'pragmatisch' liberaal
functie(s) in de periode 1848-1856: lid Tweede Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Dirk (Dirk)
titulatuur en naam
Mr. D. Donker Curtius Dirk (Dirk)
geboorteplaats en -datum
's-Hertogenbosch, 19 oktober 1792
overlijdensplaats en -datum
Spa (België), 17 juli 1864
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
- liberaal (tot 1849)
- 'pragmatisch' liberaal (vanaf 1849)
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te 's-Gravenhage, vanaf 8 juni 1812
- lid Staatscommissie tot herziening van de Grondwet, van 17 maart 1848 tot 4 november 1848
- tijdelijk minister van Justitie, van 19 maart 1848 tot 21 november 1848
- minister van Justitie, van 21 november 1848 tot 4 juni 1849
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (voor het kiesdistrict Almelo)
- lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 15 oktober 1851 tot 19 april 1853
- minister van Justitie, van 19 april 1853 tot 1 juli 1856
ambtstitel
- minister van staat, van 23 juni 1856 tot 17 juli 1864
(in)formateurschap(pen)
- kabinetsformateur (met L.A. Lightenveldt), van 20 september 1849 tot 27 oktober 1849 (poging mislukt)
Nevenfuncties
- medewerker "De Standaard" (orgaan van de Belgische oppositie)
- redacteur "Arnhemsche Courant"
afgeleide functies, presidia etc.
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1849 tot november 1849
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1850 tot september 1850
Opleiding
academische studie
- rechten, Atheneum Illustre te Amsterdam, tot 1810
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Leiden, van 30 augustus 1811 tot 14 december 1811
Activiteiten
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Verdedigde en redigeerde in 1848 als minister van Justitie en tijdelijk voorzitter van de ministerraad de belangrijkste voorstellen tot Grondwetsherziening
- Op 16 mei 1849 verwierp de Tweede Kamer met 5 tegen 55 stemmen de door hem verdedigde ontwerp-Wet inzake het recht van vereniging en vergadering. Hijzelf behoorde, met Schooneveld, Mutsaers, De Monchy en Van Voorst, tot de voorstemmers.
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1854 een wet tot stand inzake enige veranderingen in de straffen op misdrijven. Daarbij werden onder meer celstraffen ingevoerd en straffen als brandmerken en tepronkstellen afgeschaft. Verder werd het aantal misdrijven verminderd waarop de doodstraf stond, zoals valsmunterij, kindermoord, diefstal en mishandeling van ambtenaren en agenten.
- Bracht in 1855 de Wet op de ministeriële verantwoordelijkheid (Stb. 33) tot stand. Deze regelt de strafrechtelijke en financiële aansprakelijkheid van ministers voor gepleegde of verzuimde handelingen. Een aanklacht kan door de regering of de Tweede Kamer worden ingediend. Berechting geschiedt door de Hoge Raad.
- Bracht in 1855 de Wet tot regeling van het recht van vereniging en vergadering tot stand. Deze wet bepaalde dat verenigingen niet strijdig mochten zijn met de openbare orde (bijvoorbeeld gericht tegen wettelijke verordeningen) en erkend moeten zijn door goedkeuring van statuten of reglementen. Voor openbare vergaderingen in de openlucht was een vergunning nodig. De politie kreeg toegang tot alle openbare vergaderingen.
- Bracht in 1856 de wet omtrent de huishouding en tucht op koopvaardijschepen tot stand. De kapitein werd belast met het handhaven van de tucht op schepen, die zich buiten het normale gezag bevinden. Hij kon bijvoorbeeld maatregelen nemen tegen desertie van het scheepspersoneel.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd al op 19 maart 1848 minister van Justitie als opvolger van De Jonge van Campensnieuwland, die fel tegenstander was van de door de koning gewenste herziening van de Grondwet. De overige nieuwe ministers werden op 25 maart beëdigd.
- Bood in augustus 1848, kort voor de behandeling in de Eerste Kamer van de voorstellen tot Grondwetsherziening zijn ontslag aan als minister. Hij deed dit na de verwerping (elf tegen zeven stemmen) door de Eerste Kamer van zijn wetsvoorstel tot afschaffing van geseling en brandmerking. De Koning vroeg hem dit ontslag in te trekken (wat Donker Curtius deed) en zette tevens de Eerste Kamer onder druk om voortaan inschikkelijker te zijn.
- Kreeg bij KB van 31 mei 1849 op verzoek ontslag per 4 juni 1849, nadat de Tweede Kamer op 24 mei een amendement-Fokker met 27 tegen 26 stemmen had aangenomen op artikel 1 van de ontwerp-Wet inzake de strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid. Door dit amendement zou strafvervolging ook plaatsvinden bij schending van wetten zonder opzet.
uit de privésfeer
- Wegens weigering om garde d'honneur van keizer Napoleon te worden, werd hij in Metz (Frankrijk) gevangen gehouden, waarvandaan hij vermomd als bediende met G.K. van Hogendorp als koetsier vluchtte en op 3 december 1813 in Den Haag aankwam.
- Trad op als verdediger van de Afgescheidenen en van diverse dagbladen
- Pleitte in 1830 persoonlijk bij de koning voor toegeving aan de verlangens van de Belgen
- Zijn broer W.B. Donker Curtius, lid van de Tweede Kamer, brak met hem vanwege zijn oppositionele opstelling tegen de koning
- Zijn vader was president van het Nationaal hooggerechtshof en van het keizerlijk gerechtshof, secretaris van het Comité van algemene zaken en raadsheer in het Hooggerechtshof
verkiezingen
- Werd in 1844 bij de periodieke verkiezing voor Tweede Kamerleden in de Staten van Zuid-Holland niet gekozen. Kreeg in een stemming tegenover A. van Rijckevorsel 23 stemmen, tegen 43 voor Van Rijckevorsel. Nadat Van Rijkevorsel had bedankt, werd hij verslagen door M.A.F.H. Hoffmann.
- Werd in 1848 in het district 's-Gravenhage I verslagen door jhr. W. Boreel van Hogelanden
- Versloeg in januari 1849 bij een naverkiezing in het district Almelo na herstemming J. van Riemsdijk
pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
D.D.C.
woonplaats(en)/adres(sen)
- 's-Gravenhage, Lange Voorhout 42
- Wassenaar, landgoed Oud-Clingendael (zomerverblijf)
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 oktober 1842
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 4 november 1848
- Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 17 november 1848
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Amstelsociëteit
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "Orde" (brochure, 1840)
- "Proeve eener nieuwe Grondwet" (1840)
literatuur/documentatie
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, 733
- O. Périer, "Dirk Donker Curtius, Ministre d'Etat Néerlandais" (1876)
- R. Mahler, scriptie basisdoctoraal, RU Leiden (1982)
- F. de Beaufort, "Dirk Donker Curtius. Radicaal liberaal van het eerste uur", in: F. de Beaufort, J.Th.J. van den Berg en P.C.G. van Schie, "Eigenzinnige Liberalen" (2014), 43
- M. van de Waardt, "De man van 1848. Dirk Donker Curtius" (2019)
- Ned. Patriciaat, 1950
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
- gehuwd te Amsterdam, 13 september 1816 (echtgenote overleden 3 mei 1828)
- gehuwd (tweede huwelijk) te 's-Gravenhage, 23 maart 1831 (huwelijk ontbonden 28 april 1846)
echtgeno(o)t(e)/partner
I.S.W. Walraven, Ida Susanna Wilhelmina
2e echtgeno(o)t(e)/partner
Jkvr. S.A. de Salis, Sophia Antoinetta
kinderen
kinderloos
vader
Mr. B. Donker Curtius, Boudewijn
geboorteplaats en/of -datum
Helmond, 4 april 1746
beroep vader
rechter
moeder
C.H. Strachan, Cornelia Hendrica
geboorteplaats en/of -datum
Rotterdam, 4 februari 1755
beroep grootvader (vaderskant)
drossaard te Mierlo, Croy en Stiphout
familierelaties