conservatief
functie(s) in de periode 1856-1872: lid Tweede Kamer, minister, Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië
Personalia
voornamen (roepnaam)
Pieter
titulatuur en naam
Mr. P. Mijer Pieter
geboorteplaats en -datum
Batavia (Ned.-Indië), 3 juni 1812
overlijdensplaats en -datum
Scheveningen (gem. 's-Gravenhage), 6 februari 1881
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
conservatief
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te 's-Gravenhage, van 17 oktober 1832 tot 16 april 1833
- advocaat te Batavia (Nederlands-Indië), van 16 juni 1833 tot 1 maart 1835
- ambtenaar Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), vanaf 6 november 1834
- referendaris ter Algemeene Secretarie van het Gouvernement te Buitenzorg (Ned.-Indië), van 1 maart 1835 tot 16 juli 1837 (werkzaam bij het kabinet van de gouverneur-generaal ad interim J.Ch. Baud)
- griffier Hoog-Gerechtshof en Hoog-Militair Gerechtshof van Nederlands-Indië, van 16 juli 1837 tot 16 juli 1838
- waarnemend raadsheer Hoog-Gerechtshof van Nederlands-Indië, van 16 juli 1838 tot 1 januari 1839
- raadsheer Hoog-Gerechtshof van Nederlands-Indië, van 1 januari 1839 tot 16 maart 1839
- waarnemend raadsheer Hoog-Militair Gerechtshof van Nederlands-Indië, van 16 maart 1839 tot 1 december 1845
- waarnemend procureur-generaal bij het Hoog-Gerechtshof van Nederlands-Indië, van 1 december 1845 tot september 1846
- waarnemend advocaat-fiscaal voor zee- en landmacht in Nederlands-Indië, van 1 december 1845 tot 1 oktober 1846
- vicepresident Hoog-Gerechtshof en Hoog-Militair Gerechtshof van Nederlands-Indië, van 1 oktober 1846 tot 16 september 1849
- procureur-generaal Hoog-Gerechtshof van Nederlands-Indië, van 16 september 1849 tot 1 november 1851
- advocaat-fiscaal voor zee- en landmacht, van 16 september 1849 tot 1 november 1851
- lid Raad van Nederlandsch-Indië, van 1 november 1851 tot 1 januari 1856
- verlof in Nederland, vanaf 30 juli 1855
- minister van Koloniën, van 1 januari 1856 tot 18 maart 1858 (benoemd bij K.B. van 5 december, beëdigd 6 december 1855)
- gepensioneerd (pensioen f 12.000,- per jaar)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1860 tot 30 mei 1866 (voor het kiesdistrict Zwolle)
- minister van Koloniën, van 1 juni 1866 tot 17 september 1866 (benoemd per 31 mei 1866)
- tijdelijk voorzitter van de ministerraad, van mei 1866 tot september 1866
- Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië, van 28 december 1866 tot 1 januari 1872 (benoemd bij K.B. van 17 september 1866)
- terugkeer in Nederland, februari 1872
Nevenfuncties
- lid en secretaris commissie tot voorbereiding van de invoering van de nieuwe wetgeving in Nederlands-Indië, vanaf oktober 1837
- adjunct-adviseur in de procedure van de erfgenamen van Gouverneur-Generaal Daendels, ter zake van in 's lands kas gestorte gelden, april 1838
- lid bestuur Bataafsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, van juli 1839 tot september 1850
- lid directie militair weduwen- en weezenfonds, vanaf 9 maart 1841
- lid college van bestuur over de protestantse kerk in Nederlands-Indië, van 11 november 1844 tot 5 september 1851
- lid commissie tot onderzoek van al hetgeen betrekking heeft tot de Nederlands-Indische scheepvaart beoosten de Kaap de Goede Hoop, vanaf 9 mei 1846
- lid commissie belast met de vervaardiging van een ontwerp-wetboek van strafrecht voor Europeanen in Nederlands-Indië, van juni 1848 tot januari 1852
- president college van bestuur over de protestantse kerk in Nederlands-Indië, vanaf 5 september 1851
afgeleide functies, presidia etc.
- tijdelijk voorzitter van de ministerraad, van 1 april 1857 tot 1 juli 1857
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1861 tot april 1861
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1862 tot september 1862
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1864 tot april 1864
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1866 tot augustus 1866
Opleiding
voortgezet onderwijs
- opleiding Instituut 't Hoen te Vollenhoven
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 5 juni 1828 tot 11 oktober 1832 (summa cum lauda)
Activiteiten
als parlementariër
- Was koloniaal-woordvoerder in de Tweede Kamer. Sprak ook over onderwijs en waterstaat.
- Behoorde in 1861 tot de 17 leden die tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
- Behoorde in 1861 tot de meerderheid die vóór een amendement-Ter Bruggen Hugenholtz stemde over het halveren van de begroting voor Onvoorziene Uitgaven
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Diende in 1857 wetsvoorstellen in tot opheffing van de slavernij in Suriname en West-Indië. Deze voorstellen bleven onafgedaan.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd op 24 mei 1866 door de koning gevraagd een kabinet te vormen. Weigerde echter, omdat hij een pensioen van f 12.000 had als oud-Indisch ambtenaar en een toelage als Kamerlid van f 2000 en die inkomsten als minister zou verliezen. Bovendien had hij een huis gekocht in Elburg, omdat hij Den Haag te duur vond. Hij stond alleen open voor een benoeming tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië.
- De wel tot formateur benoemde Graaf Van Zuylen van Nijevelt vroeg hem kort daarna minister van Koloniën te worden. Mijer gaf te kennen slechts tijdelijk minister te willen worden, tot en met de behandeling van de begroting van Koloniën. Van Zuylen liet weten dat een ministerschap zijn kans zou vergroten om tot Gouverneur-Generaal te worden benoemd. Formeel zou de koning echter worden vrijgelaten in zijn keuze van de nieuwe Gouverneur-Generaal. Mijer stemde op 28 mei toe in een tijdelijk ministerschap.
- Hoewel hij geen formateur was, contrasigneerde hij de besluiten bij de ministerswisselingen. Formateur Van Zuylen van Nijevelt wilde - met name vanwege de dubieuze benoeming van Mijer - liever op de achtergrond blijven.
- Mijer kreeg twee dagen na goedkeuring van de begroting van Koloniën in de Eerste Kamer ontslag als minister. Een dag daarna volgde het ontslag - het verzoek daartoe was aangehouden - aan Sloet van de Beele als Gouverneur-Generaal en de benoeming van Mijer tot diens opvolger.
uit de privésfeer
- Zijn schoonvader, Mr. D.F.W. Pietermaat, was onder meer lid van het Hooggerechtshof in Batavia. Hij was een zoon van P. Pietermaat, lid van de Notabelenvergadering
- Verloor zijn vader al op jonge leeftijd. Zijn moeder hertrouwde op 13 juni 1813.
- Zijn stiefvader was griffier bij de Raad van Justitie te Batavia
verkiezingen
- Versloeg in 1860 bij de periodieke verkiezing in het Zwolle na herstemming Th.J. Stieltjes (lib.). Was verliezend kandidaat in het district Rotterdam.
- Versloeg in 1864 bij de periodieke verkiezing in het district Zwolle S.J. van Roijen en J. Kalff
woonplaats(en)/adres(sen)
- Nederlands-Indië, van augustus 1833 tot 1855
- 's-Gravenhage, vanaf 1855
- Elburg, tot oktober 1866
- Nederlands-Indië, van december 1866 tot februari 1872
- Utrecht, vanaf 1872
- Scheveningen
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 6 december 1847
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 januari 1856
- Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 12 maart 1858
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "Dissertatio historico-politica de commercio et internae administrationis forma possessionum Batavarum in India Orientali" (dissertatie)
- diverse artikelen en werken over Nederlands-Indië
- "Jan Chrétien Baud geschetst" (1878)
literatuur/documentatie
- Levensbericht door S. van Deventer, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1884, 71
- E. van Raalte, "Staatshoofd en ministers", 101-103
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, 899
- M.A. van Rhede van der Kloot, "Gouverneurs-Generaal en Commissarissen-Generaal van Nederlandsch-Indië 1610-1888"
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
publicaties over en van letterkundigen
biografie
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Batavia, 4 september 1837
echtgeno(o)t(e)/partner
J.A. Pietermaat, Jeannette Antoinette
kinderen
6 zoons en 4 dochters
vader
P. Mijer, Pieter
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 14 juli 1782
beroep vader
koopman (lid van het handelshuis "Te Boekhorst en Co.")
moeder
G.E. Meijer, Geertruida Ernestina
geboorteplaats en/of -datum
Cochin (India)
stiefvader
P. van Hoek, Pieter