Lid van de Tweede en Eerste Kamer, wethouder van Rotterdam en staatsraad. Dochter van een welgestelde Rotterdamse notaris. Hardwerkende intelligente juriste die niemand naar de mond praatte. Hield zich als Tweede Kamerlid vooral bezig met justitie (onder andere familierecht) en zette zich in voor de emancipatie van de vrouw. Presidente van de Vereniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap. Wethouder van financiën en cultuur met grote verdienste voor de havenstad. Had als bijnaam 'de ongekroonde koningin van Rotterdam'.
PvdA
functie(s) in de periode 1952-1978: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, lid Raad van State
voorzitter VVGS (Vereniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap), van 1946 tot 1950
lid Commisie van Onderzoek naar de in de Rijksdienst werkzame gehuwde ambtenaressen, van 1949 tot 1952
lid College van Advies voor de Kinderbescherming, van 1955 tot 1967
lid Nederlandse delegatie naar de algemene vergadering van de Verenigde Naties, 1955
lid Commissie Herziening Wetgeving Kinderbescherming (Commissie-Wiarda), van maart 1965 tot 1971
lid bestuur VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten)
lid Raad voor de Gemeentefinanciën
lid hoofdbestuur Nederlandse Protestantenbond
lid bestuur Nierstichting
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter Commissie van Voorbereiding Nota regeringsstandpunt ILO-verdrag betreffende gelijke beloning van mannen en vrouwen voor arbeid van gelijke waarde (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 31 maart 1954 tot 29 maart 1955
lid afdeling Financiën (Raad van State)
lid afdeling Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (Raad van State)
lid afdeling Volksgezondheid en Milieuhygiëne (Raad van State)
lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State), vanaf 10 februari 1967
Opleiding
voortgezet onderwijs
h.b.s.-a
academische studie
Nederlands recht, Rijksuniversiteit Leiden, van 18 september 1923 tot 8 november 1927
Activiteiten
als parlementariër
Was woordvoerster justitie en financiën van de PvdA in de Tweede en Eerste Kamer. Voerde in 1956 het woord namens haar fractie over het wetsvoorstel inzake het opheffen van de handelingsonbekwaamheid van de vrouw.
opvallend stemgedrag
Behoorde in 1964 tot de zeven leden van haar fractie die tegen het wetsvoorstel stemden over een verplichte raadsman voor de eiser in een kort geding
Wetenswaardigheden
algemeen
Was in januari 1956 de eerste vrouwelijke wethouder van Rotterdam
Werd na het overlijden van minister Donker in februari 1956 genoemd als nieuwe minister van Justitie
uit de privésfeer
Werd door een kinderjuffrouw opgevoed; had een strenge jeugd
Was eind 1966 enige tijd uitgeschakeld door ziekte
verkiezingen
Werd in 1960, 1963 en 1966 gekozen door Groep IV: Zuid-Holland
pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
"ongekroonde Koningin van Rotterdam"
woonplaats(en)/adres(sen)
Rotterdam, Bergsingel 99, omstreeks 1952 (nog in 1967)
Rotterdam, Van Oldenbarneveltplaats 370
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1963
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 29 april 1974
overige onderscheidingen en prijzen
zilveren Wolfert van Borselenpenning, gemeente Rotterdam
penning van de Maze
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid VDJO (Vrijzinnig-Democratische Jongeren-Organisatie)
lid VVSL (Vereniging van Vrouwelijke Studenten in Leiden)
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
J. Reehorst, "J. Zeelenberg", in: Rotterdams Jaarboekje 1987, 189
D. Hillenius, "Mr. Nancy Zeelenberg", in: VNG Magazine (2001), nr. 4