Jhr.Mr. P.J. Elout van Soeterwoude

P.J. Elout van Soeterwoude
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Vrome volgeling en vriend van Groen van Prinsterer en voorman van de antirevolutionairen in de negentiende eeuw. Speelde als voorzitter van de commissie die het petitionnement voorbereidde een belangrijke rol bij het verzet tegen de Schoolwet van Kappeyne van de Coppello. Bekleedde in Den Haag functies in de rechterlijke macht en was tien jaar staatsraad. Tweede Kamerlid in 1853-1862 en 1879 en Eerste Kamerlid in 1886-1887. In de Tweede Kamer sprak hij vaak over buitenlandse zaken. Zoals veel negentiende-eeuwse politici erg zelfstandig handeldend. Zoon van minister C.Th. Elout.

antirevolutionair
functie(s) in de periode 1853-1887: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, lid Eerste Kamer, lid Raad van State

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Pieter Jacob

titulatuur en naam

Jhr.Mr. P.J. Elout van Soeterwoude Pieter Jacob

geboorteplaats en -datum

's-Gravenhage, 11 augustus 1805

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 4 oktober 1893

levensbeschouwing

  • Nederlands Hervormd
  • Gereformeerd, vanaf 1886

Partij/stroming

stroming(en)

antirevolutionair

partij(en)

ARP (Anti-Revolutionaire Partij), vanaf 1879

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te 's-Gravenhage, van 1828 tot 1829
  • commies van staat, Raad van State, van 1829 tot 1 oktober 1838
  • secretaris Legerstaf van de Prins van Oranje (tijdens de Belgische veldtocht)
  • substituut-officier van justitie, rechtbank van eerste aanleg te 's-Gravenhage, van 1 november 1833 tot 1 oktober 1838
  • rechter Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, van 1 oktober 1838 tot 1 juni 1847
  • raadsheer Provinciaal Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 1 juni 1847 tot 1 januari 1863 (benoemd bij K.B. van 14 april 1847)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juni 1853 tot 15 september 1862 (voor het kiesdistrict Gorinchem)
  • vicepresident Provinciaal Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 1 januari 1863 tot 1 maart 1864
  • lid Raad van State, van 1 maart 1864 tot 1 april 1874 (benoemd bij K.B. van 5 februari 1864; ontslag bij K.B. van 1 maart 1874)
  • ambteloos, van 1 april 1874 tot 16 september 1879
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1879 tot 21 december 1879 (voor het kiesdistrict Leiden)
  • voorzitter antirevolutionaire Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 29 juli 1879 tot 19 december 1879
  • ambteloos, van 21 december 1879 tot 11 januari 1886
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 januari 1886 tot 17 augustus 1887 (voor de provincie Utrecht)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 6 december 1887 (voor de provincie Utrecht)

Nevenfuncties

  • ondervoorzitter Commissie belast met het afnemen der diplomatieke examens, van 9 augustus 1866 tot 1874
  • voorzitter commissie van voorbereiding Volkspetitionnement tegen de Schoolwet, 1878

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1859 tot juli 1860
  • lid afdeling Financiën en Buitenlandse Zaken (Raad van State)
  • lid afdeling Koloniën (Raad van State)
  • lid afdeling Justitie (Raad van State)

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • School van de Maatschappij van 't Nut, departement 's-Gravenhage
  • Latijnse school te 's-Gravenhage

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 30 juli 1822 tot 4 februari 1828 (cum laude)

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer over uiteenlopende onderwerpen, zoals justitie, waterstaat, onderwijs, koloniale zaken en spoorwegen
  • Behoorde in 1854 tot de 19 leden die tegen het wetsvoorstel tot vaststelling van het reglement op het beleid der regering van Nederlandsch-Indië stemden
  • Interpelleerde in 1854 minister Van Hall over onze verhouding tot het buitenland
  • Interpelleerde in 1859 minister Rochussen over de afschaffing van de slavernij in West-Indië
  • Behoorde in 1861 tot de 17 leden die tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
  • Interpelleerde in 1879 minister Van Lynden van Sandenburg over het overleggen van stukken inzake de ministeriële crisis

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Onttrok zich in 1856 in de Tweede Kamer aan de stemming over de door minister Simons verdedigde begroting van Binnenlandse Zaken. Omdat de stemmen toen voor de tweede keer staakten, betekende dat verwerping van de begroting. Dat was voor de minister reden om zijn ontslag aan te bieden.
  • Bood in 1878 de Koning het Volkspetitionnement tegen de Schoolwet-Kappeyne aan
  • Nam in december 1879 ontslag als Tweede Kamerlid vanwege zijn vergevorderde leeftijd
  • Zat in augustus 1887 de Verenigde Vergadering voor tot sluiting van de zitting 1886/1887
  • Nam na voltooiing van de behandeling van de grondwetsherziening ontslag als Eerste Kamerlid, vanwege verzwakt gezichtsvermogen en hoge leeftijd (82 jaar)

uit de privésfeer

  • Was toen hij in december 1885 tot Eerste Kamerlid werd gekozen 80 jaar oud
  • Naar hem werden vele Christelijke lagere scholen genoemd

verkiezingen

  • Werd in 1853 in het district Middelburg in de eerste stemmingsronde verslagen door onder anderen J.J. Slicher van Domburg
  • Versloeg in 1853 in het district Gorinchem C. Schiffer (cons.) na herstemming
  • Versloeg in 1856 C. Schiffer (cons.)
  • Versloeg in 1860 A. Korteweg (cons.) na herstemming
  • Versloeg in 1879 bij tussentijdse verkiezingen in het district Leiden L.M. de Laat de Kanter (lib.)
  • Versloeg in 1885 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht met 21 tegen 15 stemmen W.J. Roijaards van den Ham (lib.)
  • Versloeg in 1887 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Utrecht met 24 tegen 16 stemmen jhr. J. Huydecoper van Maarsseveen (lib.)

woonplaats(en)/adres(sen)

's-Gravenhage

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1 maart 1874

predicaten/adellijke titels

  • jonkheer, 14 maart 1854

bezit van heerlijkheden

  • heer van Zoeterwoude

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid bijbelkring "Johannes Kränchen" te 's-Gravenhage (samen met o.a. Graaf Van Zuylen van Nijevelt en Groen van Prinsterer)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"Bijdragen tot de geschiedenis van het Koloniaal beheer"

literatuur/documentatie

  • D.P.D. Fabius, "Elout van Soeterwoude" (1894)
  • W. Jonker, Jhr. Mr. P.J. Elout van Soeterwoude" (1906)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, 813

Biografisch Woordenboek(en)

  • biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
  • biografie opgenomen in het Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme

archivalia

A.R.A.: briefwisseling met Groen van Prinsterer 1830-1875

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Changis (Zwits.), 14 oktober 1835 (echtgenote overleden 20 maart 1837)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Amsterdam, 25 april 1845

echtgeno(o)t(e)/partner

E.H. gravin de Saint George, Elisabeth Henriëtte

2e echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. W.L. van Loon, Wilhelmina Louisa

vader

Mr. C.Th. Elout, Cornelis Theodorus

geboorteplaats en/of -datum

Haarlem, 22 maart 1767

moeder

H.J. van Eybergen, Henriette Josina

geboorteplaats en/of -datum

Haarlem, 13 juli 1768

beroep grootvader (vaderskant)

  • fabrikant
  • schepen, thesaurier en schout te Haarlem

familierelaties