J.Th. Cremer

J.Th. Cremer
bron: Onze Afgevaardigden

Liberaal ondernemer en politicus. Zeer welgestelde, succesvolle planter en ondernemer in Nederlands-Indië. Werd na een loopbaan bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij en de Deli-Maatschappij Tweede Kamerlid en minister van Koloniën in het kabinet-Pierson. Bracht als minister de Indische Mijnwet tot stand. Keerde na zijn ministerschap terug in het parlement en werd later gezant in Washington. Sterke, forse man, met rood haar en rode bakkebaarden en een kalm gemoed.

liberaal, Liberale Unie, vooruitstrevende kamerclub
functie(s) in de periode 1884-1922: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Jacob Theodoor

titulatuur en naam

J.Th. Cremer Jacob Theodoor

geboorteplaats en -datum

Zwolle, 30 juni 1847

overlijdensplaats en -datum

Amsterdam, 14 augustus 1923

levensbeschouwing

Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

Takkiaan, 1894

partij(en)

Liberale Unie

lid tussentijds gevormde fractie(s)

  • Kiesrecht-Kamerclub, van september 1893 tot maart 1894
  • Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, van 16 mei 1894 tot augustus 1897
  • Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, van 2 december 1902 tot juni 1905

Hoofdfuncties/beroepen

  • jongste bediende, expeditiekantoor "C. Balck" te Arnhem, van 1863 tot 1865
  • medewerker groothandelsfirma "A. Ellerman", van 1865 tot 1867
  • medewerker hoofdkantoor Nederlandsche Handel-Maatschappij te Amsterdam, van 1867 tot 1868
  • medewerker factorij Nederlandsche Handel-Maatschappij te Batavia (Nederlands-Indië), van december 1868 tot 1870
  • medewerker agentschap Nederlandsche Handel-Maatschappij te Singapore, van 1870 tot 1870
  • medewerker factorij Nederlandsche Handel-Maatschappij te Batavia, van 1871 tot november 1871
  • administrateur Deli-Maatschappij (tabakscultuur) te Medan (Nederlands-Indië), vanaf november 1871
  • hoofdadministrateur Deli-Maatschappij te Medan, tot 1883
  • lid Residentieraad van Deli (Nederlands-Indië), van 1 december 1881 tot 1883
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 september 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 27 juli 1897 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • minister van Koloniën, van 27 juli 1897 tot 1 augustus 1901
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1901 tot 19 september 1905 (voor het kiesdistrict Amsterdam IV)
  • president Nehamij (Nederlandsche Handel-Maatschappij), van 1 augustus 1907 tot 1 januari 1913
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 9 juli 1912 tot 27 juni 1917 (voor Noord-Holland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 juli 1917 tot 24 juli 1922 (voor Noord-Holland)
  • buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Washington, tevens geaccrediteerd als gezant in Mexico, Panama en Nicaraqua, van 17 oktober 1918 tot mei 1921 (ontslag om gezondheidsredenen)

Partijpolitieke functies

overzicht

  • secretaris Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 21 september 1897

Nevenfuncties

  • directeur Deli-Spoorweg-Maatschappij, vanaf 1883
  • lid Raad van Commissarissen Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, van 1891 tot 1898
  • lid Raad van Commissarissen Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, van 1903 tot 1923
  • lid Raad van Commissarissen Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1909
  • koninklijk commissaris Nederlandsche Handel-Maatschappij, van 1914 tot november 1918
  • voorzitter Raad van Commissarissen Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1915
  • lid Staatscommissie ter voorbereiding van een belasting op oorlogswinst (Staatscommissie-Bos), van oktober 1915 tot 23 februari 1916

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1893 tot november 1893
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk X (Koloniën) (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1895 en 1896)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1894 tot januari 1895
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1896 tot september 1896
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk X (Koloniën) 1903 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de begroting van Nederlandsch-Indië 1903 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1903 tot mei 1903
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1916 tot juli 1916
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1917 tot juni 1917
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van januari 1918 tot juli 1918
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1918 tot december 1918
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1921 tot maart 1922

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • onderwijs School Maatschappij tot Nut van het Algemeen te Zwolle
  • Franse school te Zwolle
  • onderwijs Instituut "Vethake" te Arnhem, tot 1863

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak als Kamerlid vooral over buitenlandse zaken en Indische aangelegenheden
  • Interpelleerde in 1890 minister Mackay over de oorlogstoestand op Flores

opvallend stemgedrag

  • Stemde in 1887 bij de grondwetsherziening vóór een (verworpen) amendement-Van Houten/De Ruiter Zijlker om in de Grondwet op te nemen dat de regeling van het kiesrecht aan de gewone wetgever zou worden overgelaten
  • Behoorde in 1889 tot de minderheid van 17 liberalen die vóór de wijziging van de Lager-onderwijswet van het kabinet-Mackay stemde
  • Stemde in 1912 tegen de ontwerp-Radenwet, -Ziektewet en -Invaliditeitswet van Talma

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Benoemde in 1898 Th.H. de Meester tot vicepresident van de Raad van Nederlandsch-Indië. Als oud-provinciaal griffier en chef Generale Thesaurie had hij geen Indische bestuurservaring.
  • Bracht in 1899 de Indische Mijnwet tot stand. Deze verklaarde de bodemschatten van Nederlands-Indië niet tot staatseigendom en maakte particuliere exploitatie mogelijk na een door de staat verleende concessie. De staat kon belasting (een cijns van 4%) heffen op de opbrengst.
  • Bracht in 1899 een wet tot stand waarbij Japanse onderdanen in Nederlands-Indië gelijk werden gesteld aan Europeanen
  • Wijzigde in 1901 het Regerings-Reglement voor Suriname. Alle leden van de Koloniale Raad werden voortaan rechtstreeks gekozen op basis van een censuskiesrecht. Door de wijziging kwam er verder een regeling van de vervanging bij ziekte of afwezigheid van de Gouverneur

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Leidde, bij afwezigheid van voorzitter Van Voorst tot Voorst en van de oudste leden Reekers en Van Nierop, de verenigde vergadering tot sluiting van de zitting 1921/1922

uit de privésfeer

  • In 1879 oprichter van de Deli-Plantersvereeniging
  • In 1884 medeoprichter van de Nederlandsch Indische Landbouw Maatschappij
  • In 1891 medeoprichter van de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel te Amsterdam
  • In 1894 medeoprichter van de Nederlandsche Scheepsbouw-Maatschappij te Amsterdam
  • Medeoprichter van de KPM (Koninklijke Pakket-Maatschappij)
  • Medeoprichter van het Koloniaal Instituut
  • Een dochter van hem was gehuwd met een neef van jhr. J. Röell, Eerste en Tweede Kamerlid, minister en vicepresident Raad van State

verkiezingen

  • Werd bij de algemene verkiezingen in 1884, 1886, 1887, 1888, 1891 en 1894 in de eerste stemmingsronde gekozen
  • Versloeg in 1897 in het district Amsterdam VI P.J.H. Cuypers (r.k.) na herstemming
  • Werd februari 1901 in het kiesdistrict Beverwijk verslagen door W.J.C. Passtoors (r.k.). De verkiezingen waren nodig waren na het bedanken van Tak van Poortvliet. Cremer was toen minister van Koloniën.
  • Versloeg in 1901 bij na-verkiezingen in het district Amsterdam IV B.H. Heldt (vdb). Werd gekozen nadat Goeman Borgesius, die tevens in Zutphen was gekozen, zijn benoeming in dat district had aanvaard.
  • Versloeg in 1912 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Noord-Holland in de tweede stemmingsronde met 38 tegen 22 stemmen D.P.D. Fabius
  • Versloeg in 1916 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland in de derde stemmingsronde met 41 tegen 30 stemmen W.H. Vliegen (sdap)
  • Was in 1922 geen kandidaat meer bij de Eerste Kamerverkiezingen

niet-aanvaarde politieke functies

  • lid Tweede Kamer, 1897 (niet aanvaard in verband met benoeming tot minister)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Nederlands-Indië, van 1868 tot 1883
  • Haarlem, omstreeks 1888
  • Santpoort, huize Duin en Kruidberg, omstreeks 1914 (laatste levensjaren)

ridderorden

Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1910

overige onderscheidingen en prijzen

  • Grootkruis Huisorde van Oranje
  • Bronzen Medaille voor Menschlievend Hulpbetoon

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Mr. Antonio, "De heer Cremer", Parlementaire Portretten, De Amsterdammer, 26 november 1896
  • J.F.L. de Balbian Verster (inleiding), "Jeugd en jongelingsjaren van Jacob Theodoor Cremer (30 juni 1847-14 augustus 1923)", beschreven door hemzelf, in: Het Haags Maandblad, januari-april 1924
  • C. Fasseur, "Cremer, Jacob Theodoor (1847-1923)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 122
  • Levensbericht door C.J.K. van Aalst, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1923/4, 48
  • Onze Afgevaardigden, 1901
  • Ned. Patriciaat, 1941

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

publicaties over en van letterkundigen

biografie

archivalia

archief-Cremer, Nationaal Archief

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Penang (Ned.-Indië), 16 januari 1873

echtgeno(o)t(e)/partner

A.H. Hogan, Annie Hermine

kinderen

3 zonen en 2 dochters (daarnaast nog 3 jong overleden kinderen)

vader

J.Th. Cremer, Jacob Theodoor

geboorteplaats en/of -datum

Arnhem, 1793

beroep vader

hoofdcontroleur van het kadaster en de directe belastingen

moeder

L. toe Water, Louise

geboorteplaats en/of -datum

Zutphen, 13 september 1808

broers en zusters

3 broers en/of zusters

beroep grootvader (vaderskant)

ontvanger der domeinen

beroep grootvader (moederskant)

belastingambtenaar