Mr. J.Ph.J.A. (Jules) graaf van Zuylen van Nijevelt

J.Ph.J.A. graaf van Zuylen van Nijevelt
bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

In Luxemburg geboren telg van een Rotterdamse regentenfamilie. Werd na het overlijden van zijn moeder streng, godsdienstig en geïsoleerd opgevoed. Na een diplomatieke loopbaan in onder meer Brussel en Constantinopel, die begunstigd werd door invloedrijke familieleden, werd hij minister van Buitenlandse Zaken in een gemengd conservatief-liberaal kabinet. Sloot zich aan bij de antirevolutionairen (Groenianen) en werd na een kort gezantschap in Berlijn leider van een conservatief kabinet. Was toen wederom minister van Buitenlandse Zaken. Het kabinet kwam tot driemaal toe in conflict met de Tweede Kamer, waarbij vooral zijn Luxemburgse politiek centraal stond. Nadien werd hij wederom gezant en vervolgens Tweede Kamerlid. Behoorde tot de leidende figuren van de protestants-conservatieve stroming. Sloot zijn loopbaan af als staatsraad.

antirevolutionair, conservatief
functie(s) in de periode 1860-1894: lid Tweede Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Julius Philip Jacob Adriaan (Jules)

titulatuur en naam

Mr. J.Ph.J.A. graaf van Zuylen van Nijevelt Julius Philip Jacob Adriaan (Jules)

geboorteplaats en -datum

Dommeldange (Luxemburg), 19 augustus 1819

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 1 juli 1894

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

niet-kerkelijke levensbeschouwing

vrijmetselaar, van 1842 tot 1844 (koos hiervoor om betere kansen te hebben in koloniale dienst)

Partij/stroming

stroming(en)

  • antirevolutionair ('Groeniaan'), tot 1866
  • conservatief, vanaf 1866 (distantieerde zich van Groen; wenste naar zijn eigen woorden te worden beoordeeld)

Hoofdfuncties/beroepen

  • in diplomatieke dienst, vanaf 1841
  • (onbezoldigd) attaché ministerie van Buitenlandse Zaken, van 21 februari 1842 tot 1844
  • attaché Nederlanse gezantschap aan het Hof van Hannover, vanaf 23 april 1844 (ter vervanging wegens ziekte van gezant Van Dedel)
  • attaché Nederlandse gezantschap te Berlijn, van 1844 tot april 1846
  • secretaris Nederlands gezantschap te Wenen, van april 1846 tot 1848
  • attaché ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1848 tot 1 september 1852
  • waarnemend attaché gezantschap te Brussel, van mei 1848 tot november 1848 (wegens ministerschap A.A. baron Bentinck)
  • raad van legatie gezantschap te Londen, van 1 september 1852 tot 1 oktober 1854
  • zaakgelastigde te Constantinopel, van 1 oktober 1854 tot april 1855
  • minister-resident te Constantinopel, van 25 april 1855 tot maart 1860 (na opheffing consulaat-generaal Athene ook geaccrediteerd in Athene)
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 4 april 1860 tot 14 januari 1861 (benoemd bij K.B. van 8 maart 1860)
  • ambteloos, van 15 januari 1861 tot 1 mei 1862
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1861 tot 15 september 1862 (voor het kiesdistrict Zwolle)
  • buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Berlijn, tevens geaccrediteerd bij de hoven van het koninklijk en groothertoglijk Saksen te Weimar en Dresden, van 19 december 1862 tot augustus 1865
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 mei 1865 tot 2 juni 1866 (voor het kiesdistrict Arnhem)
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 1 juni 1866 tot 4 juni 1868 (benoemd bij K.B. van 30 mei 1866)
  • ambteloos, van 4 juni 1868 tot 1 maart 1869
  • buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Sint Petersburg, van 1 maart 1869 tot 1 juni 1871 (benoemd bij K.B. van 13 februari 1869)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1871 tot 20 september 1875 (voor het kiesdistrict Arnhem)
  • buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Wenen, van 1 december 1875 tot 1 oktober 1883
  • lid Raad van State, van 1 oktober 1883 tot 1 juli 1894 (benoemd bij K.B. van 6 juli 1883)

(in)formateurschap(pen)

  • kabinetsformateur, van 24 mei 1866 tot 30 mei 1866 (liet contraseigneren benoemingsbesluiten over aan mr. P. Mijer)

Nevenfuncties

  • lid Ridderschap van Holland, vanaf 1842
  • kamerheer in buitengewone dienst, van 9 mei 1850 tot 1 juli 1894
  • voorzitter Nederlandse Evangelisch-Protestantse vereniging

afgeleide functies, presidia etc.

  • tijdelijk voorzitter van de ministerraad, van september 1867 tot december 1867
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1871 tot september 1872
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1873 tot april 1873
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1873 tot september 1873
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1873 tot februari 1874
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1874 tot februari 1875
  • lid afdeling Buitenlandse Zaken (Raad van State)
  • lid afdeling Financiën (Raad van State)
  • lid afdeling Oorlog (Raad van State)

Opleiding

onderwijs buiten schoolverband

  • huisonderricht
  • onderwijs in kostschool te 's-Gravenhage, vanaf 1832 (directeur de Zwitser Hisely)

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, van 24 januari 1838 tot 28 juni 1841

Activiteiten

als parlementariër

  • Behoorde in 1861 tot de 17 leden die tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
  • Behoorde in 1861 tot de meerderheid die vóór een amendement-Ter Bruggen Hugenholtz stemde over het halveren van de begroting voor Onvoorziene Uitgaven
  • Diende op 27 november 1865 een voorstel in tot het instellen van een parlementaire enquête betreffende de verkiezingen in Limburg. Dit voorstel werd op 12 december 1865 met 53 tegen 18 stemmen verworpen.
  • Interpelleerde in 1866 minister Cremers over de uittreding van Limburg uit de Duitse Bond

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Tijdens zijn ministerschap in 1866-1868 speelde de Luxemburgse kwestie. Luxemburg maakte deel uit van de Duitse Bond en er was een pruisisch garnizoen gelegerd. Frankrijk zag dat als een bedreiging en Nederland wilde Luxemburg en Limburg losmaken uit de Duitse Bond (inmiddels de door Pruisen gedomineerde Noordduitse Bond. Er kwam een akkoord tussen Frankrijk en koning Willem III over de 'verkoop' van Luxemburg aan Frankrijk. Toen Pruisen met oorlog dreigde, werd op het laatste moment afgezien van de deal. Von Bismarck zou tegen Van Zuylen naar aanleiding hiervan hebben gezegd "Vous avez sauve la paix de l'Europe". Op voorstel van Rusland werd besloten de kwestie op een conferentie in Londen op 11 mei 1867 te bespreken. Luxemburg en Limburg werden toen losgemaakt uit de (Noord-)Duitse Bond en Nederland garandeerde (mede) de onzijdigheid van Luxemburg. De meerderheid van de Tweede Kamer meende echter dat Nederland niets met Luxemburg te maken had en achtte de neutraliteitsgarantie overbodig en gevaarlijk.
  • Had een belangrijk aandeel in de totstandkoming van de Akte van Mannheim (1868) over vrije scheepvaart op de Rijn

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Had een slechte relatie met Van Hall door zijn interpretatie van zijn taak als minister (was voor grotere onafhankelijkheid)
  • Merkwaardigerwijs in 1861 als "Groeniaan" gekozen in Zwolle als opvolger van zijn neef Jacob, die gematigd liberaal was.
  • Zijn benoeming tot minister in 1866 was een persoonlijke keuze van Willem III. Gezien de gespannen verhouding tussen Pruisen en Oostenrijk wilde de Koning Buitenlandse Zaken in vertrouwde handen zien.
  • Was in 1866 in hoge mate verantwoordelijk voor de affaire-Mijer. Hij wist Mijer over te halen minister van Koloniën te worden door hem toe te zeggen dat hij na korte tijd tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië zou worden benoemd. Deze handelwijze werd door de Tweede Kamer via een motie-Keuchenius afgewezen, waarop het kabinet de Tweede Kamer ontbond.
  • Hem werd in maart 1867 bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken door de liberalen, maar ook door de antirevolutionair Keuchenius verweten ontrouw te zijn aan zijn beginselen ten aanzien van het lager onderwijs. Hij wees erop dat het kabinet voor bijzonder onderwijs was naast de openbare scholen, maar dat het niet aan hem was te bepalen of er wetgeving moest komen.
  • Tijdens de behandeling van de begroting Buitenlandse Zaken in november 1867 toonde oud-minister J.H. Geertsema brieven waaruit bleek dat de bewering van Van Zuylen dat het vorige kabinet geen overleg had gepleegd met de Pruisische regering over het losmaken van Limburg uit de Duitse bond onjuist was. Dit leidde tot een heftig incident. De Tweede Kamer verwierp op 26 november 1867 met 38 tegen 36 stemmen Van Zuylens begroting.
  • Op 28 april 1868 verwierp de Tweede Kamer voor de tweede maal de door hem verdedigde begroting

uit de privésfeer

  • Na het overlijden van zijn moeder onder voogdij van oom Jacques (broer van moeder), gemeentesecretaris van Rotterdam. Na diens overlijden in 1839 voogdij van jongere oom Jan, gouverneur van Friesland. Na 1840 (overlijden van Jan) onder voogdij van oom Hugo, diplomaat en later minister van Hervormde Eredienst. Die laatste speelde een belangrijke rol bij zijn verdere ontwikkeling en loopbaan.
  • Na 1848 definitief veranderd van levenshouding t.g.v. cholera in Brussel; na periode van zelfbeklag nu positief ingesteld, zeer godvruchtig geworden
  • Zijn echtgenote kwam uit een vooraanstaande Schotse familie
  • Zijn zoon Robert was burgemeester van Wassenaar

verkiezingen

  • Versloeg in 1861 bij een tussentijdse verkiezing in het district Zwolle A. van Naamen van Eemnes (gematigd lib.) na herstemming
  • Werd in 1864 bij de periodieke verkiezing in het district Amersfoort verslagen door J.K. baron van Goltstein
  • Versloeg in 1865 bij een tussentijdse verkiezing in het district Arnhem C.P. Henny (lib.)
  • Versloeg in 1871 bij de periodieke verkiezing in het district Arnhem L.A.J.W. baron Sloet van de Beele (lib.). Was verliezend kandidaat in de districten Middelburg (tegen Tak van Poortvliet) en Utrecht (derde na W.R. Boer en N.P.J. Kien)
  • Werd in 1875 bij de periodieke verkiezingen niet herkozen. Werd verslagen door J.H. Geertsema, die in herstemming kwam met jhr. A.F. de Savornin Lohman.

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen

"Monsieur Jules" (ter onderscheiding van zijn neef Pompejus)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Dommeldange (Luxemburg), tot 1829
  • Utrecht, Plompetorengracht, van 1829 tot 1830
  • Rotterdam, van 1830 tot 1841
  • 's-Gravenhage, vanaf 1841
  • Hannover, april 1844
  • Berlijn, van 1844 tot april 1846
  • Wenen, van april 1846 tot 1848
  • Brussel, van 1848 tot september 1850
  • Ixelles, van september 1850 tot 1852
  • Londen, van 1852 tot 1854
  • Constantinopel, vanaf 1854
  • Pera (bij Athene), tot 1860
  • 's-Gravenhage, Zeestraat, vanaf april 1860
  • Berlijn, van 1863 tot 1866
  • Sint Petersburg, van april 1869 tot april 1871
  • Wenen, van oktober 1875 tot september 1881
  • 's-Gravenhage, Koninginnegracht 26, van september 1881 tot 1 juli 1894

ridderorden

  • Ridder in de Orde van Oranje-Nassau
  • Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 16 januari 1867
  • Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 13 mei 1867

relevante buitenlandse reizen

reis door Zwitserland en Italië (na afstuderen in 1841; gefinancierd door oom Hugo)

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid vrijmetselaatsloge "Loge l'Union Royale"
  • lid bijbelkring "Johannes Kränchen" te 's-Gravenhage (samen met o.a. Groen van Prinsterer en Elout van Soeterwoude)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"Herinneringen uit mijn leven. Opgedragen aan mijne beminde kinderen" (autobiografie, 1819-1883)

literatuur/documentatie

  • M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900"
  • J.J. Huizinga, "Herinneringen van J.P.J.A. Graaf van Zuylen van Nijevelt 1819-1887", in: Nederlandse Historische Bronnen, deel II (1980)
  • G.J. Lammers, "De Kroon en de kabinetsformaties" (1952)

archivalia

archief-J.P.J.A. van Zuylen van Nijevelt, Nationaal Archief

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Hambleden (Schotland), 1 augustus 1850

echtgeno(o)t(e)/partner

C.H. Nixon, Catherine Harriët

kinderen

3 zoons en 2 dochters

vader

P.H. baron van Zuylen van Nijevelt, Pieter Hendrik

geboorteplaats en/of -datum

Kampen, 1 juli 1782

beroep vader

officier (generaal-majoor der cavalerie en commandant van Limburg namens de Nederlandse regering)

moeder

S.M. van Zuylen van Nijevelt, Susanna Martha

geboorteplaats en/of -datum

Rotterdam, 7 december 1787

broers en zusters

1 zus

beroep grootvader (vaderskant)

  • officier (luitenant-generaal, later maarschalk)
  • (militair) gouverneur van Amsterdam
  • opperceremoniemeester van koning Lodewijk Napoleon
  • president Hoog Heraldiek College

beroep grootvader (moederskant)

wethouder van Rotterdam

familierelaties