Mr. C.L. van Beyma

C.L. van Beyma

Democratisch gezinde patriottische voorman uit Friesland, die in 1787 één van de leiders werd van de patriottische vluchtelingengemeenschap in Frankrijk. Onbuigzaam van karakter en snel gepikeerd. Vocht jarenlang een verbeten persoonlijke vete uit met mede-vluchtelingenleider Valckenaer, wat uiteindelijk leidde tot zijn tijdelijke arrestatie door de Franse autoriteiten in 1793. Na zijn terugkeer naar de Republiek in 1795 werd hij voorzitter van de vergadering van provisionele representanten in Friesland en in maart 1796 kreeg hij zitting in de Nationale Vergadering. Tegenstander van een federalistische grondwet, maar desondanks in januari 1798 gevangengenomen. Na zijn vrijlating speelde hij geen politieke rol meer.

functie(s) in de periode 1796-1798: lid Eerste Nationale Vergadering, lid Tweede Nationale Vergadering

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Coert Lambertus

titulatuur en naam

Mr. C.L. van Beyma Coert Lambertus

geboorteplaats en -datum

Harlingen, 5 februari 1753

overlijdensplaats en -datum

Dronrijp (grietenij Menaldumadeel), 7 september 1820

levensbeschouwing

Gereformeerd

Partij/stroming

stroming(en)

  • patriottisch (tijdens de Republiek)
  • onafhankelijk (in de Nationale Vergaderingen)
  • federalist

Hoofdfuncties/beroepen

  • volmacht in de Staten van Friesland, van februari 1776 tot 1778
  • secretaris grieternij Westdongeradeel, van 1780 tot 1787
  • ontvanger boelgoederen van Westdongeradeel, van 1780 tot 1787
  • lid bestuur van de Vijf deelen zeedijken buitendijks, vanaf 1784
  • lid gedeputeerde staten van Friesland, van 1786 tot 1787
  • algemeen secretaris van de Hollandse vluchtelingen te Saint Omer (Frankrijk), van 28 februari 1788 tot 1 juli 1788 (belast met de uitkeringen van de Franse staat aan de Nederlandse uitgewekenen)
  • lid Comité revolutionaire Batave in Frankrijk, van 18 oktober 1792 tot 1795
  • lid Comité tot de zaken van de Marine, van 1795 tot 1798
  • lid Vergadering van provisionele representanten van het Volk van Friesland, van 28 maart 1795 tot 16 juli 1795
  • substituut-fiscaal van de convooien en licenten en de middelen te water te Harlingen, van 19 mei 1795 tot 17 juni 1796
  • lid Eerste Nationale Vergadering, van 17 juni 1796 tot 1 september 1797 (voor het district Ferwerd)
  • lid Tweede Nationale Vergadering, van 1 september 1797 tot 22 januari 1798 (voor het district Ferwerd)
  • provisioneel secretaris (Tweede) Nationale Vergadering, van 1 september 1797 tot 29 september 1797
  • advocaat-fiscaal van de convooien en licenten en de middelen te water te Harlingen, van augustus 1798 en nog in 1815
  • lid Provinciale Staten van Friesland, van 2 juni 1817 tot 7 september 1820 (voor de landelijke stand, district Barradeel)

Nevenfuncties

  • lid vrijkorpsen van Leeuwarden en Dokkum, vanaf juli 1783 (oprichter)
  • juré in het cour d'assises van Friesland, 1811

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid commissie tot zaken van de generaliteit van Friesland, vanaf 8 april 1795 (vergadering van provisionele representanten)
  • lid commissie tot de Franse zaken van Friesland, van 24 april 1795 tot 21 juni 1795 (vergadering van provisionele representanten)

Opleiding

academische studie

  • rechten Hogeschool te Franeker, vanaf 14 september 1769
  • Romeins en hedendaags recht (niet voltooid), Hogeschool te Leiden, vanaf 8 december 1775
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Franeker, 16 januari 1780

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Op 11 augustus 1787 werd een bevel tot gevangenneming tegen hem uitgevaardigd door de procureur-generaal op last van de Staten van Friesland wegens zijn activiteiten als lid van een afgescheiden groep Statenleden, die in Franeker bijeengekomen waren. Als tegenmaatregel stelde hij zich in augustus 1787 aan het hoofd van de vrijkorpsen en bezette Franeker, Sneek, Workum, Staveren en Lemmer
  • Op 28 november 1787 werd hij vanwege zijn patriottische activiteiten voor het Hof van Friesland gedaagd, bij verstek veroordeeld tot verbanning uit Friesland en verbeurd verklaard van zijn goederen. Na vernietiging van dit vonnis eind 1794 keerde hij na een verblijf van enkele jaren in Frankrijk in januari 1795 naar Nederland terug.
  • Wegens gebrek aan 'burgerzin' werd hij in 1793 te Parijs gevangengezet door een van zijn aanhangers in Frankrijk afgescheiden groepering; zijn vrijlating volgde in het najaar van 1794
  • Na de staatsgreep van 22 januari 1798 werd hij, ondanks zijn radicalisme, gevangengenomen en vervolgens gevangen gehouden op Huis Ten Bosch. Zijn vrijlating volgde op 11 augustus 1798 na de laatste maand onder kamerarrest op het landgoed van zijn vader in Weidum te hebben doorgebracht. Reden van zijn gevangenneming was zijn gematigde optreden tegen bekende oranjegezinde ambtenaren. Na de staatsgreep van 12 juni 1798 zat hij vier weken langer gevangen dan vele van zijn lotgenoten, omdat hem nu juist zijn radicalisme werd verweten.

uit de privésfeer

  • Zijn vader was secretaris van de Admiraliteit van Harlingen

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Harlingen, van 5 februari 1753 tot 1781
  • Ternaard, van 1781 tot september 1787
  • Amsterdam, Antwerpen, Brussel en Saint-Omer, van september 1787 tot januari 1795 (vluchtplaatsen na de verandering in het politieke klimaat sinds het binnentrekken van de Pruisische troepen)
  • Harlingen, van januari 1795 tot 1806
  • Weidum, vanaf juni 1806
  • Dronrijp, tot 7 september 1820

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid leesgezelschap 'Het Eykenblad' en het daaruit voortvloeiende 'gezelschap bij Chateauneuf' (tijdens de ballingschap in Saint-Omer)
  • lid Nederlandse Jacobijnenclub in Saint-Omer ('Les Sans-culottes Hollandais')
  • lid sociëteit "Heerenlogement" (republikeins)

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • W.A. van der Meulen, "Coert Lambertus van Beyma" (1894)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel VIII, 94
  • A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel II, 156
  • J. Rosendaal, Bataven. Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795 (2003)
  • J.K.T. Postma, "Coert van Beyma: een eigenzinnige Friese patriot. In de knel tussen Bataafse beginselen en Friese belangen", in Medelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman, 43 (2020), nr. 2, 101-114

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Ternaard, 10 december 1780

echtgeno(o)t(e)/partner

A. van Poutsma, Aukje

kinderen

tenminste 2 kinderen

vader

J.M. van Beyma, Julius Matthijs

geboorteplaats en/of -datum

Harlingen, 16 oktober 1727

moeder

F.H. van Burmania, Fokel Helena

geboorteplaats en/of -datum

Leeuwarden, 23 maart 1728

beroep grootvader (vaderskant)

  • secretaris van Oostdongeradeel
  • lid Staten van Friesland
  • secretaris Admiraliteit van Harlingen, van 1705 tot 1745

familierelaties