Mr. J.P. (Joachim) Fockema Andreae

J.P. Fockema Andreae
bron: Persoonlijkheden

Geleerde kunstzinnige jurist en zeer geziene burgemeester van Utrecht. Publiceerde als jong wethouder het eerste Nederlandse boek over stedenbouw. Na zijn aftreden als Commissaris van de Koningin van Groningen wijdde hij zich aan de wetenschap, publiceerde vele publiekrechtelijke artikelen en diende jarenlang de publieke zaak met grote toewijding als voorzitter of als lid van staatscommissies. Man zonder zelfzucht of zelfoverschatting, die als jurist wetenschappelijk tot de besten van zijn tijd behoorde. Als vrijgezel een eenzaam man, maar wiens alleen-zijn leidde tot vindgroeven van schoonheid en wijsheid. Had de gave de dingen breed te zien met gevoel voor het allerkleinste detail.

functie(s) in de periode 1933-1937: Commissaris van de Koning(in)

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Joachimus Pieter (Joachim)

titulatuur en naam

Mr. J.P. Fockema Andreae Joachimus Pieter (Joachim)

geboorteplaats en -datum

Leiden, 30 juli 1879

overlijdensplaats en -datum

Utrecht, 27 juli 1949

Partij/stroming

stroming(en)

liberaal

partij(en)

partijloos

Hoofdfuncties/beroepen

  • commies-redacteur ter secretarie (belast met openbare werken en volkshuisvesting), gemeente Utrecht, van 1 april 1904 tot oktober 1907
  • plaatsvervangend gemeentesecretaris van Utrecht, van 1905 tot oktober 1907
  • lid gemeenteraad van Utrecht, van december 1907 tot 1 april 1914 (gekozen 28 november)
  • wethouder (van openbare werken, later stadsontwikkeling en woningbouw) van Utrecht, van 19 december 1907 tot 1 april 1914
  • burgemeester van Utrecht, van 1 april 1914 tot 1 december 1933 (benoemd bij K.B. van 18 maart 1914)
  • Commissaris van de Koningin in Groningen, van 1 december 1933 tot 1 april 1937 (benoemd bij K.B. van 3 november 1933)

Nevenfuncties

  • lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 15 januari 1915 tot 1933
  • voorzitter Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs, van 1917 tot 1923 (later ere-voorzitter)
  • voorzitter commissie van advies inzake de bevordering der toonkunst van rijkswege, van 1918 tot 1927
  • voorzitter VNG (Vereniging van Nederlandsche Gemeenten), van juli 1924 tot 21 juni 1927
  • lid Radioraad, vanaf 1 januari 1929
  • voorzitter College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 1929 tot december 1933
  • voorzitter Commissie van advies inzake bevordering der toonkunst van Rijkswege, omstreeks 1931 en nog in 1938
  • voorzitter College van Curatoren Rijksuniversiteit Groningen
  • voorzitter Staatscommissie crisis-slachtoffers, vanaf 6 januari 1938
  • lid en voorzitter Rijkscommissie van bijstand voor het Woordenboek der Nederlandsche taal, omstreeks 1938
  • voorzitter Staatscommissie Bezettingsrecht, van 21 januari 1946 tot 27 juli 1949 (wegens ziekte vanaf oktober 1946 grotendeels uitgeschakeld)
  • voorzitter ereraad Nederlandse Unie, van 26 januari 1946 tot september 1946
  • voorzitter commissie voor de wetgevingstechniek, tot 1948

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Stedelijk Gymnasium te Leiden

academische studie

  • rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Leiden, van 26 september 1898 tot 5 februari 1904 (cum laude)

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Zijn ontslag als Commissaris zou verband hebben gehouden met het feit dat hij niet kon aarden in Groningen. De verplichting om de ambtswoning te betrekken beschouwde hij als "een drukkende last", omdat het pand "uiterst ongerieflijk en onherbergzaam" was, hetgeen - zoals hij aan de minister schreef - "afbreuk deed aan zijn lust om met geestdrift en volle toewijding aan de slag te gaan".

uit de privésfeer

  • Zijn vader was hoogleraar oud-Vaderlands recht te Leiden
  • Een broer van hem was rechter, twee zwagers van hem waren hoogleraar (in letterkunde en verloskunde)

niet-aanvaarde politieke functies

  • minister van Binnenlandse Zaken, juli 1939 (tijdens formatie vijfde kabinet-Colijn; geweigerd)
  • minister van O.K.W., juli 1939 (tijdens formatie vijfde kabinet-Colijn; geweigerd)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Utrecht, van 1904 tot december 1933
  • Groningen, van december 1933 tot 1 april 1937
  • Bilthoven, "De Leemhoeve", vanaf 1 april 1937

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1922

hobby's

pianospel (verdienstelijk pianist)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "Tien jaar rechtspraak aan den Hoogen Raad" (dissertatie, 1904)
  • "De hedendaagsche stedenbouw" (1912)

literatuur/documentatie

  • A. Graafhuis, "Fockema Andreae, Joachimus Pieter (1879-1949)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 187
  • D. Hillenius, "Dr. J.P. Fockema Andreae (1879-1949)", in: VNG-Magazine, 14 (2001)
  • J. Janssens, "De Commissaris van de Koningin" (1992)
  • Ned. Patriciaat, 1993

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

ongehuwd

vader

Mr. S.J. Fockema Andreae, Sybrandus Johannes

geboorteplaats en/of -datum

Beetsterzwaag (grietenij Opsterland), 4 juni 1844

moeder

E.R. Lunsingh Tonckens, Elisabeth Reinardina

geboorteplaats en/of -datum

Beetsterzwaag (grietenij Opsterland), 10 september 1850

beroep grootvader (vaderskant)

notaris

familierelaties