Solide katholieke beleidsmaker, die op sociaal terrein veel tot stand bracht als hoofddirecteur van het ABP en als staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (onder meer belast met jeugdbeleid, sport, natuurbehoud, bijstand en buitengewone pensioenen) in het kabinet-De Jong. Als politicus typisch een man van het midden. Streefde er steeds naar bij de beleidsvoorbereiding de mensen er zelf bij te betrekken. Eindigde zijn loopbaan als burgemeester van de Zuid-Hollandse plattelandsgemeente Ter Aar.
KVP
functie(s) in de periode 1967-1971: staatssecretaris
werkzaam bij de Arbeidsbeurs, gemeente 's-Gravenhage, van 1934 tot 1938
werkzaam bij de administratie van de gemeentelijke apotheek te 's-Gravenhage (tijdens de oorlog)
ambtenaar afdeling sociale zaken, gemeente 's-Gravenhage, van 1945 tot 1950
hoofd afdeling sociale zaken (rang: referendaris C), gemeente 's-Gravenhage, van 1950 tot 1 januari 1955
voorzitter Buitengewone Pensioenraad, van 1 januari 1955 tot 1 januari 1965
secretaris Pensioenraad, van 1 januari 1955 tot 1 oktober 1958
lid Pensioenraad, van 1 oktober 1958 tot 1 januari 1965
hoofddirecteur ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds), van 1 januari 1965 tot 29 mei 1967
staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (belast met jeugdzaken, volksontwikkeling en sport, natuurbehoud en openluchtrecreatie, bijstand en buitengewone pensioenen), van 29 mei 1967 tot 6 juli 1971
burgemeester van Ter Aar, van 16 maart 1972 tot 1 oktober 1976
Nevenfuncties
lid bestuur aantal instellingen op het terrein van de sociale dienstverlening
voorzitter Sociale Raad 's-Gravenhage
lid bestuur Interparochieel Charitatief Centrum te 's-Gravenhage, van maart 1955 tot mei 1967
lid Sociaal-Charitatief Centrum, bisdom Rotterdam, van november 1958 tot mei 1967
lid bestuur Landelijk Sociaal-Charitatief Centrum
voorzitter 'Werkgroep plaatselijk maatschappelijk contact', vanaf 1963 (advies over subsidieregeling voor en de opzet van maatschappelijke contactorganen)
voorzitter Raad van Toezicht ABP (Algemeen Burgelijk Pensioenfonds), van maart 1972 tot 1 augustus 1980
lid Raad van Commissarissen "Hudig-Langeveldt Groep"
Opleiding
voortgezet onderwijs
h.b.s-b, R.K. "Aloysius College" te 's-Gravenhage, tot 1933
academische studie
Nederlands recht, Katholieke Universiteit Nijmegen, tot 1947
Activiteiten
als bewindspersoon (beleidsmatig)
Diende in 1968 de ontwerp-Wet op het consumptief krediet in. Dit voorstel werd door zijn opvolger in het Staatsblad gebracht. (9.952)
Bracht per 1 juli 1968 vervolgingsslachtoffers onder de steunregeling voor oorlogsslachtoffers. De Tweede Kamer drong tevergeefs bij hem aan op een wettelijke regeling. In maart 1971 verwierp de Tweede Kamer een motie-Voogd waarin afkeuring werd uitgesproken over het uitblijven van een wettelijke pensioenregeling voor joodse oorlogsslachtoffers.
Subsidieerde vanaf 1968 de informatiecentra voor homoseksuelen (Schorerstichting)
Bracht in 1970 samen met minister Klompé de Nota Bejaardenbeleid 1970 uit. De nota bevatte een vijfjarenplan waarmee de grootste knelpunten moesten worden opgelost. Voorstellen zijn verbetering van de AOW, bouw van 12.000 bejaardenwoningen per jaar, uitbreiding van het aantal gezinshulpen en wijkverpleegkundigen, uitbreiding van het aantal dienstencentra en 10.000 extra verpleegbedden per jaar. (10.934)
Diende in 1971 een wetsvoorstel structurele wijziging van de Algemene Bijstandswet in. De wet zou in 1972 door minister Engels in het Staatsblad worden gebracht. (11.278)
als bewindspersoon (wetgeving)
Bracht in 1967 de Natuurbeschermingswet in het Staatsblad (Stb. 572). De wet maakt de aanwijzing van waardevolle natuurgebieden tot beschermd natuurmonument mogelijk (als zodanig worden onder meer de Pietersberg, delen van de Wadden, de Dollard en het Verdronken land van Saeftinge aangewezen). In die gebieden mogen zonder vergunning geen activiteiten plaatsvinden die schadelijk zijn voor de natuur. Daarnaast kunnen beschermde plant- en diersoorten worden aangewezen. Het wetsvoorstel was in de Tweede Kamer verdedigd door minister Vrolijk. (6.764)
Bracht in 1970 een herziening (Stb. 447) van de Algemene Bijstandswet tot stand, waarbij onder meer gemeenten verplicht werden de bijstandsrichtlijnen openbaar te maken, er mogelijkheden kwamen om de beslissingsbevoegdheid van B&W aan ambtenaren te delegeren en de mogelijkheden van intergemeentelijke samenwerking bij de uitvoering van de wet werden vergroot (10.167)
Bracht in 1971 een noodwetje (Stb. 310) tot stand waardoor de bijstandsuitkering werd opgetrokken naar 95 procent van het minimumloon (10.746)
Wetenswaardigheden
anekdotes en citaten
Toen hij op 24 maart 1971 een motie-Voogd afwees, waarin werd gevraagd om een bijzondere pensioenregeling voor oorlogsslachtoffers, gooide een invalide man uit protest zijn kunstbeen vanaf de publieke tribune de Tweede Kamervergaderzaal in
ridderorden
Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 29 april 1960
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 17 juli 1971