Mr. J.C. van Oven

J.C. van Oven
bron: Foto Reportage Bedrijf- Fotohandel/N. van der Horst

Vooraanstaand wetenschapper (rechtshistoricus) die in zijn korte ministerschap veel gezag had. Was 34 jaar hoogleraar Romeins recht (eerst in Groningen, daarna in Leiden) en werd in 1956 op 74-jarige leeftijd minister van Justitie in het kabinet-Drees III als opvolger van de overleden minister Donker. Smaakte het genoegen een wet tot stand te kunnen brengen waardoor de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw werd opgeheven. Hij had daarvoor jarenlang gepleit. Er werd gesproken van de 'Lex-Van Oven' .

PvdA
functie(s) in de periode 1956: minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Julius Christiaan

titulatuur en naam

Mr. J.Ch. van Oven Julius Christiaan

geboorteplaats en -datum

Dordrecht, 17 november 1881

overlijdensplaats en -datum

Leiden, 16 maart 1963

begraafplaats en -datum

Driehuis-Westerhuis, 21 maart 1963 (crematie)

Partij/stroming

partij(en)

  • VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), tot 9 februari 1946
  • PvdA (Partij van de Arbeid), vanaf 9 februari 1946

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Amsterdam, van 1906 tot 1907
  • redacteur buitenland, dagblad "Nieuws van den Dag", van 1907 tot 1 juni 1917
  • hoogleraar Romeins recht, Rijksuniversiteit Groningen, van 1 juni 1917 tot 1 januari 1925
  • hoogleraar Romeins recht, Rijksuniversiteit Leiden, van 1 januari 1925 tot 16 maart 1942 (ontslagen door de Duitsers)
  • hoogleraar Romeins recht, Rijksuniversiteit Leiden, van 6 mei 1945 tot 1 december 1951
  • raadsheer Bijzonder Gerechtshof te 's-Gravenhage, van juli 1945 tot 1948
  • rector magnificus Rijksuniversiteit Leiden, van 15 september 1947 tot 21 september 1948
  • ambteloos, van 1 december 1951 tot 15 februari 1956
  • minister van Justitie, van 15 februari 1956 tot 13 oktober 1956
  • minister van Binnenlandse Zaken ad interim, van 7 juli 1956 tot 13 oktober 1956 (na het aftreden van Beel vanwege diens lidmaatschap van de Commissie van Drie over de problemen aan het Hof)

gevangenschap/internering

gedwongen verblijf te Boekelo, van september 1942 tot mei 1945

Nevenfuncties

  • lid bestuur Groninger Orkest Vereeniging, tot 1927
  • lid commissie tot bevordering der toonkunst van rijkswege, van 1918 tot 1927
  • hoofdredacteur "Nederlands Juristenblad", van 1925 tot 1962 (oprichter)
  • redacteur "Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis"
  • redacteur "Weekblad voor Privaatrecht, Notaris-ambt en Registratie"
  • decaan juridische faculteit, Rijksuniversiteit Leiden, van 1931 tot 1934
  • decaan juridische faculteit, Rijksuniversiteit Leiden, van november 1941 tot maart 1942 (als opvolger van Cleveringa)
  • voorzitter Ereraad voor de Muziek (zuiveringscommissie)
  • voorzitter Leidse Volkshuis
  • voorzitter Stichting Vluchtelingenhulp Leiden, omstreeks 1959

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Hogere Burgerschool te Dordrecht, tot 1898
  • gymnasium-a, tot 1900 (examen als extraneus)

academische studie

  • rechtswetenschap (gepromoveerd op dissertatie), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van september 1900 tot 15 december 1905 (cum laude)

Activiteiten

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1956 samen met minister Beyen de wet tot Goedkeuring van het op 28 juli 1951 te Genève ondertekende Verdrag betreffende de status van vluchtelingen in het Staatsblad. Het wetsvoorstel was in 1955 (mede)verdedigd door zijn voorganger Donker. (3.542)
  • Bracht in 1956 een wet in het Staatsblad (Stb. 242) waardoor het gebruik van het Fries in de rechtszaal werd toegestaan. Het wetsvoorstel was in 1954 ingediend en in 1955 in de Tweede Kamer verdedigd door minister Donker. (3.321)
  • Bracht in 1956 samen met staatssecretaris Van den Berge de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken (Stb. 323) tot stand. Bij enkele gerechtshoven worden speciale belastingkamers ingesteld. Het wetsvoorstel was in 1954 ingediend door minister Donker. (3.704)
  • Bracht in 1956 de Wet op de stichtingen (Stb. 327) tot stand, die bepaalt dat stichtingen (rechtspersonen zonder leden die met behulp van een vermogen een bepaald doel nastreven) via een notariële akte moeten worden opgericht. In de akte moeten doel en vestigingsplaats worden vastgelegd. Tevens moet de stichting over statuten beschikken. Het wetsvoorstel was in 1954 ingediend en in 1955 in de Tweede Kamer verdedigd door minister Donker. (3.463)
  • Bracht in 1956 een wet (Stb. 343) tot stand waarbij de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw werd opgeheven. Gehuwde vrouwen kunnen zonder bijstand of machtiging van echtgenoot alle rechtshandelingen verrichten. De gelijkheid van echtelieden betreft ook de gemeenschap van goederen. Het wetsvoorstel was in 1949 ingediend door minister Wijers. (1.430)
  • Bracht in 1956 een herziening van de Wet op de rechterlijke organisatie in het Staatsblad (Stb. 377). Hiermee wordt de grondslag gelegd voor een nieuwe structuur van het Openbaar Ministerie bij de rechtbanken en kantongerechten. Verder komt er een meer doeltreffende opleiding van de bij de griffie of het parket te werk gestelde jonge juristen. De parketten bij arrondissementsrechtbanken en kantongerechten worden samengevoegd. De rang van ambtenaar bij het openbaar ministerie wordt opgeheven. Er komt een nieuwe rang naast officier van justitie en substituut-officier van justitie, te weten officier van justitie, hoofd van het arrondissementsparket. Het wetsvoorstel was in 1956 ingediend door zijn voorganger Donker (ter vervanging van een eerder voorstel uit 1954). (4.244)
  • Bracht in 1956 als minister van Binnenlandse Zaken ad interim een gemeentelijke-herindelingswet in het Staatsblad, waarbij de gemeenten Hardinxveld-Giessendam en Giessenburg werden gevormd.
  • Tijdens zijn (interim-)ministerschap vond de tweede lezing van de partiële Grondwetsherziening plaats, waarbij onder andere het zeteltal van Tweede en Eerste Kamer werd uitgebreid

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Na de arrestatie door de Duitsers van zijn collega Cleveringa in november 1940 nam hij als oudste het decanaat van de juridische faculteit waar. Hij verzette zich tegen 'nazificering' van de universiteit en werd, na eerder met gevangenschap te zijn bedreigd, uiteindelijk in 1942 ontslagen en 'verbannen' naar Boekelo.
  • Als raadsheer in het Bijzonder Gerechtshof te Den Haag was hij één van de rechters in het proces-Mussert

uit de privésfeer

  • Kwam uit een oorspronkelijk Joodse familie
  • Was in 1946 de beoogde rector magnificus, maar moest vanwege zijn gezondheid afzien van de functie. Rector magnificus werd toen Cleveringa.
  • Zijn zoon Adolf ('Dof') was hoogleraar handelsrecht in Leiden

woonplaats(en)/adres(sen)

Leiden, "Raamvliet", Cobetstraat 28

ridderorden

Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 21 november 1956

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen), vanaf 1948
  • lid Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen
  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden

hobby's

klassieke muziek

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "De bezitsbescherming en haar functies" (dissertatie, 1905)
  • Preadvies over huwelijksgoederenrecht, NJV (Nederlandse Juristen-Vereniging) (met A.G. Lubbers, 1927)
  • "Leerboek van Romeins Privaatrecht" (1945)
  • publicaties: zie "Publicaties van Prof.Mr. J.C. van Oven" (1961)

literatuur/documentatie

  • B.A. van Groningen, Levensbericht Julius Christiaan van Oven, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde 1964/65, 107-110
  • G.E. Langemeijer, 'Bij de honderdste geboortedag van J.C. van Oven', in: "Weekblad voor privaatrecht, notariaat en registratie", 112 (1981)
  • R. Feenstra, "Oven, Julius Christiaan van (1881-1963)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 440
  • C. van Baalen en J. Ramakers (red.), "Het kabinet-Drees III 1952-1956. Barsten in de brede basis", 278-280
  • 'Julius Christiaan van Oven (17 november 1881 - 15 maart 1963)', in: J.H.A. Lokin en C.J.H. Jansen, "Tussen droom en daad. De Nederlandse Juristen-Vereniging 1870-1995" (1995)
  • L. Westerhof, "Mr. J.C. van Oven. Hoogleraar Romeins recht" (2008)
  • "Leidsch Dagblad", 18 maart 1963
  • Winkler Prins Jaarboek 1964
  • Ned. Patriciaat, 1978

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Haarlem, 7 januari 1909

echtgeno(o)t(e)/partner

M.C. van Doorn, Maria Cornelia (Rie)

kinderen

3 zoons en 2 dochters (1 zoon overleed op 26-jarige leeftijd in december 1942 aan t.b.c.)

vader

Dr. A.S. van Oven, Adolph Samuel

geboorteplaats en/of -datum

's-Gravenhage, 26 oktober 1837

beroep vader

  • leraar wis- en natuurkunde
  • directeur van een Hogere Burgerschool

moeder

S.J. van Deventer, Susanne Julie (tweede echtgenote van A.S. van Oven)

geboorteplaats en/of -datum

Dordrecht, 28 februari 1856

broers en zusters

2 broers

halfbroers en -zusters

1 halfbroer en 1 halfzuster

beroep grootvader (vaderskant)

leraar Engels, Hogere Burgerschool

familierelaties