Mr. J. Meerman

J. Meerman
bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie

Uit een orangistische regentenfamilie afkomstige bestuurder en letterkundige. Ging al voor zijn veertiende in Leipzig studeren en was later student in Göttingen en Leiden. Na zijn promotie in de rechten schreef hij historische werken. Hij maakte toen deel uit van talrijke wetenschappelijke genootschappen. Kwam in 1787 in het stadsbestuur van Leiden en was ook gedeputeerde in de Staten-Generaal. Na de omwenteling van 1795 maakte hij reizen, om in 1802 terug te keren als provinciebestuurder. Lodewijk Napoleon benoemde hem in de Staatsraad en daarna leidde hij de departementen van Onderwijs en Wetenschappen en van Kunsten en Wetenschappen. Bevorderde het museumwezen en kunstonderwijs. In 1811-1813 lid van de Senaat in Parijs. Naamgever van het boekhistorische museum in Den Haag.

functie(s) in de periode 1806-1810: lid Staatsraad (1806-1810)

Inhoud

  1. Personalia
  2. Hoofdfuncties/beroepen
  3. Nevenfuncties
  4. Opleiding
  5. Wetenswaardigheden
  6. Publicaties van/over
  7. Familie/gezin

Personalia

titulatuur en naam

Mr. J. Meerman Johan

wijziging in naam en/of titulatuur

Ook wel: Meerman van Dalem

geboorteplaats en -datum

's-Gravenhage, 1 november 1753

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 19 augustus 1815

Hoofdfuncties/beroepen

  • raad in de Vroedschap van Leiden, van 6 februari 1788 tot januari 1795
  • gecommitteerde namens Leiden, Provinciale Rekenkamer van Holland, van 8 februari 1787 tot 1 mei 1798
  • schepen van Leiden, van 1788 tot 1791
  • schepen van Leiden, van 1792 tot 1793
  • gedeputeerde ter dagvaart, Staten van Holland, van 1 mei 1793 tot januari 1795 (voor Leiden)
  • gedeputeerde ter Staten-Generaal, van 1 mei 1793 tot januari 1795 (voor Holland)
  • ambteloos, van januari 1795 tot 1802
  • lid departementaal bestuur, departement Holland, van 4 juni 1802 tot 1 juni 1807
  • voorzitter departementaal bestuur van Holland, 1806
  • lid in buitengewone dienst bij de sectie wetgeving en algemene zaken, Staatsraad, van 16 juli 1806 tot 14 februari 1807
  • directeur-generaal van Openbare Onderwijs en Wetenschappen, van 22 januari 1807 tot 1 november 1807
  • lid Staatsraad, van 14 februari 1807 tot 28 mei 1807
  • lid in buitengewone dienst bij de sectie wetgeving en algemene zaken, Staatsraad, van 28 mei 1807 tot 1 januari 1808
  • directeur-generaal van Kunsten en Wetenschappen, van 1 november 1807 tot 1 januari 1811
  • lid Franse Senaat, van 30 december 1810 tot november 1813

Nevenfuncties

  • honorair kamerheer van koning Lodewijk Napoleon, van 8 april 1806 tot 1 september 1810
  • voorzitter commissie inzake de Openbare en Koninklijke Hogescholen en de aanmoediging van wetenschappen en geleerden, van januari 1807 tot juni 1807

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid sectie wetgeving en algemene zaken (Staatsraad), van 14 februari 1807 tot 28 mei 1807
  • president sectie wetgeving en algemene zaken (Staatsraad)

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Latijnse School te Rotterdam

academische studie

  • studie Universiteit van Leipzig, van 1767 tot 1769
  • studie Universiteit van Göttingen, van 1769 tot 1771
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 16 september 1771 tot 13 mei 1774

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Speelde een belangrijke rol bij de opbouw van de collectie van de Koninklijke Bibliotheek

uit de privésfeer

  • Zijn vader was pensionaris van Rotterdam (1748-1766)

niet-aanvaarde politieke functies

  • lid Wetgevend Lichaam, oktober 1801 (geweigerd)

predicaten/adellijke titels

  • Comte de l'Empire, vanaf 1811

bezit van heerlijkheden

  • vrijheer van Dalem en Vuren

relevante buitenlandse reizen

  • reizen naar Groot-Brittannië en Ierland, 1786
  • reizen naar Denemarken, Zweden, Rusland, Polen en Pruisen, van juni 1797 tot september 1800 (bezocht onder meer ruim 60 bibliotheken)

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
  • lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Konsten en Wetenschappen
  • lid Haagsche Teeken-Academie
  • lid Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen
  • lid oekonomische tak, Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem
  • lid tweede klasse, Koninklijk Instituut voor Wetenschap en Schone Kunsten, vanaf 4 april 1808
  • lid Maatschappij van Natuur- en Letterkunde 'Diligentia' te 's-Gravenhage, vanaf 1808

hobby's

  • dichten
  • verzamelen van boeken en handschriften
  • geschiedenis

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "De solutione vinculi quod olim fuit inter s.r. imperium et foederati belgii respublicas" (dissertatie)
  • verzameling van de familie Meerman in Museum Meermanno-Westreenianum te 's-Gravenhage

literatuur/documentatie

  • Martijn van der Burg, "Meerman, Johan", in: Biografisch Woordenboek van Nederland (digitale versie, 2012)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 956
  • A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel XII, 496

Biografisch Woordenboek(en)

  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
  • biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te 's-Gravenhage, 11 september 1785

echtgeno(o)t(e)/partner

A.C. Mollerus, Anna Cornelia

kinderen

kinderloos

vader

Mr. G. Meerman, Gerard

geboorteplaats en/of -datum

Leiden, 6 december 1722

moeder

M.C. Buijs, Maria Catharina

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 6 juli 1731

familierelaties

  • Zwager van J.H. Mollerus, minister en vicepresident Raad van State