'pragmatisch' liberaal, conservatief-liberaal
functie(s) in de periode 1866-1901: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Menso Johannes
titulatuur en naam
Mr. M.J. Pijnappel Menso Johannes
geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 26 januari 1830
overlijdensplaats en -datum
Amsterdam, 31 januari 1906
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
- conservatief-liberaal
- lid kiesvereniging "Grondwet"
- lid kiesvereniging "Burgerpligt"
- lid kiesvereniging "Nederland en Oranje"
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat en procureur te Amsterdam, vanaf 1855
- lid gemeenteraad van Amsterdam, van 3 september 1861 tot 3 september 1867
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 20 september 1869 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
- lid gemeenteraad van Amsterdam, van 5 juli 1878 tot 5 september 1899
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 6 december 1882 tot 11 oktober 1884 (voor Noord-Holland)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887 (voor Noord-Holland)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 1 mei 1894 (voor Noord-Holland)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 juni 1894 tot 17 september 1901 (1894-1897 voor het kiesdistrict Amsterdam, 1897-1901 voor het kiesdistrict Amsterdam I)
Nevenfuncties
- lid Staatscommissie voor de herziening der faillissementswet (Staatscommissie-Kist), van 22 november 1879 tot 28 februari 1887
- lid commissie van toezicht op het lager onderwijs in Amsterdam, omstreeks 1884
- deken Orde van Advocaten te Amsterdam, van 1892 tot 1894
- lid Averij-commissie
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Eerste Kamer), van 29 december 1884 tot 17 augustus 1887
- lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Eerste Kamer), van 2 mei 1888 tot 1 mei 1894
- voorzitter Commissie voor de Verzoekschriften (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 16 september 1891 tot september 1892
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van maart 1892 tot augustus 1892
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1893 tot mei 1894
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IV (Justitie) 1895 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het initiatiefvoorstel-Hartogh tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1894 tot 1895
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1897 tot november 1897
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1898 tot november 1898
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1898 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IV (Justitie) 1900 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1900 tot mei 1900
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor het wetsontwerp bepalingen inzake de vaderlijke macht en de voogdij (Tweede Kamer der Staten-Generaal), tot mei 1900
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de wetsontwerpen inzake kinderstrafrechtspleging (kinderwetten-Cort van der Linden) (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1898 tot juni 1900
Opleiding
academische studie
- rechten, Atheneum Illustre te Amsterdam, vanaf 2 oktober 1847
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 28 juni 1850 tot 24 april 1855 (magna cum laude)
Activiteiten
als parlementariër
- Hield zich in beide Kamers vooral bezig met justitie, binnenlandse zaken, onderwijs, financiën en Surinaamse zaken
- Bracht in 1895 een initiatiefwet tot wijziging van de Faillissementswet 1893 tot stand. Feitelijk was dit een novelle, waardoor een bij amendement toegevoegde aanvulling van artikel 1 werd teruggedraaid. Die koppelde faillissementverklaring aan het gemeenschappelijk belang der schuldeisers. Hij had als Eerste Kamerlid (en oud-lid van de staatscommissie) overtuigend betoogd dat de aanvulling ondeugdelijk was voor het beoogde doel. De nieuwe Faillissementswet was wel aangenomen, onder belofte van een nadere aanpassing. Door zijn initiatiefvoorstel kwam er een nieuwe bepaling om de belangen van de schuldeisers te beschermen.
- Was in 1896 in de Eerste Kamer medeverdediger van het initiatiefwetsvoorstel-Hartogh tot herziening van het burgerlijk procesrecht (o.a. invoering summiere behandeling, afschaffing verplichte betekening van vonnissen, uitbreiding bevoegdheid tot voorlopige tenuitvoerlegging van vonnissen). Dit voorstel werd in 1896 wet.
opvallend stemgedrag
- Stemde in oktober 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken voor 1868
- Stemde in 1868 tegen de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest
- Stemde in 1887 als enige van links vóór het initiatiefwetsvoorstel-Schaepman tot wijziging van de onderwijsbepalingen in de Grondwet
- Stemde in 1887 (bij de eerste lezing) tegen de additionele artikelen van de herziene Grondwet
- Behoorde in 1890 tot de zes liberalen die voor de (verworpen) begroting van Koloniën stemden. De verwerping leidde tot het aftreden van minister Keuchenius.
- Behoorde in 1890 tot de negen liberalen die vóór het wetsvoorstel stemden ter goedkeuring van de overeenkomst met de spoorwegmaatschappijen over de verdeling van spoorlijnen
- Stemde in 1900 als enige van links tegen artikel 1 van de ontwerp-Leerplichtwet, waarin het principe van leerplicht was vastgelegd.
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
- Zijn schoonzoon, Ch.E.H. Boissevain, was gemeenteraadslid in Amsterdam
- Zijn echtgenote was een kleindochter van P.A. Brugmans, Eerste Kamerlid
- Medeoprichter van de Vereeniging tot uitgaaf der bronnen van het oud-vaderlandsch recht
- Zijn grootvader van moederszijde was burgemeester van Rhenen
verkiezingen
- Werd bij de algemene verkiezingen in 1866 na herstemming gekozen. Versloeg onder anderen de liberalen P.Ph. van Bosse en J. van Swieten.
- Werd bij de algemene verkiezingen in 1868 in de eerste stemmingsronde gekozen
- Werd in 1869 verslagen door de liberalen Th.J. Stieltjes, J. Heemskerk Bzn. en M.J. de Lange
- Werd in 1874 bij een tussentijdse verkiezing in het district Amersfoort verslagen door jhr. M.M. van Asch van Wijck (a.r.)
- Werd in 1882 bij een tussentijdse verkiezing voor een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Noord-Holland na herstemming met D. Visser van Hazerswoude (lib.) gekozen
- Werd in 1884 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland met 62 van de 69 stemmen gekozen
- Werd in 1888 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland met 46 van de 70 stemmen gekozen
- Werd in 1894 bij de algemene verkiezingen in het district Amsterdam na herstemming gekozen. Versloeg onder anderen W.K.M. Vrolik, I.A. Levy en M.W.F. Treub.
- Versloeg in 1897 in het district Amsterdam I na herstemming H.J.A.M. Schaepman (r.k.). In de eerste ronde was onder anderen A. Kerdijk verslagen.
woonplaats(en)/adres(sen)
Amsterdam, Keizersgracht
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 24 april 1887
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid genootschap "Felix Meritis"
- lid genootschap "Leesmuseum"
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De facultate conjugum pactis nuptialibus jus constituendi quod inter se et extraneos valeat" (dissertatie, 1855)
literatuur/documentatie
- Sagittarius, "Parlementaire Portretten. De aftredende helft van de Tweede Kamer der Staten-Generaal" (1869)
- Augur, "Een wilde", in: Van het Haagsche Binnenhof. Parlementaire Schetsen" (1901), 115
- Mr. Antonio, "Mr. Pijnappel", Parlementaire Portretten, Nieuwe Reeks XXV, De Telegraaf, 1 juni 1901
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, 543
- P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
publicaties over en van letterkundigen
biografie
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 19 mei 1864
echtgeno(o)t(e)/partner
H.C.J. Brugmans, Helena Catharina Justina
vader
J. Pijnappel, Jan
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 28 augustus 1791
beroep vader
koopman
moeder
M.B. Menso, Maria Barbera
geboorteplaats en/of -datum
Rhenen, 3 maart 1803
familierelaties
- Neef (oomzegger) van H. Menso, Tweede Kamerlid