Mr. R.J. graaf Schimmelpenninck van Nijenhuis

R.J. graaf Schimmelpenninck van Nijenhuis
bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief)

Conservatief negentiende-eeuws staatsman. Zoon van Gerrit Schimmelpenninck en kleinzoon van Rutger Jan. Was advocaat in Amsterdam en kreeg in 1857 voor de conservatieven zitting in de Tweede Kamer. Speelde een belangrijke rol bij de vorming van het koninklijke kabinet-Van Zuylen van Nijevelt/Heemskerk, waarin hijzelf de post financiën had. Als minister niet erg populair in de Kamer en daarom in 1874 niet voor de tweede keer minister. Later weer Tweede Kamerlid, als één der laatste conservatieven. Vertrouweling van de koning, die hij ook diende als hofdignitaris; goed bekend in de hogere kringen van Den Haag. Verbleef vaak op zijn buitenverblijf in Diepenheim, maar was in de Kamer altijd op zijn post. Kleine, gezette man met een enigszins Amsterdams accent.

conservatief
functie(s) in de periode 1857-1891: lid Tweede Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

titulatuur en naam

Mr. R.J. graaf Schimmelpenninck van Nijenhuis Rutger Jan

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 9 mei 1821

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 23 april 1893

levensbeschouwing

Waals Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

conservatief

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Amsterdam, vanaf 1845
  • lid gemeenteraad van Amsterdam, van 2 augustus 1854 tot 7 september 1858
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 september 1857 tot 1 juni 1866 (voor het kiesdistrict Leiden)
  • minister van Financiën, van 1 juni 1866 tot 4 juni 1868 (benoemd bij K.B. van 30 mei 1866, formeel ontslag per 3 juni 1868)
  • grootmeester des Konings, van 3 juni 1868 tot 23 april 1893
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 juni 1873 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage)
  • opperkamerheer des Konings, van 1 mei 1881 tot 23 april 1893
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 15 september 1891 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage)

Nevenfuncties

  • kamerheer in buitengewone dienst van koning Willem III, vanaf 4 mei 1851
  • lid bestuur Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Amsterdam
  • ouderling Waals Hervormde gemeente te Amsterdam
  • lid bestuur Normaalschool voor Gymnastiek te Amsterdam
  • lid commissie, Fonds tot aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst in de Nederlanden, district Amsterdam
  • voorzitter Hoge Raad van Adel, van 26 mei 1866 tot 23 april 1893
  • lid Hofcommissie, van 18 oktober 1878 tot 1 april 1884
  • voorzitter Koninklijk Zoölogisch Botanisch Genootschap, omstreeks 1875
  • lid Raad van Commissarissen Maatschappij IJzergieterij "De Prins van Oranje", omstreeks 1875
  • voorzitter Hofcommissie, van 1 april 1884 tot 23 april 1893
  • voorzitter Raad van Commissarissen NRS (Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij), omstreeks 1888

afgeleide functies, presidia etc.

  • tijdelijk voorzitter van de ministerraad, van juni 1866 tot augustus 1867
  • tijdelijk voorzitter van de ministerraad, van maart 1868 tot mei 1868
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IX (Koloniën) 1874 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1874 tot mei 1874
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1874 tot november 1874
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1877 tot maart 1878
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1884 tot september 1884
  • lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 24 november 1884 tot 18 mei 1886
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 7 mei 1885 tot september 1885
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) 1886 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk X (Koloniën) 1886 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1888 tot september 1891
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1888 tot november 1888
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1889, 1890 en 1891)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1889 tot november 1890
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) 1891 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1891 tot september 1891

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 22 januari 1840 tot 15 maart 1845

Activiteiten

als parlementariër

  • Hield zich als Kamerlid vooral bezig met financiële onderwerpen en handelsaangelegenheden
  • Werkte in december 1861 als conservatief mee aan het ten val brengen van het kabinet-Van Heemstra

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1861 tot de 17 leden die tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
  • Behoorde in 1861 tot de meerderheid die vóór een amendement-Ter Bruggen Hugenholtz stemde over het halveren van de begroting voor Onvoorziene Uitgaven
  • Behoorde in 1883 tot de 12 leden die vóór een (verworpen) ordevoorstel stemden om aan te vangen met de behandeling van een wetsvoorstel over kiesrechtuitbreiding. Verwerping van het voorstel was (mede) reden voor de ontslagaanvrage van het kabinet-Van Lynden van Sandenburg.

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1868 de Wet op de accijns op binnenlandse suiker tot stand

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Vormde in februari 1868 samen met minister Heemskerk de commissie die namens de Koning de buitengewone zitting van de Staten-Generaal opende. Heemskerk sprak de openingsrede uit.

uit de privésfeer

  • Zijn stiefmoeder was een dochter van jhr. F.P.G. van Schuylenburg, Tweede Kamerlid

verkiezingen

  • Werd in 1857 bij een tussentijdse verkiezing in het district Alkmaar na herstemming verslagen door K.A. Poortman (lib.)
  • Versloeg in 1857 bij een tussentijdse verkiezing in het district Leiden N. Olivier (lib.) na herstemming
  • Versloeg in 1860 bij de periodieke verkiezingen N. Olivier (lib.)
  • Versloeg in 1864 D.Th. Siegenbeek (lib.)
  • Werd in 1869 bij de periodieke verkiezing in het district Almelo verslagen door G.M. van der Linden (lib.)
  • Werd in 1871 bij de periodieke verkiezing in het district Alkmaar verslagen door J.L. de Bruyn Kops (lib.)
  • Versloeg in 1873 bij de periodieke verkiezing in het district 's-Gravenhage jhr. J.H.J. de Jonge (lib.) en I. Esser (a.r.). Eindigde in het district Leiden in de eerste stemmingsronde als derde achter jhr. I.L. Cremer van den Berch van Heemstede (a.r.) en H.C. Verniers van der Loeff (lib.).
  • Versloeg in 1877 L. Mulder (lib.)
  • Versloeg in 1881 jhr. J.K.W. Quarles van Ufford (lib.)
  • Werd bij de algemene verkiezingen in 1884 in de eerste stemmingsronde gekozen. Versloeg o.a. jhr. A.P.C. van Karnebeek (lib.).
  • Werd bij de algemene verkiezingen in 1886 in de eerste stemmingsronde verslagen door onder de liberalen L.G. Greeve en H.M.A. baron van der Goes van Dirxland. Werd in het district Amersfoort verslagen door L.W.Ch. Keuchenius (a.r.).
  • Werd in 1887 in het district 's-Gravenhage in de eerste stemmingsronde verslagen. Werd in het district Deventer verslagen door H.J. Dijckmeester (lib.).
  • Versloeg in 1888 de liberalen H.M.A. baron van der Goes van Dirxland en P.C. Evers, de katholiek L.P.M.H. baron Michiels van Verduynen en de conservatief W.L.A. Gericke
  • Werd in 1891 verslagen door de liberalen J.F.W. Conrad, H.D. Guyot en J.M. Pijnacker Hordijk

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen

"de Jordaangraaf" (bijnaam ter onderscheiding van Graaf Van Heiden Reinestein, 'de Zandgraaf')

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Amsterdam, Herengracht, omstreeks 1854
  • 's-Gravenhage, Bezuidenhout 51, omstreeks 1875
  • Diepenheim, huis Nijenhuis (buitenhuis)

ridderorden

  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 25 september 1867
  • Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 12 oktober 1880

overige onderscheidingen en prijzen

Ridder eerste klasse, Orde van de Gouden Leeuw van het Huis van Nassau

bezit van heerlijkheden

  • heer van Nijenhuis, Peckedam en Westerflier

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid kiesvereniging "Grondwet" te Amsterdam
  • lid sociëteit "Leesmuseum" te Amsterdam

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881)
  • F. Netscher, "De Schimmelpennincks", in: "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 1229
  • P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Amsterdam, 9 augustus 1849

echtgeno(o)t(e)/partner

H.W.E. Melvil, Henriëtte Wilhelmine Elisabeth

kinderen

5 zonen en 3 dochters

vader

G. graaf Schimmelpenninck, Gerrit

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 25 februari 1794

beroep vader

bankier

moeder

J.Ph.F.C.C. von Knobelsdorff, Johanna Philippina Frederica

geboorteplaats en/of -datum

Constantinopel, 3 oktober 1796

broers en zusters

4 broers en 3 zussen

familierelaties