M.A.F.H. Hoffmann

M.A.F.H. Hoffmann
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Telg uit een Rotterdamse koopmansfamilie. Was net als zijn vader firmant van een ijzerhandel en directeur van een verzekeringsmaatschappij. Behoorde zowel voor als na 1848 tot de conservatievere leden van het parlement, al was hij tot 1848 wel kritisch over het financiële beleid. Stemde als Eerste Kamerlid tegen belangrijke wetsvoorstellen van het kabinet-Thorbecke zoals de ontwerp-Kieswet en ontwerp-Provinciale Wet. Werd, mede doordat Groen van Prinsterer een zwager van hem was, soms wel tot de antirevolutionairen gerekend. Ook Eerste Kamervoorzitter Philipse was een zwager van hem. In Den Haag behorend tot de rijke Waals hervormde elite.

financiële oppositie, behoudend (vóór 1848), conservatief (protestants)
functie(s) in de periode 1844-1873: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Mari Aert Frederic Henri

titulatuur en naam

M.A.F.H. Hoffmann Mari Aert Frederic Henri

opmerkingen over de naam en/of titel

Is ook vaak te vinden onder de namen 'Hoffman' en 'Hofman'

geboorteplaats en -datum

Rotterdam, 5 april 1795

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 3 februari 1874

levensbeschouwing

Waals Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • 'financiële' oppostitie (kritisch over de financiële politiek en het handelsbeleid)
  • conservatief, verwant aan de antirevolutionairen (na 1848)

Hoofdfuncties/beroepen

  • firmant ijzerhandel "Johan Frederic Hoffmann en Zoonen" te Rotterdam, vanaf 1825
  • firmant ijzerhandel "Hoffmann en Doorepaal" te Rotterdam, tot 1853
  • lid Provinciale Staten van Holland, van 2 juli 1839 tot 22 december 1840 (voor de steden, Rotterdam)
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 22 december 1840 tot 22 oktober 1844 (voor de steden, Rotterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 oktober 1844 tot 13 februari 1849 (voor Zuid-Holland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (voor Zuid-Holland)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 20 september 1852 (voor het kiesdistrict Rotterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 juli 1853 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Gouda)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Gouda)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 29 februari 1868 tot 8 december 1873 (voor het kiesdistrict Gouda)

Nevenfuncties

  • diaken Waals-Hervormde Kerk te Rotterdam, van 1818 tot 1840
  • directeur Maatschappij van Assurantie te Rotterdam
  • lid bestuur Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Aanmoediging van den Tuinbouw te Leiden, omstreeks 1857

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 27 april 1849 tot 20 augustus 1850
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1849 tot december 1849
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1855 tot mei 1855

Opleiding

cursussen

  • opgeleid voor de handel

Activiteiten

als parlementariër

  • Behoorde in 1844 tot de meerderheid die tegen een wetsvoorstel stemde over het doen van huiszoekingen in het kader van de accijns op vlees. Het wetsvoorstel werd met 27 tegen 26 stemmen verworpen.
  • Behoorde in 1845 tot de 24 leden die tegen het wetsvoorstel over het tarief voor in-, uit- en doorvoerde stemden. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 24 stemmen aangenomen.
  • Stemde in 1845 geregeld tegen begrotingshoofdstukken
  • Behoorde in 1845 tot de 29 leden die tegen de (verworpen) begroting van Onvoorziene Uitgaven voor 1846 en 1847 stemden
  • Diende in 1847 een initiatiefwetsvoorstel in om vrijdom van accijns te verlenen op turf en steenkolen voor smederijen. Dit voorstel werd door de Tweede Kamer verworpen.
  • Behoorde in 1847 tot de 23 leden die tegen hoofdstuk IV (Justitie) van de begroting voor 1848 en 1849 stemden. De begroting werd met 35 tegen 23 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen.
  • Stemde in 1848 tegen de wetsvoorstellen tot Grondwetsherziening
  • Interpelleerde in april 1850 in de Eerste Kamer minister Thorbecke over de nieuwe wijze van burgemeestersbenoemingen
  • Sprak in de Tweede Kamer vooral over onderwerpen op het gebied van handel, financiën, koloniën, landbouw en onderwijs
  • Stemde tegen de ontwerp-Wet op het regt van onderzoek (enquête), de ontwerp-Kieswet en de ontwerp-Provinciewet
  • Behoorde in 1850 tot de zes leden die tegen de ontwerp-Postwet (vaststelling briefporto en regeling brievenposterij) stemden
  • Stemde in 1850 met Engelkens als enige tegen de ontwerp-Scheepvaartwetten van Van Bosse
  • Stemde in 1857 met de antirevolutionairen en enkele katholieken tegen de ontwerp-Wet op het lager onderwijs van Van Rappard
  • Behoorde in 1861 tot de meerderheid die vóór de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
  • Behoorde in 1861 tot de meerderheid die vóór een amendement-Ter Bruggen Hugenholtz stemde over het halveren van de begroting voor Onvoorziene Uitgaven
  • Stemde in 1866 tegen de motie-Keuchenius, waarin afkeuring werd uitgesproken over het vertrek van minister Mijer vanwege diens benoeming tot Gouverneur-Generaal
  • Stemde in 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken
  • Stemde in 1868 tegen de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Leidde in de jaren 1869-1873 als oudste lid in jaren de eerste vergadering van de Tweede Kamer na opening van een nieuwe zittingsperiode
  • Nam in december 1873 ontslag als Kamerlid vanwege zijn hoge leeftijd (77 jaar)

verkiezingen

  • Werd in 1844 bij de periodieke verkiezingen gekozen, nadat de eerder gekozen A. van Rijckevorsel voor een benoeming had bedankt
  • Was in 1848 verliezend kandidaat in de districten Rotterdam I en II, 's-Gravenhage II
  • Werd in 1850 bij de algemene verkiezingen in het district Rotterdam samen met J.C. Baud gekozen. Zij versloegen onder anderen jhr. W.Th. Gevers Deynoot (lib.).
  • Werd in 1852 bij de periodieke verkiezing verslagen door jhr. W.Th. Gevers Deynoot (lib.)
  • Versloeg in 1853 bij een naverkiezing in het district Gouda J.W. Gefken (a.r.) na herstemming. Bij de eerste stemmingsronde waren de zittende leden L. Metman en Van der Linden verslagen.
  • Versloeg in 1854 en 1858 bij de periodieke verkiezingen L. Metman (lib.)
  • Versloeg in 1862 P.F. Hubrecht (lib.)
  • Versloeg in 1866 jhr. W.Th. Gevers Deynoot (lib.)
  • Werd bij de algemene verkiezingen in 1866 en 1868 samen met W.M. de Brauw gekozen. Zij versloegen onder anderen de liberalen Van Bosse en Gevers Deynoot.
  • Versloeg in 1871 bij de periodieke verkiezingen J.B.L. Wentholt (lib.)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Rotterdam
  • 's-Gravenhage (hoekhuis Vijverberg/Kneuterdijk)
  • Voorburg (buitenhuis)

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 15 september 1860

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

directeur Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, van 1850 tot 1874

militaire dienst

  • lid Garde d'Honneur van Napoleon
  • vrijwillig jager te paard

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Maureen Callahan, "The harbor barons: political and commercial elites and the development of the port of Rotterdam, 1824-1892", Vol. 2 (Ann Arbor 1986) 084
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, 238
  • Ned. Patriciaat, 1926

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te 's-Gravenhage, 23 mei 1821

echtgeno(o)t(e)/partner

C.A. Groen van Prinsterer, Cornelia Adriana

kinderen

1 dochter

vader

Mr. J.F. Hoffmann, Johan Frederik

geboorteplaats en/of -datum

Rotterdam, 22 juni 1759

moeder

C.F.C. van Hangest d'Yvoy, Catharina Frederica Cornelia

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, september 1760 (gedoopt 23 september)

beroep grootvader (vaderskant)

koopman

familierelaties