Mr. F.G.C.J.M. (Frans) Teulings

F.G.C.J.M. Teulings
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Vooraanstaande katholieke politicus uit het midden van de twintigste eeuw. Behoorde tot een familie van Bossche uitgevers en was partijsecretaris. Kwam in 1929 voor de RKSP in de Tweede Kamer en was eerst omroep- en later financieel specialist. Verruilde in 1948 de Tweede voor de Eerste Kamer en volgde een jaar later Van Maarseveen op als minister van Binnenlandse Zaken. In het tweede kabinet-Drees was hij vicepremier en belast met binnenlandse veiligheid. Bracht wetgeving tot stand die goed paste in de Koude-oorlogssfeer uit die periode zoals de Wet buitengewone bevoegdheden en de Wet bescherming bevolking. Keerde na zijn ministerschap terug in de Senaat. Gemoedelijke, goedlachse man, die bescheiden en met groot verantwoordelijkheidsgevoel optrad. Zette zich ook in voor het katholieke onderwijs.

RKSP, KVP
functie(s) in de periode 1929-1957: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, lid Eerste Kamer, viceminister-president

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Franciscus Gerardus Cornelis Josephus Marie (Frans)

titulatuur en naam

Mr. F.G.C.J.M. Teulings Franciscus Gerardus Cornelis Josephus Marie (Frans)

geboorteplaats en -datum

's-Hertogenbosch, 15 november 1891

overlijdensplaats en -datum

Vught, 23 juni 1966

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

partij(en)

  • RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij), tot 22 december 1945
  • KVP (Katholieke Volkspartij), vanaf 22 december 1945

Hoofdfuncties/beroepen

  • secretaris Raad van Commissarissen, firma "C.N. Teulings' Koninklijke Drukkerijen N.V." te 's-Hertogenbosch, van 1918 tot 1920
  • directeur dag- en weekbladuitgaven, firma "C.N. Teulings' Koninklijke Drukkerijen N.V." te 's-Hertogenbosch, van 1920 tot 1938
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1929 tot 27 juli 1948
  • waarnemend fractievoorzitter KVP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 april 1946 tot 19 mei 1946
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 27 juli 1948 tot 20 september 1949
  • minister van Binnenlandse zaken, van 20 september 1949 tot 15 maart 1951
  • minister zonder portefeuille, belast met burgelijke verdediging en bescherming bevolking en tevens viceminister-president, van 15 maart 1951 tot 2 september 1952
  • minister van Binnenlandse Zaken ad interim, van 21 november 1951 tot 6 december 1951 (na het overlijden van minister Van Maarseveen)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 15 juli 1952 tot 3 mei 1957
  • financieel adviseur en medefirmant CEBEMA (Centrale Beleggingsmaatschappij) te 's-Hertogenbosch, van 1952 tot 1961

Partijpolitieke functies

overzicht

  • secretaris Algemeen Bond van Roomsch-Katholieke Rijkskieskringorganisaties, district 's-Hertogenbosch, van 1918 tot mei 1928
  • secretaris Algemeen Bond van Roomsch-Katholieke Rijkskieskringorganisaties, van 1919 tot oktober 1926
  • secretaris RKSP, van oktober 1926 tot december 1945
  • secretaris commissie kiesreglement RKSP, 1927
  • vicefractievoorzitter RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 november 1945 tot 22 december 1945
  • vicefractievoorzitter KVP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 december 1945 tot 1 april 1946
  • penningmeester KVP, van december 1945 tot 1946
  • vicefractievoorzitter KVP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 mei 1946 tot 20 september 1949
  • vicefractievoorzitter KVP Eerste Kamer der Staten-Generaal, van juli 1952 tot 3 mei 1957

Nevenfuncties

  • preses studentenvereniging "Sanctus Thomas Aquinas" te Amsterdam, van 1914 tot 1916
  • preses Unie van Katholieke Studentenverenigingen, van 1915 tot 1916
  • secretaris curatorium Stichting R.K. Leergangen, omstreeks 1919
  • adjunct-secretaris Staatscommissie tot algehele herziening der Gemeentewet (Staatscommissie-Oppenheim), van december 1918 tot 1920
  • lid Raad van Toezicht Rijksverzekeringsbank, van 1932 tot 1947
  • plaatsvervangend lid Centraal Stembureau, van 1933 tot 1 januari 1946
  • voorzitter Katholieke Nederlandse Dagbladpers, van 1934 tot 1939
  • ondervoorzitter Nederlandse Dagbladpers
  • lid Staatscommissie inzake toezicht op particuliere banken (Staatscommissie-De Geer), vanaf 7 maart 1937
  • lid Commissie van Toezicht op de Algemeene Landsdrukkerij, van 1 juli 1938 tot 20 september 1949
  • voorzitter OMO ("Ons Middelbaar Onderwijs") in Noord-Brabant, van 1941 tot 20 september 1949
  • ondervoorzitter Centraal Stembureau, van 1 januari 1946 tot 20 september 1949
  • voorzitter Interdiocesane Commissie voor Oorlogsschade Kerkelijke Instellingen en Besturen, omstreeks 1946
  • lid Zuiderzeeraad, van februari 1949 tot september 1949
  • voorzitter Staatscommissie inzake het kiesstelsel en wettelijke regeling der politieke partijen, van 23 januari 1953 tot december 1954
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Vihamij (Verenigde industrie- en handelmaatschappij)
  • voorzitter commissie van beroep voor de R.K. bijzondere scholen voor lager onderwijs in het bisdom 's-Hertogenbosch
  • adviseur VNU (Verenigde Nederlandse Uitgeversbedrijven) N.V., tot 23 juni 1966

afgeleide functies, presidia etc.

  • voorzitter Commissie voor de Verzoekschriften (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1937 tot september 1938
  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1938 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter vaste commissie voor de Rijksuitgaven (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 11 november 1938 tot 11 mei 1940
  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1940 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter vaste commissie voor de Belastingen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 11 december 1945 tot 27 juli 1948
  • voorzitter vaste commissie voor de Rijksuitgaven (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 11 december 1945 tot 21 september 1946
  • voorzitter begrotingscommissie voor de begrotingen van Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao en van het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen (Tweede Kamer Staten-Generaal), van 24 september 1946 tot september 1947
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de ontwerp-Wet op de materiële oorlogsschaden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1948 tot juli 1948
  • voorzitter commissie van rapporteurs voor de algemene financiële beschouwingen over rijksbegroting 1949 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van november 1948 tot december 1948
  • voorzitter commissie van rapporteurs voor de algemene financiële beschouwingen over rijksbegroting 1953 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), december 1952
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1953 tot december 1953
  • voorzitter commissie van rapporteurs voor de algemene financiële beschouwingen en de begroting van Financiën 1955 (Eerste Kamer der Staten-Generaal), december 1954
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van januari 1955 tot 20 september 1955
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 3 juli 1956 tot 18 september 1956

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • opleiding R.K. pensionaat "Ruwenberg" te Sint-Michielsgestel
  • Stedelijk Gymnasium te 's-Hertogenbosch, van 1905 tot 1911

academische studie

  • rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1911 tot 21 november 1916
  • staatswetenschappen (niet voltooid), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam

Activiteiten

als parlementariër

  • Was aanvankelijk omroep-woordvoerder en later financieel-specialist van de RKSP- en KVP-Tweede Kamerfractie. Was in de jaren'30 tevens woordvoerder over de wetgeving rond de winkelsluiting en voor kiesrecht-aangelegenheden.
  • Hield zich als Eerste Kamerlid vooral bezig met binnenlandse zaken en financiën
  • Was in 1953 woordvoerder van zijn fractie bij de behandeling van de ontwerp-Zondagswet

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1930 tot de twaalf leden van zijn fractie die tegen een amendement-Boon c.s. stemden dat de benoeming van vrouwen tot burgemeester of gemeentesecretaris mogelijk maakte
  • Behoorde in 1935 tot de negen leden van zijn fractie die tegen een wetsvoorstel over heffing van opcenten ter versterking van de inkomsten van het Werkloosheidssubsidiefonds stemden

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Diende in 1949 een ontwerp-Film- en Bioscoopwet in. Het voorstel werd in 1954 ingetrokken. (1.440)
  • Bracht in 1950 als bijlage bij de begroting van Binnenlandse Zaken een nota uit inzake de burgerlijke verdediging. Hierin werden de hoofdlijnen uiteengezet van de op te bouwen organisatie en werd indiening van een wettelijk kader aangekondigd. (1900-V, nr. 6)
  • Belangrijke benoemingen tijdens zijn ministerschap van Binnenlandse Zaken: Schokking (CHU, burgemeester van 's-Gravenhage), Cramer (PvdA, Commissaris van de Koningin in Drenthe)

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1950 de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. K 120) tot stand, die het voor een gemeente mogelijk maakte samen met één of meer andere gemeenten regelingen te treffen voor de behartiging van bepaalde belangen. Het wetsvoorstel was in 1949 ingediend door minister Van Maarseveen. (1.198)
  • Bracht in 1950 de Wet huisvesting gerepatrieërden 1950 tot stand. Deze (tijdelijke) wet was met name bedoeld om gemeenten voorzieningen te kunnen laten treffen voor de huivesting van ex-KNIL-militairen en gedemobiliseerd marinepersoneel. De wet sloot aan bij de Woonruimtewet 1947 en gold tot 1952. Later werd dat verlengd tot 1955. (1.655)
  • Bracht in 1952 samen met minister Beel de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Stb. 361) tot stand, die bepalingen bevat over de toestand van verhoogde waakzaamheid en over de burgerlijke uitzonderingstoestand. In 'buitengewone omstandigheden' kan de regering allerlei bevoegdheden naar zich toetrekken om de openbare orde en rust en veiligheid te bewaren. Zo kunnen vergaderingen en betogingen worden verboden en opsporingsbevoegdheden worden verruimd. Met de wet wordt uitwerking gegeven aan het nieuwe artikel 196 van de Grondwet. (1.539)
  • Bracht in 1952 samen met minister Beel de Wet op de bescherming bevolking (Stb. 404), de Wet op de noodwachten (Stb. 405), de Wet verplaatsing bevolking (Stb. 406) en de Wet ter verzekering van het beschikbaar blijven van goederen in geval van oorlog of oorlogsgevaar (Stb. 407) tot stand. Deze wetten regelden de organisatie van en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de Bescherming Burgerbevolking (BB). De BB zou in tijd van oorlogsgevaar of oorlog dienst moeten doen als hulpverleningsorganisatie. Zij zou bestaan uit vrijwilligers en eventueel aangevuld kunnen worden met dienstplichtigen. Naast de gemeentelijke georganiseerde BB kwamen er mobiele rijkskolonnes bestaande uit noodwachten. Verder werden noodmaatregelen zoals evacuatie en vordering van goederen geregeld. (2.419)

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Zijn drukkerij gaf het Noordbrabantsch Dagblad "Het Huisgezin" uit
  • Werd in november 1937 bij de keuze van een nieuwe fractievoorzitter met één stem verschil verslagen door Deckers. Hij had in een eerste stemming Deckers met twaalf tegen tien stemmen verslagen. Onduidelijk is waarom een tweede stemming plaatsvond.
  • Hem ontging in 1938 op het laatste moment het partijvoorzitterschap, nadat het partijbestuur hem, als exponent van een meer vooruitstrevende richting, kandidaat had gesteld. Na kritiek hierop uit de partijraad werd Verschuur partijvoorzitter.
  • Na de oorlog behoorde hij tot de rechtervleugel van de KVP
  • Stelde zich in 1948 niet meer kandidaat voor de Tweede Kamer in verband met drukke werkzaamheden

verkiezingen

  • Werd in 1948, 1952, 1955 en 1956 tot Eerste Kamerlid gekozen door Groep I: Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht en Limburg

woonplaats(en)/adres(sen)

  • 's-Hertogenbosch, Hinthammerstraat 170, omstreeks 1931 (nog in 1937)
  • Vught, Theresienhove, Leeuwensteinlaan 29, omstreeks 1947 (nog in 1957)

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1937
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 26 september 1952

relevante buitenlandse reizen

studiereis naar Nederlands-Indië, 1938 (met Max van Poll)

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • A.F. Manning, "Zoeklicht op Mr. Frans Teulings", in: "Mensen en situaties. Scènes uit het katholiek leven in de negentiende en twintigste eeuw" (1990)
  • A.F. Manning, "Teulings, Franciscus Gerardus Cornelis Josephus Maria (1891-1966)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel V, 492
  • P.G.T.W. van Griensven, "Binnenlandse Zaken: het 'torentje' als duiventil", inleiding, in: P.F. Maas (ed.), "Het kabinet-Drees-Van Schaik 1948-1951", band B, 366-373
  • Wie is dat? 1956

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia

CPG, archief-Teulings

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Waspik, 17 juli 1923 (echtgenote overleden 24 februari 1932)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Waspik, 30 juni 1933 (met zus van eerste echtgenote)

echtgeno(o)t(e)/partner

Th.M.C.J. van Son, Theresia Maria Cornelia Josepha

2e echtgeno(o)t(e)/partner

C.G.M.M. van Son, Catharina Godefrida Martina Maria

kinderen

1 zoon en 2 dochters

vader

Ch.Th.M. Teulings, Christianus Theodorus Maria

geboorteplaats en/of -datum

's-Hertogenbosch, 9 september 1859

beroep vader

eigenaar van een drukkerij

moeder

A.P.M. Meuwese, Anna Petronella Maria

geboorteplaats en/of -datum

's-Hertogenbosch, 11 april 1861

beroep grootvader (vaderskant)

boekdrukker

familierelaties