Jhr.Mr. F.J.J. (Frans) van Eysinga

F.J.J. van Eysinga
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Rijke Friese edelman die als Eerste Kamerlid recordhouder is wat zittingsduur betreft: liefst 44 jaar maakte hij deel uit van de Eerste Kamer. Was daarvan ook acht jaar voorzitter. Naast zijn Kamerlidmaatschap was hij landeigenaar en rechter en bekleedde hij diverse functies op waterstaatkundig gebied. Typische regiovertegenwoordiger, die steeds oog had voor de belangen van Friesland. Speelde in 1868 een belangrijke rol bij de pogingen om de politieke crisis op te lossen nadat voor de derde achtereenvolgende keer het kabinet een parlementaire nederlaag had geleden. Had grote belangstelling voor de Friese geschiedenis en cultuur en was beschermheer van diverse verenigingen op dat gebied.

liberaal
functie(s) in de periode 1850-1894: lid Eerste Kamer, voorzitter Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Frans Julius Johan (Frans)

titulatuur en naam

Jhr.Mr. F.J.J. van Eysinga Frans Julius Johan (Frans)

geboorteplaats en -datum

Wommels (grietenij Hennaarderadeel), 31 december 1818

overlijdensplaats en -datum

Leeuwarden, 16 april 1901

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

liberaal (Thorbeckiaan)

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Leeuwarden, van 8 december 1841 tot 1 april 1844
  • kantonrechter te Rauwerd, van 1 april 1844 tot 1 augustus 1848
  • lid Provinciale Staten van Friesland, van 2 juli 1844 tot 24 september 1850 (voor de Ridderschap)
  • rechter Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, van 1 augustus 1848 tot 1 januari 1876
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 19 september 1873 (voor Friesland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 21 november 1873 tot 30 december 1875 (voor Friesland)
  • raadsheer Gerechtshof te Leeuwarden, van 1 januari 1876 tot 1 januari 1889
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 april 1876 tot 11 oktober 1884 (voor Friesland)
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 18 mei 1880 tot 11 oktober 1884 (benoemd bij K.B. van 24 april 1880)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887 (voor Friesland)
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor Friesland)
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 7 juni 1894 (voor Friesland)

ambtstitel

  • minister van staat, van 5 december 1887 tot 16 april 1901

Nevenfuncties

  • lid Ridderschap van Friesland
  • secretaris Ridderschap van Friesland, tot 1885
  • lid bestuur Friesch genootschap van geschied-, oudheid- en taalkunde te Leeuwarden, vanaf 1842 (nog in 1870)
  • secundus lid provinciaal kerkbestuur van Friesland
  • kerkvoogd Nederlands Hervormde kerk te Dijken
  • lid schoolcommissie te Leeuwarden
  • volmacht waterschap "De Zeven Grietenijen en de stad Sloten"

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van mei 1852 tot september 1852
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1856 tot juni 1857
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1857 tot september 1857
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juni 1860 tot augustus 1860
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1860 tot mei 1861
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1861 tot juni 1862
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van januari 1863 tot juni 1863
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1863 tot december 1863
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van januari 1864 tot april 1864
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1865 tot september 1865
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1865 tot april 1866
  • lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Eerste Kamer), van 18 september 1866 tot 18 september 1876
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juni 1868 tot juli 1868
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1868 tot november 1868
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1869 tot december 1869
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van maart 1870 tot mei 1870
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1870 tot november 1870
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1872 tot november 1872
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juli 1873 tot september 1873
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1874 tot november 1874
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van november 1875 tot december 1875
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van maart 1877 tot mei 1877
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1877 tot januari 1878
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van mei 1878 tot augustus 1878
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1878 tot januari 1879
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1879 tot september 1879
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1880 tot mei 1880
  • voorzitter Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 18 mei 1880 tot 27 maart 1888
  • voorzitter Huishoudelijke Commissie (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 18 mei 1880 tot 27 maart 1888
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juli 1888 tot september 1888
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1889 tot december 1889
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1890 tot september 1890
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1891 tot december 1891
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1892 tot december 1892
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1893 tot december 1893

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

erelid, erevoorzitter en beschermheer van enkele Friese instellingen en organisaties

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Latijnse School te Leeuwarden
  • opleiding Instituut "Van Wijk" te Kampen

academische studie

  • rechten, Atheneum Illustre te Franeker
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, van 16 maart 1837 tot 15 oktober 1841

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak vooral over juridische en Friese zaken
  • Stemde in 1851 tegen de ontwerp-Onteigeningswet
  • Stemde in 1855 tegen de ontwerp-Wet vereniging en vergadering
  • Behoorde in 1859 tot de 16 leden die vóór een (verworpen) wetsvoorstel stemden over herziening van het tarief voor in- en uitvoerrechten
  • Behoorde in 1860 tot de 20 leden die tegen de (verworpen) ontwerp-wet over aanleg en exploitatie van de Noorder- en Zuiderspoorwegen stemden
  • Behoorde in 1862 tot de 12 leden die tegen de ontwerp-wet tot afschaffing der slavernij in Nederlands West-Indië stemden
  • Behoorde in 1863 tot de 14 leden die vóór de (verworpen) begroting van Buitenlandse Zaken voor 1864 stemden. De verwerping leidde tot het aftreden van minister Van der Maesen de Sombreff.
  • Was in 1868 mede-initiatiefnemer tot het bijeenroepen van de Eerste Kamer, om een adres te kunnen opstellen waarin erbij de koning moest worden aangedrongen de Tweede Kamer niet voor de derde achtereenvolgende maal te ontbinden.
  • Stemde in 1870 vóór het voorstel tot afschaffing van de doodstraf
  • Voerde na 1888 nog slechts twee maal het woord in de Eerste Kamer

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Thorbecke wilde hem in 1860 benoemd zien tot raadsheer in de Hoge Raad, maar hij wees die benoeming af

uit de privésfeer

  • Hij had 2 knechten, 4 meiden, 1 gouvernante, enige werksters, 1 koetsier, boswachter, schipper en enkele opzichters in dienst
  • Zijn broer was grietman van Hennaardereadeel, een zwager burgemeester van Franeker
  • Zijn echtgenote was een kleindochter van B.W. van Welderen baron Rengers, buitengewoon lid Staten-Generaal, en van R.L. van Andringa de Kempenaer, lid Wetgevend Lichaam en Landdrost
  • Zijn derde zoon was burgemeester van Noordwijkerhout (1877-1882)
  • Zijn vader was grietman te Hennaarderadeel en lid van Provinciale Staten van Friesland

verkiezingen

  • Werd in 1859 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Friesland met 38 van de 44 stemmen herkozen
  • Werd in 1868 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Friesland met 37 van de 45 stemmen herkozen
  • Werd in 1877 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Friesland met 35 van de 39 stemmen herkozen
  • Werd in 1884 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Friesland met 34 van de 47 stemmen gekozen
  • Werd in 1887 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Friesland met 34 van de 44 stemmen gekozen
  • Versloeg in 1888 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Friesland met 36 tegen 12 stemmen jhr. P.J. van Swinderen (arp)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Wommels, Sminia State
  • Leeuwarden

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 15 september 1860
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 10 maart 1881 (vanwege zijn rol bij de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht)

vermogenspositie

liet bij zijn dood f. 2.294.224,66 na

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • W.J.M. van Eysinga, "Parlementaire herinneringen en memoriaal dagboek van F.J.J. van Eysinga", in: De Vrije Fries XXXIV (1937)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 859
  • R.E. van Ditzhuizen, "Jhr.Mr. F.J.J. van Eysinga. lid Eerste Kamer 1850-1894, voorzitter Eerste Kamer 1880-1888", in: A. Postma e.a. (red.), "Aan deze zijde van het Binnenhof" (1990)

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Leeuwarden, 8 april 1843 (echtgenote overleden 10 januari 1849)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Leeuwarden, 1 juni 1853

echtgeno(o)t(e)/partner

J.H.R. van Boelens, Johanna Henriëtte Reinoudina

2e echtgeno(o)t(e)/partner

Tj.A.W. Camstra van Welderen barones Rengers, Tjallinga Aurelia Wilhelmina

kinderen

  • 4 zoons (uit eerste huwelijk)
  • 5 dochters en 1 zoon (uit tweede huwelijk; 1 dochter jong gestorven)

vader

Jhr.Mr. I.F. van Eysinga, Idzerd Frans

geboorteplaats en/of -datum

Leeuwarden, 24 juni 1794

moeder

Jkvr. W. van Heemstra, Wiskje

geboorteplaats en/of -datum

Leeuwarden, 16 juli 1796

broers en zusters

1 broer en 4 zussen

beroep grootvader (vaderskant)

  • grietman van Doniawerstal
  • afgevaardigde ter Landdage van Friesland
  • gedeputeerde staat

familierelaties