Jhr.Mr. J.C. Martens van Sevenhoven

J.C. Martens van Sevenhoven
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Zeer conservatieve rechter uit Utrecht, die in 1849 voor de provincie Utrecht in de Eerste Kamer kwam. Zoon van een gematigde orangist. De familie Martens maakte van 1670 tot 1795 deel uit van de Utrechtse vroedschap. Tegenstander van de Enquêtewet en de nieuwe Kieswet. Als veel adellijke grootburgers had hij bestuursfuncties op onder meer waterstaatkundig, kerkelijk en wetenschappelijk terrein. Daarnaast was hij lid van enkele cultureel-wetenschappelijke genootschappen. Gedurende één zittingsperiode Kamervoorzitter en daarna nog vijf jaar gewoon lid.

conservatief
functie(s) in de periode 1849-1857: lid Eerste Kamer, voorzitter Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Hoofdfuncties/beroepen
  3. Nevenfuncties
  4. Opleiding
  5. Activiteiten
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Jacob Constantijn

titulatuur en naam

Jhr.Mr. J.C. Martens van Sevenhoven Jacob Constantijn

geboorteplaats en -datum

Utrecht, 27 augustus 1793

overlijdensplaats en -datum

Utrecht, 16 februari 1861

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat bij het Keizerlijk Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 1811 tot februari 1814
  • commies-griffier, rechtbank van eerste aanleg te Utrecht, van februari 1814 tot juli 1815
  • substituut-griffier, rechtbank van eerste aanleg te Utrecht, van juli 1815 tot december 1816
  • rechter van instructie, rechtbank van eerste aanleg te Utrecht, van december 1816 tot 1 oktober 1838
  • landeigenaar en ambachtsheer
  • vicepresident Provinciaal Gerechtshof te Utrecht, van 1 oktober 1838 tot 1 april 1848
  • president Provinciaal Gerechtshof te Utrecht, van 1 april 1848 tot 1 april 1860
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (voor de provincie Utrecht)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 23 december 1850 tot 4 juni 1857 (voor de provincie Utrecht)
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1851 tot 18 september 1852 (benoemd bij K.B. van 11 september 1851)
  • dijkgraaf College van de Lekdijk Benedendams en de IJsseldam, van 1 december 1851 tot 1 april 1860

Nevenfuncties

  • president rechtsgeleerd gezelschap "Themis"
  • hoogheemraad Grootwaterschap van Woerden, vanaf 1 mei 1847
  • weigraaf Hoge en lage Weide
  • regent van diverse kerkelijke instellingen

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van maart 1849 tot augustus 1849
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1849 tot augustus 1850
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1850 tot juni 1852
  • voorzitter Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 15 september 1851 tot 18 september 1852
  • voorzitter Commissie voor Huishoudelijke Aangelegenheden (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 15 september 1851 tot 18 september 1852
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1852 tot april 1853
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juni 1853 tot augustus 1853
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1853 tot juli 1854

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, van 21 december 1809 tot 24 oktober 1811

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Eerste Kamer onder meer over waterstaatsaangelegenheden, justitie en accijnzen
  • Stemde in 1850 tegen de ontwerp-Kieswet
  • Stemde in 1850 tegen de ontwerp-Wet op het regt van onderzoek (enquête)
  • Stemde in 1851 tegen de ontwerp-Onteigeningswet
  • Behoorde in 1855 tot de zeven leden die vóór (verworpen) wetsvoorstellen over officierspensioenen stemden. Een meerderheid keerde zich tegen het verlenen van volledig pensioen aan buitenlandse officieren die niet in Nederlands woonden.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Zijn vader was lid van de vroedschap van Utrecht (1781-1795) en thesaurier (1803)

verkiezingen

  • Werd in december 1848 door de kiezers van de districten Utrecht en Amersfoort als eerste genomineerd voor het Eerste Kamerlidmaatschap, maar werd pas benoemd na het bedanken van F.H. Spengler
  • Werd in 1850 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Utrecht met 28 van de 37 stemmen gekozen

woonplaats(en)/adres(sen)

Utrecht

ridderorden

Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 15 september 1853

predicaten/adellijke titels

  • jonkheer, 10 december 1829

bezit van heerlijkheden

  • heer van Sevenhoven

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam
  • lid Provinciale Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Utrecht
  • lid Provinciale Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant
  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
  • correspondent vierde klasse, Koninklijk Nederlandsch Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten

hobby's

schilderen en tekenen

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

Levensbericht door J.S. Vernède, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1861, 34

publicaties over en van letterkundigen

biografie

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Utrecht, 16 november 1826

echtgeno(o)t(e)/partner

S.J. Martens, Suzanna Jacoba

kinderen

kinderloos

vader

Mr. D.J. Martens, David Johan

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, 3 augustus 1751

moeder

Jkvr. J.H.A. Strick van Linschoten, Johanna Henriëtte Antonia

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, 6 februari 1769

broers en zusters

1 broer

beroep grootvader (vaderskant)

  • schepen en burgemeester van Utrecht
  • gedeputeerde ter Staten-Generaal

beroep grootvader (moederskant)

  • ontvanger der tienden in Utrecht
  • gecommiteerde ter Admiraliteit van Friesland