L.G. Brocx

L.G. Brocx
bron: Haagse Beeldbank

Vijf jaar een bezadigde minister van Marine in drie opvolgende liberale kabinetten (Van Bosse/Fock, Thorbecke III en De Vries). Moest in 1873 aftreden na verwerping van zijn begroting. Was voor hij minister werd marineofficier en leraar aan het Koninklijk Instituut voor de Marine. Zowel tijdens zijn ministerschap als nadien, toen hij lid was van de Anti-dienstvervangingsbond, streed hij tegen plaatsvervanging bij leger en vloot.

liberaal
functie(s) in de periode 1868-1873: minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Lodewijk Gerard

titulatuur en naam

L.G. Brocx Lodewijk Gerard

geboorteplaats en -datum

's-Gravenhage, 31 december 1819

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 2 december 1880

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

liberaal

Hoofdfuncties/beroepen

  • officier transportschip naar West-Indië, van 1842 tot 1844
  • op non-actief, van 31 juli 1844 tot 15 september 1850 (vanwege gezondheid)
  • officier transportschip "Dordrecht", vanaf 15 september 1850
  • op non-actief, 1857 (vanwege gezondheid)
  • eerste officier-instructeur, KIM (Koninklijk Instituut der Marine) te Willemsoord, van 1857 tot 1868
  • minister van Marine, van 4 juni 1868 tot 18 december 1873
  • minister van Koloniën ad interim, van 16 november 1870 tot 4 januari 1871 (na het aftreden van minister De Waal)
  • minister van Oorlog ad interim, van 23 december 1871 tot 5 februari 1872 (na het aftreden van minister Engelvaart)
  • minister van Oorlog ad interim, van 15 september 1873 tot 6 oktober 1873 (na het aftreden van minister Van Limburg Stirum)

(in)formateurschap(pen)

  • kabinetsformateur (samen met C. Fock), van 24 november 1870 tot 28 november 1870 (poging mislukt)

officiersrangen

  • luitenant-ter-zee tweede klasse, van 1842 tot 1 januari 1853
  • luitenant-ter-zee eerste klasse, van 1 januari 1853 tot 17 maart 1861
  • kapitein-luitenant-ter-zee, van 17 maart 1861 tot 5 juli 1876 (op non-actief per 13 mei 1870)

Nevenfuncties

  • lid commissie voor de opleiding van adelborsten voor het Korps Mariniers, vanaf 1860
  • lid bestuur Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord, omstreeks 1863
  • lid bestuur Anti-dienstvervangingsbond, vanaf augustus 1875

afgeleide functies, presidia etc.

tijdelijk secretaris van de ministerraad (kabinet-De Vries), van juli 1872 tot december 1873

Opleiding

hoger beroepsonderwijs

  • officiersopleiding KIM (Koninklijk Instituut voor de Marine) te Medemblik, vanaf 1834
  • adelborst eerste klasse, van 1838 tot 1842
  • adelborst wachtschip "Euridice", van 1838 tot 1839
  • adelborst fregat Zr.Ms. "Bellona" (naar Nederlands-Indië), 1839

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Gaf als minister de voorkeur aan bouw van marineschepen bij particuliere werven, waardoor de rijkswerven moesten inkrimpen
  • Diende in 1873 samen met de ministers Geertsema en Van Limburg Stirum een ontwerp-Militiewet in, waarvan persoonlijke dienstplicht uitgangspunt was. Het wetsvoorstel strandde in de Tweede Kamer door verwerping van artikel 1.

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1871 een wet inzake de bevordering, het ontslag en het op pensioen stellen der militaire officieren bij de zeemacht tot stand

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Trad af nadat de Tweede Kamer op 11 december 1873 de begroting van Marine voor 1874 met 37 tegen 30 stemmen had verworpen. De Kamermeerderheid (conservatieven, katholieken, anti-revolutionairen en enkele liberalen, onder wie Stieltjes) verweet hem de slechte toestand van de Marine bij het uitbreken van de Atjeh-oorlog.

verkiezingen

  • Was in 1878 in het district Winschoten kandidaat bij tussentijdse verkiezingen (vanwege uitbreiding van het ledental), maar kreeg slechts 15 procent van de stemmen

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1855
  • Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 26 juli 1870

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

M. Gerritsen, scriptie parlementaire geschiedenis, RU Leiden (1984)

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te 's-Gravenhage, 28 november 1855 (echtgenote overleden 6 augustus 1864)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Nieuwediep (Den Helder), 13 december 1865

echtgeno(o)t(e)/partner

G.H.M. Padtberg, Geertruida Helena Mathilda

2e echtgeno(o)t(e)/partner

A.M. Haremaker, Andrea Maria

kinderen

  • 4 kinderen (uit 1e huwelijk, minstens)
  • 1 dochter (uit 2e huwelijk)

vader

P.H. Brocx, Paulus Hendricus

geboorteplaats en/of -datum

Waalre, 1791

beroep vader

ambtenaar (raadadviseur) ministerie van Justitie

moeder

C.C. van Renesse, Clara Catharina

geboorteplaats en/of -datum

Bergeijk, 1790

broers en zusters

1 broer en 1 zus

beroep grootvader (vaderskant)

secretaris dingbank

beroep grootvader (moederskant)

predikant