet in. Beide werden door minister Mulderije in het Staatsblad gebracht. (1.189 & 1.596)
  • Diende in 1949 het wetsvoorstel Opheffing van de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw in. De wet werd in 1956 door minister Van Oven in het Staatsblad gebracht. (1.430)
  • Diende in 1950 een ontwerp-Wet bescherming staatsgeheimen in. Dit voorstel werd door minister Mulderije in 1951 in het Staatsblad gebracht. (1.1554)
  • Diende in 1950 een ontwerp-Pleegkinderenwet in. Dit voorstel werd door minister Mulderije in 1951 in het Staatsblad gebracht. (1.1596)

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1948 samen met minister Mansholt de Totalisatorwet (Stb. I 514) tot stand. Hierdoor wordt wedden bij paardenracen via een totalisator weer mogelijk. Er kan een maximuminzet per persoon worden vastgesteld. (553)
  • Bracht in 1950 samen met de ministers Van den Brink en Mansholt de Wet op de economische delicten (Stb. K 258) tot stand (de behandeling in de Eerste Kamer maakte hij niet meer als minister mee). Deze wet bevat regels over de opsporing, vervolging en berechting van economische delicten op het gebied van voedselvoorziening, prijzen en distributie. Er komen bijzondere politierechters en opsporingsambtenaren. Het wetsvoorstel was in 1947 ingediend met minister Van Maarseveen als eerste ondertekenaar. (603)

Wetenswaardigheden

verkiezingen

  • Was in 1946 en 1948 Eerste Kamerkandidaat in Groep I: Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht en Limburg

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Roermond (jeugdjaren)
  • Vught, Fred. Hendrikstraat 3, omstreeks 1940 (nog in 1948)
  • Vught, Maurickplein 3, omstreeks 1951 (nog in 1955)

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 15 mei 1950
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 27 januari 1961

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • J.C.F.J. van Merriënboer, "Wijers, Theodorus Renerus Josephus (1891-1973)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel V, 549
  • J.C.F.J. van Merriënboer en P.P.T. Bovend'Eert, "Het rustige tuintje van rechter Wijers", in: P.F. Maas, "Het kabinet-Drees-Van Schaik, 1948-1951", band B, 498-502
  • Wie is dat? 1956
  • Ned. Patriciaat, 1974

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te 's-Hertogenbosch, 7 februari 1922

echtgeno(o)t(e)/partner

M.M.C. Rouppe van der Voort, Margaretha Maria Carolina

kinderen

2 zonen en 4 dochters

vader

A.F. Wijers, Alphonse Ferdinand

geboorteplaats en/of -datum

Dordrecht, 18 juni 1863

beroep vader

koopman in manufacturen

moeder

M.W.I.A. Smeets, Marie Wilhelmine Isabelle Adèle

geboorteplaats en/of -datum

Roermond, 28 september 1866

beroep grootvader (vaderskant)

lid fa. J.P. Wijers (manufacturen)