liberaal
functie(s) in de periode 1877-1900: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, regeringscommissaris
Personalia
voornamen (roepnaam)
Cornelis Jacob
titulatuur en naam
Mr. C.J. Sickesz Cornelis Jacob
geboorteplaats en -datum
Amersfoort, 19 februari 1839
overlijdensplaats en -datum
Merano (Italië, Tirol), 19 februari 1904
levensbeschouwing
- Nederlands Hervormd: vrijzinnig
- Remonstrants (later)
Partij/stroming
stroming(en)
liberaal
Hoofdfuncties/beroepen
- landeigenaar en landbouwer op erfgoed "De Cloese" te Lochem
- burgemeester van Laren (Gld.), van 1 juli 1864 tot 1 juli 1878
- lid gemeenteraad van Laren (Gld.), van 1865 tot 1891
- lid Provinciale Staten van Gelderland, van 7 juli 1874 tot 23 september 1884 (voor het kiesdistrict Zutphen)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 december 1877 tot 14 november 1882 (voor het kiesdistrict Zutphen)
- watergraaf, waterschap "De Berkel", van 1 juni 1882 tot 1 november 1889 (benoemd bij K.B. van 26 februari 1882)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 oktober 1884 tot 11 oktober 1884 (voor Gelderland)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887 (voor Gelderland)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor Gelderland)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 december 1896 tot 1 februari 1898 (voor Zuid-Holland)
- directeur-generaal Landbouw, ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 februari 1898 tot 1 augustus 1901
- regeringscommissaris bij de behandeling van de ontwerp-Boterwet, van 1 december 1899 tot 1 augustus 1900
- watergraaf, waterschap "De Berkel", van 1 september 1901 tot 19 februari 1904
Nevenfuncties
- lid bestuur Maatschappij tot bevordering der waterlozing en scheepvaart der Berkel en Regge, van 1864 tot 1871
- secretaris Maatschappij tot bevordering der waterlozing en scheepvaart der Berkel en Regge, vanaf 1871
- voorzitter Nederlandsche Maatschappij tot bevordering van nijverheid en handel, afdeling Lochem, omstreeks 1877
- voorzitter Geldersche Maatschappij van Landbouw, afdeling Zutphen, omstreeks 30 juni 1879
- voorzitter Geldersch-Overijsselsche Maatschappij van Landbouw, van 30 juni 1879 tot 30 maart 1888
- voorzitter internationale landbouwtentoonstelling te Amsterdam, 1884
- voorzitter Staatscommissie tot verbetering van de Nederlandsche landbouw, van 12 september 1886 tot 4 juni 1890
- voorzitter Nederlandse Protestantenbond, vanaf 1887
- voorzitter Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij, van 1888 tot 1889 (medeoprichter; bedankte om gezondheidsredenen)
- lid Staatscommissie inzake de voorbereiding van de dienstplichtwet (Staatscommissie-Bergansius), van 10 juni 1888 tot 1890
- voorzitter Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij, van 1890 tot 1904 (oprichter)
- lid Commissie voor de handelspolitiek, vanaf 1892 (nog in 1901)
- lid Staatscommissie tot onderzoek van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee, van 8 september 1892 tot 14 april 1894
- voorzitter KNLC (Koninklijk Nederlandsch Landbouw Comité), van 1893 tot 1894
- lid Centrale Commissie voor de wereldtentoonstelling te Parijs, van 1897 tot 1899
- voorzitter afdeling landbouw van de wereldtentoonstelling te Parijs, van 1897 tot 1899
- lid curatorium Evangelische Gemeente te Merano
- lid talrijke landbouwkundige commissies
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter afdeling economische, agrarische en financiële vraagpunten van de Staatscommissie afsluiting Zuiderzee
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
- erelid Maatschappij ter bevordering der veeartsenijkunde
- erevoorzitter Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij, vanaf 1888
- erevoorzitter Geldersch-Overijsselsche Maatschappij van Landbouw
Opleiding
primair onderwijs
voortgezet onderwijs
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 21 september 1858 tot 25 januari 1864 (magna cum laude)
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in beide Kamers vooral over landbouw, jacht en waterstaat. Stak weinig echt politieke redes af, had meer aandacht voor de technische kant van de zaak. Verdediger van landbouwbelangen
Wetenswaardigheden
algemeen
- Bedankt in maart 1888 als voorzitter van de Geldersch-Overijsselsche Maatschappij van Landbouw, omdat in Provinciale Staten van Gelderland enkele liberalen niet meewerkten aan zijn herverkiezing
uit de privésfeer
- Pleitte in zijn proefschrift voor een geoefend volksleger om zo te geraken tot het Zwitserse stelsel
- Omdat zijn moeder een half jaar na zijn geboorte overleed, bracht hij zijn eerste jaren door bij zijn grootmoeder van moederszijde van 1839 tot 1843
- Zijn stiefmoeder was een nicht van zijn moeder
- Na het tweede huwelijk van zijn vader keerde hij in het ouderlijk huis terug in 1843
- Tegenover Huize De Cloese staat een uit 1905 daterend zuiltje te zijner nagedachtenis met zijn beeltenis
verkiezingen
- Versloeg in 1877 bij een tussentijdse verkiezing in het district Zutphen A. baron Schimmelpenninck van der Oye (a.r.)
- Versloeg in 1879 bij de periodieke verkiezingen Th.Ph. baron Mackay (a.r.)
- Versloeg in 1884 bij een tussentijds verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Gelderland in de tweede stemmingsronde onder anderen jhr. L.C.Ch.O.M. van Nispen tot Sevenaer. Hij kreeg 29 van de 56 stemmen, Van Nispen kreeg 20 stemmen.
- Werd in 1884 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland met 38 van de 60 stemmen herkozen. P.A. baron van der Borch van Verwolde kreeg 18 stemmen.
- Versloeg in 1887 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland in de tweede stemmingsronde J.P.P. baron van Zuylen van Nijevelt met 32 tegen 29 stemmen
- Werd in 1888 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland met 26 tegen 34 stemmen verslagen door W.C. baron van Pallandt van Neerijnen (cons.)
- Versloeg in 1896 bij een tussentijds verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 56 tegen 19 stemmen J.P. Havelaar (a.r.)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Arnhem, vanaf 1839
- Laren (Gld.), vanaf 1864
- 's-Gravenhage, van 1891 tot 1894
- Merano, van 1894 tot 1897 (in verband met zijn gezondheid)
- 's-Gravenhage, van 1897 tot 1901
vermogenspositie
Werd door zijn huwelijk schatrijk grondbezitter: landgoed "De Cloese" te Lochem, vanaf 1864
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
Bekleedde verschillende functies in studentenorganisaties
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "De schutterijen in Nederland" (1864)
- "Het maatschappelijk vraagstuk beschouwd vanuit het oogpunt van het godsdienstig-zedelijk leven" (1887)
literatuur/documentatie
- Lavater jr., "Politieke Photografien van de aftredende leden der Tweede Kamer" (1879)
- Levensbericht door F.B. Löhnis, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1904/5, 87
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, 1316
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Laren (Gld.), 4 augustus 1864
echtgeno(o)t(e)/partner
M.A.C. van Harlingen, Maria Anna Cornelia (zijn nicht)
kinderen
kinderloos
vader
J.B.Ch. Sickesz, Johan Balthasar Christiaan
geboorteplaats en/of -datum
Rhede (Dld.), 5 mei 1807
beroep vader
- officier (kapitein der infanterie)
- landeigenaar (eigenaar van een grote ontginning te Hoenderlo)
moeder
Ph.A.J. Bachiene, Philippina Aletta Johanna
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 31 juli 1803
stiefmoeder
A.J.H. van Harlingen, Anna Jacoba Hendrika
beroep grootvader (vaderskant)
officier bij de landmacht
familierelaties